Onderzoek gestart naar emissievrij treinvervoer op noordelijke spoorlijnen

16-05-2026 / 19.45 uur
UTRECHT -
De regionale spoorlijnen in Noord-Nederland moeten de komende jaren volledig emissievrij worden. ProRail start daarom samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen een uitgebreid onderzoek naar de beste vorm van duurzaam treinvervoer op de noordelijke spoorlijnen. In het najaar van 2026 moet duidelijk worden welke techniek de toekomst krijgt.

Het gaat om ongeveer 250 kilometer aan regionale spoorlijnen die momenteel nog niet zijn geëlektrificeerd. Op deze trajecten rijden nu dieseltreinen. Volgens de Klimaatwet moet het spoorvervoer in Nederland uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn.

De overstap naar schoner treinvervoer sluit aan bij de nieuwe regionale treinconcessie die in december 2035 ingaat. Veel van de huidige dieseltreinen bereiken rond die tijd het einde van hun levensduur, waardoor vervanging noodzakelijk wordt.

Vier opties onderzocht
In het onderzoek worden vier mogelijke oplossingen bekeken:
  • elektrische treinen op 1500 volt gelijkstroom;
  • elektrische treinen op 25 kilovolt wisselstroom;
  • batterijtreinen op 1500 volt gelijkstroom;
  • batterijtreinen op 25 kilovolt wisselstroom.

De betrokken partijen willen bepalen welke combinatie van treinen en energievoorziening het meest geschikt is voor de noordelijke spoorlijnen. Daarbij wordt gekeken naar kosten, infrastructuur, uitvoering en toekomstbestendigheid.

Het verschil tussen de twee stroomsystemen zit vooral in efficiëntie. Het huidige Nederlandse spoor gebruikt grotendeels 1500 volt gelijkstroom, maar dat systeem heeft relatief veel onderstations nodig. Het 25 kilovolt-wisselstroomsysteem, dat al wordt gebruikt op de HSL-Zuid en de Betuweroute, is efficiënter en krachtiger, maar vraagt zwaardere techniek in de trein zelf.

Batterijtreinen in opkomst
Volgens ProRail winnen batterijtreinen snel terrein in Europa. In Nederland rijden ze nog nauwelijks, maar daar kan verandering in komen.

“Met batterijtreinen kun je met veel minder laadinfrastructuur toch emissievrij rijden,” zegt Michiel Deerenberg, programmamanager Innovatie & Technologische Vernieuwing bij ProRail. Volgens hem verschillen de systemen vooral in oplaadsnelheid, benodigde infrastructuur en het gewicht van de treinen.

Ook de provincies benadrukken het belang van duurzame mobiliteit. Matthijs de Vries, gedeputeerde van Fryslân, noemt de trein “een onmisbare schakel” in het openbaar vervoer van de provincie. Zijn Groningse collega Erik Jan Bennema zegt dat de partijen gezamenlijk zoeken naar “de meest toekomstbestendige oplossing” voor een schoon en betrouwbaar spoor.

Meer verduurzaming op komst
De plannen in Noord-Nederland staan niet op zichzelf. ProRail werkt ook elders in het land aan verduurzaming van regionale spoorlijnen. Zo lopen er projecten voor de elektrificatie van de trajecten Almelo–Mariënberg (Aanlegfase), Zutphen–Hengelo (Planning en Studies) en Enschede–Gronau (Verkenningsfase). Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan de elektrificatie van de Maaslijn tussen Nijmegen en Roermond.

Met deze projecten wil ProRail samen met regionale en landelijke overheden inspelen op de groeiende vraag naar duurzame mobiliteit.

Waterstoftrein
In begin 2020 was er een waterstoftrein in Noord Nederland te gast om diverse testritten te rijden. Met deze testritten werd praktijkervaring opgedaan met het rijden op groene waterstof. Dit was de eerste keer dat er in Nederland een trein op groene waterstof reed.

Aanvankelijk waren er ambitieuze plannen om vanaf ongeveer 2025 waterstof(-batterij)treinen in de reguliere dienstregeling in Groningen te laten rijden. Daarvoor zouden ook speciale waterstoftankstations worden gebouwd.

Toch lijken waterstoftreinen inmiddels niet meer in de race om de dieseltreinen te gaan vervangen. In recente plannen van ProRail en de noordelijke provincies worden vier scenario’s onderzocht voor emissievrij spoor, maar daarbij ligt de nadruk sterk op batterijtreinen en verschillende vormen van elektrificatie. Waterstof wordt in die recente niet meer genoemd. Dat heeft een paar redenen:

  • batterijtechnologie ontwikkelt zich snel;
  • elektrificatie blijkt op sommige lijnen goedkoper en efficiënter;
  • waterstof vraagt een compleet nieuwe infrastructuur voor productie, opslag en tanken;
  • groene waterstof is voorlopig nog relatief duur en schaars.

Tegelijk blijft waterstof wel interessant voor langere niet-geëlektrificeerde trajecten waar batterijen mogelijk tekortschieten. In Duitsland rijden waterstoftreinen inmiddels al in de reguliere dienstregeling, onder meer in Nedersaksen.