![]() |
|||||||||||
Rijtuig HSM 501 (originele serie gebouwd tussen 1885 en 1891, replica in
dienst vanaf 2019) |
|||||||||||
Info over het rijtuig: |
|||||||||||
De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) liet tussen 1885 en 1891 35 houten rijtuigen bouwen in Haarlem. De rijtuigen kregen de nummers C 228 t/m C 235, C 244, C 245 en C 273 t/m C 297. De houten rijtuigen hadden twee assen en aan beide zijden open balkons. De rijtuigen waren niet voorzien van een toilet of stoomverwarming. De rijtuigen waren gebouwd met het doel ze in te zetten op internationale diensten naar Parijs. Naast de internationale reizen bleken de rijtuigen echter ook geschikt voor binnenlandse diensten of zelfs ritten op lokaalspoorlijnen. Een van de lokaalspoorlijnen waar de rijtuigen werden ingezet was de spoorlijn Hoorn - Medemblik, waar ze vanaf 1887 werden ingezet. De gehele serie rijtuigen werd al binnen enkele jaren voorzien van het Westinghouse-remsysteem. Met het Westinghouse-remsysteem kon de locomotief door middel van een doorgaande luchtleiding de remmen van alle rijtuigen bedienen. Als een koppeling zou breken, werd met het Westinghouse-remsysteem automatisch een snelremming uitgevoerd. Daarnaast werden de rijtuigen voorzien van stoomverwarming. Enkele rijtuigen van de serie die in internationale diensten reden, kregen een toilet aan boord. Na de Eerste Wereldoorlog werd de gehele serie rijtuigen nog maar uitsluitend ingezet op lokaalspoorlijnen verspreid over het land. De rijtuigen die eerder een toilet ingebouwd hadden gekregen, behielden deze. Hiermee zijn dit een van de weinige lokaalspoorrijtuigen die een toilet hebben gehad. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Staatsspoorwegen (SS) waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) door eerdere fusies en het overnemen van de exploitatie van andere spoorbedrijven de grootste spoorvervoerders in Nederland. De bedrijven concurreerden hevig met elkaar, maar vanwege de oorlogsdreiging werden beide spoorbedrijven tijdens de oorlog onder militair gezag geplaatst. Vanwege de tekorten door de oorlog richtten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw belangengemeenschap op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). Onder het nieuwe samenwerkingsverband werkten de bedrijven nog beter samen. In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. Er werd gekozen om alle treinen donkergroen te schilderen. NS koos voor een donkere kleur, zodat de treinen minder vies werden. Na de oorlog kregen de treinen en trams hevige concurrentie van bussen, personenauto's, fietsen en vrachtwagens. Andere kleinere, nog bestaande spoorbedrijven lieten vanwege de verliezen hun exploitatie overnemen door de NS. Per 1 januari 1938 werden alle vervoerders waarvan NS de exploitatie verzorgde geheel gefuseerd en was NS nog het enige spoorbedrijf dat op het hoofdspoor reed. Op de tram- en lokaalspoorlijnen reden nog wel andere bedrijven. De HSM-rijtuigen werden in 1921 vernummerd van C 228 t/m C 235, C 244, C 245 en C 273 t/m C 297 naar de NS-nummers C 74 t/m C 100 en C 214 t/m C 221. NS zette de rijtuigen, net als de HSM op het laatst, nog uitsluitend in op de lokaalspoorlijnen. Nadat de serie uit de reizigersdienst werd gehaald, werd één rijtuig gebruikt als dienstwagen. Dit rijtuig kreeg het nummer NS 177 091. De NS 177 091 werd uiteindelijk ook afgevoerd. In de beginjaren van de Museumstoomtram kocht men rijtuigen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland om extra zitcapaciteit te creëren. De SHM koos voor buitenlandse rijtuigen omdat Nederlandse historische rijtuigen veel schaarser zijn en de restauratie daarvan langer duurt en kostbaarder is. Nadat de Museumstoomtram meer Nederlandse rijtuigen tot haar beschikking kreeg, werd besloten de buitenlandse rijtuigen af te stoten zodra deze gemist konden worden. Deze rijtuigen hebben historisch namelijk geen enkel verband met de Nederlandse tramlijnen. In de jaren '90 werden de laatste Duitse rijtuigen afgestoten en in 2012 werden de Zwitserse rijtuigen B61 t/m B64 en het Zwitserse restauratierijtuig WR 65 afgestoten. De Zwitserse museumclub Seetal-Wagen nam de rijtuigen over voor geplande inzet op de museumlijn Etzwilen – Singen. Hiermee keerden de rijtuigen terug naar hun thuisland. Hoewel de Duitse en Zwitserse rijtuigen gemist konden worden, bleven de 'Oostenrijkers' van belang voor het vervoer van reizigers. Nadat de Museumstoomtram de Zwitserse rijtuigen in 2012 had afgestoten, onderzocht de SHM in 2013 de haalbaarheid van de bouw van Nederlandse replicarijtuigen. Zo kan de capaciteit op de spoorlijn worden vergroot met prachtige oer-Hollandse rijtuigen. In het collectieplan 2012 – 2016 staat dat deze replicarijtuigen mogelijk een oplossing zijn om de laatste buitenlandse rijtuigen af te stoten. In 2014 begon de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik met de bouw van haar eerste replicarijtuig. |
|||||||||||
Vanwege de historische relevantie met de spoorlijn van de SHM werd besloten een rijtuig van de serie C 228 t/m C 235, C 244, C 245 en C 273 t/m C 297 na te bouwen. Deze rijtuigen reden vanaf 1887 op de spoorlijn naar Medemblik. In tegenstelling tot enkele van de internationale rijtuigen van de oorspronkelijke serie, kreeg het rijtuig bij de SHM geen toilet. Voor de replica gebruikte de SHM een stalen rongenwagen van het type Kbs met het nummer 333 0 637-8, gebouwd tussen 1955 en 1968. Het replicarijtuig is iets groter dan de originele serie en voldoet aan de moderne eisen. Een van deze moderne eisen is bijvoorbeeld een hekwerk rond de open balkons. De dichte platen aan de uiteinden van de balkons van de 501 waren wel bij de originele serie aanwezig, maar het overige hekwerk niet. De Museumstoomtram besloot om het replicarijtuig restauratievoorzieningen te geven, zodat de Oostenrijker 60 weer kon worden omgebouwd naar een reizigersrijtuig. De rijtuigen op lokaalspoorlijnen hebben nooit restauratierijtuigen gehad. Het restauratierijtuig kreeg niet een aansluitend nummer op de originele serie, maar het nummer 501. Het nummer 501 had aan het einde van de 19e eeuw aan een nieuwe serie rijtuigen van de HSM kunnen worden toegekend. De 501 kreeg een donkergroene kleur en bladgouden belettering die de HSM destijds op zijn rijtuigen toepaste. De SHM 501 komt vooral in de afwerking tot in de details overeen met de oorspronkelijke serie. Op 25 oktober 2019 maakte het restauratierijtuig zijn eerste publieke rit op de spoorlijn van de SHM. |
|||||||||||
Buffetrijtuig HIJSM 501 stond de hele dag in Medemblik. Hier konden bezoekers een hapje en een drankje bestellen. Bello festival 2024 (inclusief locomotievenparade), 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Loc 26 rijdt met zijn vier rijtuigen en buffetrijtuig HIJSM 501 langs met Meelmolen "De Herder". 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
In de lange reizigerstrein zat rijtuig 501 van de SHM. Bello Festival (by Night) van de SHM, 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||