In beeld: Diesellocomotief 132 van de Limburgse Staatsmijnen

07-05-2026 / 19.00 uur
LIMBURG -
Op 22 augustus jl. bezochten wij de locomotief 132 die in 1958 voor de Staatsmijnen werd gebouwd. De locomotief rangeerde samen met de soortgenoot 130 in 2005 voor het laatst bij Emmtec in Emmen. Gelukkig zijn beide locomotieven bewaard, de Stichting tot Behoud van Mijnlocomotieven kocht de 130. De 132 staat momenteel bij een particulier opgeslagen. De locomotief draagt nog de gele kleur en de logo's van TEC Services.

Nieuwe locomotieven voor de Staatsmijnen
In de jaren '50 was de Staatsmijnen (SM) op zoek naar diesellocomotieven om de stoomlocomotieven uit hun vloot te vervangen. De Staatsmijnen bestelde bij de Duitse fabrikant Klöckner Humboldt Deutz (KHD) in Keulen drie dieselhydraulische locomotieven van een standaardontwerp van de fabrikant. De 121, 122 en 123 zijn van het type V6M 536 R en werden in 1954 geleverd. De locomotieven kregen wel smallere motorhuiven om binnen het profiel van het spoor bij de Staatsmijnen te passen. De locomotieven hebben een vermogen van 450 pk en een maximumsnelheid van 60 km/u. Nadat de drie locomotieven waren geleverd, vond de SM de cabine van de locomotieven te laag en te kort. Bij de locomotieven had de machinist geen zicht over de huif van de locomotief heen. De machinist had enkel langs de zijkanten van de huif zicht. Tevens was het zicht van de machinisten naar achteren te slecht. De Staatsmijnen besloten de drie geleverde locomotieven niet aan te laten passen. Er werd een bestelling voor nog tien locomotieven bij KHD geplaatst. Deze locomotieven werden aangepast aan de eisen van de Staatsmijnen en zo ontstond een unieke serie diesellocomotieven die uitsluitend voor de Staatsmijnen werden gebouwd. De diesellocomotieven kregen een hoger machinistenhuis en dit werd met een halve meter verlengd. Deze locomotieven werden in 1956, 1957 en 1958 geleverd met de nummers 124 t/m 133. De laatste twee locomotieven werden voorzien van een sterkere motor en een turbo-oplader. De SM 132 werd in 1958 gebouwd. De dertien diesellocomotieven werden ingezet bij de Staatsmijn Maurits, de cokesfabrieken Emma II en Maurits I en chemische fabrieken. Af en toe deden de locomotieven ook dienst bij Staatsmijn Emma. De locomotieven werden ingezet voor het zware rangeerwerk en lichte treindiensten.

De sluiting van de Limburgse mijnen en het lot van de locomotieven
Door de sterke opkomst van vrachtwagens in de jaren '60 liep het goederenvervoer per spoor terug en sloten veel los- en laadplaatsen. Sinds de ontdekking van het aardgasveld onder Groningen in 1959 begonnen de kolenmijnen in Zuid-Limburg verlies te maken. Naast het Groningse gas hadden de kolenmijnen veel concurrentie van olie en goedkopere steenkolen uit buitenlandse mijnen. De kolentreinen vanuit Limburg naar de rest van het land, waar NS veel geld aan verdiende, namen sterk af. De mijn Hendrik werd in 1963 als eerste gesloten. Op 17 december 1965 maakte toenmalig minister-president Joop den Uyl in Heerlen de sluiting van de kolenmijnen in Nederland bekend. In 1965 werd nog 11,446 miljoen ton steenkool gedolven. Daarna nam de steenkoolwinning explosief af. Op 20 december 1974 werd de mijn Julia als een na laatste mijn in Nederland gesloten, gevolgd door de Oranje-Nassau I op 31 december van dat jaar.

