![]() |
|||||||||||
Locomotieven die voor Lovers Rail hebben gereden |
|||||||||||
De geschiedenis van Lovers Rail: |
|||||||||||
Door de Europese richtlijn 91/440/EEG konden andere vervoerders hun intrede doen op het Nederlandse spoor. Al snel zou Lovers Rail zich als eerste concurrent van NS melden om reizigers te vervoeren. In 1996 richtte Peter Sul, een NS-medewerker, Lovers Rail op. Het bedrijf was onderdeel van Lovers, exploitant van rondvaartboten in Amsterdam en Utrecht, waar Peter jarenlang werkte. De eerste dienst die Lovers Rail wilde verzorgen, was op de IJmuiderlijn tussen Amsterdam en IJmuiden. NS heeft het reizigersvervoer naar IJmuiden in 1983 gestaakt. De infrabeheerder Railned (nu ProRail) wees de eerste vergunningsaanvraag af, maar minister Annemarie Jorritsma (VVD) van Verkeer en Waterstaat voerde druk uit om de privatisering van het spoor toch op gang te krijgen. Lovers Rail kreeg erg veel tegenwerking van NS en kon dus ook niet op materieel rekenen van de vervoerder. Uiteindelijk werden vier rijtuigen van het type M2 van de NMBS overgenomen. Nadat het transport van de rijtuigen bij de grens door NS Verkeersleiding werd tegengehouden zonder goede reden, mocht het transport doorgaan. De volgende taak was het verkrijgen van diesellocomotieven. Doordat NS niets wilde verkopen, kocht Lovers Rail in Duitsland twee V100-diesellocomotieven. Deze locomotieven moesten echter voorzien worden van het beveiligingssysteem ATB-EG. NS wilde deze installaties niet verkopen, waardoor de inzet van de V100 niet doorging. Uiteindelijk verhuurde NS Cargo voor een hoge prijs twee 2200-locomotieven, de 2202 en 2207. De NS-logo's werden van de locomotieven verwijderd. Lovers Rail was verplicht om aan beide kanten een locomotief te plaatsen, zodat er niet hoefde te worden omgelopen. Om hun treinen te rijden, meldden gepensioneerde NS-machinisten zich aan die graag langer door wilden rijden. Vanuit het Spoorwegpensioenfonds kregen alle gepensioneerde NS-machinisten een brief dat hun gehele pensioen zou worden ingetrokken als ze voor Lovers Rail zouden rijden. Het personeel van NS mocht op de stations de reizigers van Lovers Rail niet van informatie voorzien of minder valide reizigers begeleiden. Op 11 augustus 1996 reed Lovers Rail als eerste concurrent van NS met reizigerstreinen. De trein reed als Kennemerstrand Expres van Amsterdam naar IJmuiden in 50 minuten. De trein stopte onderweg in Amsterdam Sloterdijk, Haarlem en Santpoort Noord. De prijs van de treinen was lager dan die van NS. Op Amsterdam Centraal had NS voor Lovers Rail voor de kaartverkoop enkel een heel klein hokje in de hoek van het station over. Met één trein kon Lovers Rail maximaal vier slagen per dag rijden. Lovers Rail moest de treinen verplicht onderhouden bij NS Materieel. Regelmatig kreeg Peter Sul bericht vanuit NS dat men weer een probleem had gevonden waardoor de trein niet kon rijden. Begin 1997 startte Lovers Rail haar tweede dienst. De Keukenhof Expres ging tussen Amsterdam, via Haarlem en door de tulpenvelden, naar Lisse en Leiden rijden. Doordat Lovers Rail geen andere keuze had voor locomotieven, werden tegen een erg hoge prijs de 2211 en 2215 gehuurd van NS. Voor deze treindienst kocht Lovers Rail extra rijtuigen en zelfs stuurstandrijtuigen van het type M2 van de NMBS. Doordat de inbouw van ATB door NS in de rijtuigen duurder was dan de rijtuigen zelf, werden de stuurstandrijtuigen nooit ingezet. Hoewel Lovers Rail erg weinig reizigers vervoerde, werd het bedrijf symbolisch en praktisch een belangrijke stap in de privatisering van Nederland. Op de openingsdag kwam de baas van het grote Franse bedrijf Compagnie Générale d’Entreprise Automobiles (CGEA), actief in het personenvervoer in meerdere Europese landen, langs bij Lovers Rail. In de zomer van 1997 kocht CGEA 70% van de aandelen van Lovers Rail; de andere 30% bleef bij Lovers. De Fransen hadden plannen om via Lovers Rail delen van het openbaar vervoer in Nederland te gaan verzorgen. Nog hetzelfde jaar kreeg Lovers Rail toestemming om de Keukenhof Expres door te trekken naar Den Haag Centraal en voor een treindienst tussen Utrecht en Hilversum. Op deze trajecten heeft Lovers Rail uiteindelijk nooit gereden. Begin 1998 huurde Lovers Rail van de Belgische NMBS de vier locomotieven van het type HLE 25.5, met de nummers 2552, 2553, 2554 en 2555. Deze locomotieven waren de enige locomotieven die niet van NS waren maar wel waren voorzien van ATB. In 1998 werd Annemarie Jorritsma (VVD) na nieuwe verkiezingen als minister van Verkeer en Waterstaat opgevolgd door Tineke Netelenbos (PvdA). Waar de liberale VVD in de strijd tussen Lovers Rail en NS voor de kant van Lovers Rail koos, koos de sociaaldemocratische PvdA voor de kant van NS. Netelenbos dreigde de private vervoerder geheel van het spoor te stoten. Door de forse tegenwerking vanuit NS en de zeer tegenvallende reizigersaantallen was Lovers Rail niet winstgevend. Daarbij zat Lovers Rail met de onzekerheid over welke keuzes de overheid zou maken ten nadele van de private vervoerder. Toen Lovers Rail het steeds moeilijker kreeg, besloten de Fransen op 14 september 1999 te stoppen met Lovers Rail. Diezelfde dag staakte Lovers Rail haar treindiensten. De Franse Compagnie Générale d’Entreprise Automobiles richtte zich later op de Brabantse busvervoerder BBA en kocht in 2001 de aandelen van het bedrijf. CGEA zag via BBA meer kansen om het openbaar vervoer in Nederland te gaan verzorgen. |
|||||||||||
| Loctype NS 2200: | |||||||||||
Helaas hebben wij deze loc nog niet op foto. Heeft u een zelfgemaakte foto die wij |
|||||||||||
NS / LoversRail 2202 |
NS / Lovers Rail 2207 |
NS / Lovers Rail 2211 |
|||||||||
NS / Lovers Rail 2215 |
|||||||||||
| Loctype HLE 25.5: | |||||||||||
| . | |||||||||||
NMBS 2554 |
|||||||||||