![]() |
|||||||||||
Treinen in Nederland.nl
|
Stichting 2454 CREW 2296 |
||||||||||
Info over de locomotief: |
|||||||||||
In de jaren '50 bestelde NS 280 diesellocomotieven om de laatste stoomtreinen buitendienst te nemen. Om de locomotieven sneller in te kunnen zetten bestelde NS 2 series, de Amerikaanse 2200 en de Franse 2400 serie. Door Allan is de eerste serie 2200's tussen 1955 en 1958 gebouwd, de 2201 t/m 2300. Door Schneider in Frankrijk is de tweede serie (2301 t/m 2350) gebouwd tussen 1956 en 1958. De motoren werden gebouwd door Stork, de elektrische installatie door Heemaf. Alle 2200'en werden in een totaal bruine kleur met een gele horizontale band afgeleverd. De diesellocomotieven serie 2200-2300 werd vanaf 1955 ingezet door NS. Door de komst van de 2200 en 2400 serie werden de meeste oorlogdiesellocomotieven van de serie 2000 in 1958 opgeslagen in Roosendaal. In 1960 werden alle locomotieven van die serie gesloopt. In 1958 zijn alle locomotieven op de baan gekomen en ging de laatste stoomlocomotief, de 3737, op 7 januari 1958 buitendienst. De maximumsnelheid van van de serie 2200-2300 bedraagt 100 km/u. De locomotieven van de serie 2200-2300 werden veelvuldig gebruikt voor het rijden van zware goederentreinen, bijvoorbeeld ertstreinen, vanuit de Rotterdamse haven. Speciaal hiervoor konden de locomotieven multiple bediend worden. Dit wil zeggen dat maximaal vier locomotieven tegelijk door één machinist bediend kon worden. In het begin werden de 2200'en voor goederen- en voor reizigerstreinen ingezet. Er werden dan drie of vier rijtuigen tussen twee locomotieven in geplaatst. In de wintermaanden werd er gebruikgemaakt van een verwarmingswagen met ingebouwde stoomketel om de rijtuigen te verwarmen. Later zijn de locs voornamelijk goederentreinen gaan rijden. Na Spoorslag '70 gingen een aantal locomotieven weer terug de reizigersdienst in omdat er te weinig dieseltreinen waren voor de diensten. De 2200 locomotieven waren goed geschikt om te heuvelen, daar werden er ook een aantal voor gebruikt. Heuvelen is een manier van rangeren waarmee een goederentrein bovenaan een heuvel wordt geduwd en elke wagon apart naar beneden te laten rollen om ze zo te verdelen over verschillende treinen. Voor het heuvelen kregen de locs enkele aanpassingen waaronder de toevoeging van een Wabco installatie. Vanaf 1968 werden een aantal locomotief radiografisch bestuurbaar gemaakt, de locs kregen een R op de zijkant en werden vernummerd naar de 2361 t/m 2384. Vanaf 1971 werden alle locomotieven, behalve de 2275, in de nieuwe geel-grijze kleurstelling van NS geschilderd. In 1985 bestelde NS 60 diesel locomotieven van het type Mak DE 6400 bij Maschinenbau Kiel, later Vossloh. De 6400-en werden ingezet ter vervanging van de toen ongeveer 35 jaar oude 2200 en 2400 series. In 1989 kwam er een vervolg serie van nog eens 60 6400'en. In 1985 werd begonnen de locomotieven af tevoeren. Er werden een aantal locomotieven door de NS verkocht aan andere vervoerders. In 1995 werden er 25 2200'en aan NMBS verkocht, ze werden gebruikt voor de aanleg van de HSL in België en rangeerwerkzaamheden in de Antwerpse haven. De locs werden genummerd in de 7601 t/m 7625. In 2002 gingen alle locs buiten dienst. In 1998 bij de opsplitsing van de NS zijn nog slechts vijf locomotieven inzetbaar. Deze kwamen terecht bij NS Cargo (later Railion) en deden nog dienst in Zeeuws-Vlaanderen. In 1995 kreeg de 2384 (ex 2342) als enige 2200/2300 een NS Cargo rode kleurstelling. In 2003 werden de laatste 2200-en door Railion buiten dienst gesteld. De Stichting Museum Materieel Railion (SMMR) heeft de 2225, 2278 en de 2368 overgenomen. Na de actieve dienst van de 2368 (ex 2296) bij NS en later Railion is de loc eigendom geworden van de Stichting Museum Materieel Railion. De 2368 is de enige bewaarde radiografisch bestuurbare 2200. Shunter heeft de locomotief in 2014 overgenomen om in te zetten voor rangeerwerkzaamheden. In ruil daarvoor mag de SMMR de werkplaats kosteloos gebruiken. De loc is echter nooit ingezet voor rangeerwerkzaamheden. Aan de locomotief werd niets gedaan en Shunter heeft de loc in begin 2019 aan het techniekmuseum in Hengelo geschonken. Hun doel is om de 2296 in zijn originele bruine kleur als object in Hengelo te plaatsen. De loc zou dan tentoonstaan als symbool voor de Hengelose metaalindustrie. Door de metaal- en textielindustrie groeide de bevolking het begin van de twintigste eeuw snel in Hengelo. Door de bloeiende metaal industrie kreeg Hengelo de naam 'Metaalstad'. De gemeente Hengelo wilde de locomotief niet tentoongesteld hebben, hierdoor werd naar een nieuwe eigenaar gezocht. De loc stond nog steeds bij Shunter op de Waalhaven in de buitenlucht opgesteld. Op 1 december 2022 nam Stichting 2454 CREW de 2296 / 2368 over. De locomotief stond tijdens de overname bij Alstom (voorheen Shunter) opgesteld waar de loc al jaren stond. De 2296 / 2368 is de enige bewaarde 2200 / 2300 met radiografisch besturing en een frontsein midden op de neus. Op 28 juli 2023 werd de locomotief opgehaald bij Alstom en naar de werkplaats in Roosendaal gebracht. Bij de 2454 CREW zal de locomotief weer het nummer 2296 krijgen. Daarnaast zal de locomotief worden in zijn laatste toestand (geel-grijs met A-frontsein) zoals de locomotief jaren bij Shunter / Alstom heeft gestaan. |
|||||||||||
OVnieuws.info
|
|||||||||||
Goederentreinen.nl
|
|||||||||||
Contact |
|||||||||||
De 2296 staat in de bruine een twee tinten grijze grondverf buiten de locomotievenloods in Roosendaal. 5 oktober 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De nieuw verworven 2368 / 2296 van 2454 CREW wordt grondig onderhanden genomen tijdens de Open Monumentendagen 2023, 9 september 2023.© TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Shunter 2296 / 2368 staat op de Waalhaven opgesteld. 14 april 2018. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 2368 staat op het terrein van de werkplaats in Tilburg. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||