Toen het aantal kolentreinen bij de Staatsmijnen erg terugliep, werd besloten de nog relatief jonge dertien diesellocomotieven te verkopen. Het spoorvervoer van DSM werd overgenomen door de Unie van Kunstmestfabrieken. De 126 werd als enige locomotief door de Unie van Kunstmestfabrieken overgenomen. Later ging de locomotief over naar de Koninklijke DSM. Nadat de DSM de 126 verkocht, kwam de locomotief uiteindelijk in Schiedam terecht. Hier stond de locomotief tot 2009 op een klein spoortje opgesteld. De 121, 122, 123, 125, 127, 128, 129 en de 133 gingen in 1969 aan de slag bij Aannemingsbedrijf Oosterwijk voor een bouwproject in Geleen. In 1975 werd dit project afgerond en Aannemingsbedrijf Oosterwijk had geen werk meer voor de locomotieven. De 125 en de 129 werden in hetzelfde jaar verkocht aan de Ingen Steenkolenhandel in Buchten. De andere zes locomotieven werden slopen. De Ingen Steenkolenhandel liet de 125 eind jaren '80 slopen. De 129 werd verkocht en naar het Belgische Maas-Mechelen gebracht. Daar staat de locomotief sindsdien opgeborgen. De Staatsmijnen verkochten de 124 in 1968 aan de Domaniale mijn in Kerkrade. Al snel nam de Laura & Vereeniging NV de diesellocomotief over. Deze locomotief werd later gesloopt. De 131 vertrok in 1971 uit de Staatsmijnen naar het Nederlands Transport Bureau op de Waalhaven in Rotterdam. Deze locomotief werd later gesloopt.

 
 
 
 
   
   
   
   
   
     

De 130 en 132 aan de slag bij Akzo Nederland en Emmtec
De Staatsmijnen verkocht de diesellocomotieven 130 en 132 in 1969 aan Akzo Nederland. De 130 werd naar de vestiging van het bedrijf in Arnhem gebracht en de 132 werd naar Emmen getransporteerd. In Arnhem kreeg de 130 het nummer F 4-107 en in Emmen werd de 132 vernummerd naar 401. De in Arnhem rangerende F 4-107 werd geheel donkerblauw geschilderd, terwijl de 401 de geel-donkergrijze huisstijl van NS kreeg. De F 4-107 werd in 1983 ook naar Emmen gebracht en kreeg daar het nummer 99. De 401 kreeg later het nummer 100. De 99 en 100 waren beide geel geschilderd en ze kregen de logo's van Akzo Nobel. De locomotieven rangeerden met de keteltreinen die door NS, en later Railion, werden aangevoerd naar station Emmen. Voor het rangeerwerk in Emmen was echter één locomotief voldoende, waardoor de andere altijd als reserve stond geparkeerd. De 99 en 100 wisselden het rangeerwerk af. Akzo Nederland verkocht in 1998 en 1999 haar fabriek en beide locomotieven aan Emmtec. De gele diesellocomotieven kregen nieuwe logo's van TEC Services.

In 2005 besloot Emmtec het rangeerwerk uit te besteden aan Railion. Railion verzorgde de aan- en afvoer van de keteltreinen met een 6400-diesellocomotief naar Emmen. Met dezelfde 6400'en werd vanaf 2005 het rangeerwerk bij Emmtec uitgevoerd. Het uitbesteden van het rangeerwerk was voor Emmtec goedkoper dan het in dienst houden van beide oude Staatsmijnen-locomotieven. De 47 jaar oude 99 en 100 werden toen terzijde gesteld. Beide locomotieven werden in 2008 verkocht aan G. Vernooy Rental & Trading in Tiel. De Stichting tot Behoud van Mijnlocomotieven (SBM) kocht de 99 (ex-SM 130) in oktober 2014 vanwege zijn unieke geschiedenis. De Staatsmijnen 130 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De 100 (ex-SM 132) werd aan een particulier verkocht die de locomotief op zijn terrein heeft opgesteld.

Voor alle foto- en filmbeelden geldt: © TreinenInNederland.nl

 
De Staatsmijnen 132 staat in het zonnetje opgesteld. De locomotief draagt nog de gele kleur en de logo's van TEC Services. Bij Emmtec
droeg de locomotief het nummer 100, dit is op de zijkanten van de cabine nog te zien.
 
 
 
 
Detailfoto's van de buitenkant van de locomotief.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De cabine van de 132. De Staatsmijnen lieten de locomotieven leveren met een hogere en langere cabine dan het standaardmodel
van Klöckner Humboldt Deutz. Bij het oorspronkelijke model had de machinist geen zicht over de huif van de locomotief heen.
 
 
Het nummer 100, het laatste nummer waarmee de Staatsmijnen 132 dienst heeft gedaan. Boven het nummer zou de fabrieksplaat
van de locomotieven moeten zitten. Deze fabrieksplaat is aan de andere kant van de cabine nog wel aanwezig.
 
 
Op de locomotief valt vaag het nummer 0197 te lezen.
 
Achterop de locomotief staat het logo van TEC Services.
 
 
 
De andere kant van de locomotief.
 
 
 
 
 
 
Aan de andere kant van de locomotief is de originele fabrieksplaat wel aanwezig.
 
De cabine van de locomotief.