NS 515 615P (uit 1919)
Info over de goederenwagon:

In 1902 werd door de overheid het bedrijf Staatsmijnen in Limburg opgezet om steenkool uit de Zuid-Limburgse grond te winnen. In 1906 werden de eerste kolen uit de Zuid-Limburgse mijnen gehaald. De Staatsmijnen hadden vier mijnbedrijven in Zuid-Limburg: de Wilhelmina in Landgraaf, de Emma in Hoensbroek, de Hendrik in Brunssum en de Maurits in Geleen. Voor het vervoer van mensen en materialen werden bij de mijnen enorme spooremplacementen gebouwd. Hier stonden honderden kolenwagens tegelijk klaar om de kolen verder Nederland in te vervoeren. Voor het logistieke vervoer en het rangeerwerk op de mijnen werd door de Staatsmijnen het Spoorweg- En Expeditiebedrijf (S.E.B.) opgericht.

Voor intern transport bij de mijnen bestelde de S.E.B. een serie tweeassige ketelwagons. Voor deze bestelling bouwde het Duitse Wagonfabrik Uerdingen onder andere in 1919 de 10402 en Talbot in Aachen (Duitsland) bouwde in 1920 de 10213-03. De 10402 is tegenwoordig te zien in het Spoorwegmuseum, de 10213-03 is eigendom van de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (ZLSM). De ketelwagons hebben een maximale snelheid van 80 km/u. De 10402 en 10213-03 werden gebruikt voor het vervoer van creosootolie, wat duidelijk op de wagons te lezen is. Creosootolie, ook wel teerolie genoemd, werd bij de chemische industrie van de Staatsmijnen geproduceerd. Een van de dingen waarvoor teerolie werd gebruikt, was het impregneren van houten dwarsliggers. Hierdoor waren de dwarsliggers beter beschermd en gingen ze langer mee. De houten dwarsliggers werden overal in heel Nederland gebruikt. Tegenwoordig is het impregneren met teerolie in veel Europese landen verboden vanwege de gezondheidsrisico's. In Nederland liggen nog steeds op enkele plaatsen de geïmpregneerde houten dwarsliggers. Toen de ketelwagons werden toegelaten op het Nederlandse hoofdspoor, kregen de wagons NS-nummers. De 10402 kreeg het nummer 515 615P en de 10213-03 het NS-nummer 515 637P. De 'P' betekent dat de wagons in particulier eigendom zijn. Op 31 december 1974 werd de Oranje-Nassau I als laatste kolenmijn in Nederland gesloten. De Nederlandse Spoorwegen zette de ketelwagons verder in het hoofdnet.

De Staatsmijnen schonken in 1987 de ketelwagon 515 615P aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. In 2009 werd de ketelwagon geschilderd en kreeg de tekst 'Staatsmijnen creosootolie' en het oude logo van de staatsmijnen. In 2025 werd de ketelwagon, die inmiddels geheel onder de alg groene zat, weer opnieuw zwart geschilderd.

De NS 515 615P heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De ketelwagen NS 515 615P in Utrecht. 22 december 2024. © TreinenInNederland.nl
   
 
De ketelwagen NS 515615 en de Silowagen Ubcs NS 99625. 22 december 2024. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
De Ketelwagen NS 515615 staat bij het Spoorwegmuseum opgesteld. 22 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
De ketelwagen NS 515615 uit 1919 staat tentoongesteld. Open Trein Festijn, 26 mei 2022. © TreinenInNederland.nl