![]() |
|||||||||||
RSTM 2 (gebouwd in 1888)
|
|||||||||||
Info over de locomotief: |
|||||||||||
In de jaren '30 van de 19e eeuw werden de eerste spoorlijnen in Amerika aangelegd. Voor de tramlijnen die langs de wegen liepen, werden speciale vierkante tramlocomotieven ontwikkeld. De tramlocomotieven hadden een vierkante vorm; zo leken ze meer op de rijtuigen die ze trokken. Het idee was dat paarden (die destijds nog veelvuldig op de wegen te zien waren) minder zouden schrikken van de voorbijrijdende trams als de locomotieven dezelfde vorm kregen als de rijtuigen. De wielen werden afgeschermd om in geval van een ongeluk zoveel mogelijk letsel en schade te voorkomen. In Amerika noemde men deze locomotieven 'steam dummies'. Toen in Nederland de eerste spoorlijnen werden aangelegd, bleek al snel dat het financieel niet haalbaar was om overal in Nederland spoorlijnen voor treinen aan te leggen. Op 9 augustus 1878 werd de Wet op de Locaalspoorwegen aangenomen. Met deze wet kregen spoorlijnen waar met licht materieel een lage snelheid werd gereden versoepelingen ten opzichte van de strengere regels in de Spoorwegwet uit 1875. Stoomtrams die niet harder dan 15 km/u reden, waren zelfs helemaal vrijgesteld van de Spoorwegwet. De trams mochten ook, met slechts 15 km/u, op de openbare weg rijden. Door deze versoepeling konden goedkopere spoorlijnen in bijvoorbeeld de berm van wegen worden aangelegd. Hierdoor werd het financieel mogelijk om het rustige platteland met de steden en grotere knooppunten te verbinden. Rond deze tijd werden door het hele land vele trambedrijven opgericht. Een jaar nadat de wet voor de lokaalspoorwegen werd aangenomen, reed de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS) op 1 juli 1879 de eerste stoomtram in Nederland op de vijf kilometer lange spoorlijn van Den Haag naar Scheveningen. Voor de tramlijnen die langs de wegen en door de straten reden, werd de vierkante vorm van tramlocomotieven vanuit Amerika overgenomen. In 1880 werd de 'Wet openbare middelen van vervoer 1880' aangenomen, waardoor openbaar vervoer zonder voorafgaande vergunning mocht rijden. De stoomtrams waren wel gebonden aan de regels van de verschillende gemeenten en wegbeheerders. Eind 1882 waren er al achttien bedrijven die stoomtrams exploiteerden. Vanaf 1889 mocht de snelheid van trams als ze op de openbare weg reden worden verhoogd van 15 km/u naar 20 km/u. De 'Wet openbare middelen van vervoer 1880' bleek een oerwoud aan verschillende regels te creëren, waardoor in 1902 het 'Tramweg- en vereenvoudigd locaalspoorwegreglement' inging. Hiermee werden de regels voor trambedrijven landelijk vastgelegd. De snelheid op tramwegen werd vastgesteld op 20 km/u en de snelheid van lokaalspoor werd verhoogd naar 35 km/u. De tram- en lokaallijnen die een eigen baan hadden naast de weg of in een weiland vielen onder de laatste categorie. Vooral de normaalsporige trambedrijven die goederenwagons van en naar het hoofdnet vervoerden, breidden na deze snelheidsverhoging hun netwerken verder uit. Met de versoepelde regels werden in hoog tempo nieuwe trambedrijven opgericht en werden bestaande netwerken flink uitgebreid. In 1915 werden er meer goederen per tram vervoerd dan over de weg. Na 1920 werd de snelheid op de tram- en lokaallijnen nog verder verhoogd van 35 km/u naar 45 km/u. Op het hoogtepunt in 1922 lag er in Nederland 2506 kilometer tramlijn, waarop 47 bedrijven met 586 locomotieven reden. De grootste fabrikant van Nederlandsche vierkante tramlocomotieven was de Machinefabriek Breda v/h Backer & Rueb. Van de in totaal ongeveer 500 vierkante tramlocomotieven die in Nederland hebben gereden, leverde de Machinefabriek Breda tussen 1883 en 1912 meer dan 200 locomotieven. De kenmerkende vierkante tramlocomotieven van de Machinefabriek Breda kregen de bijnaam 'Backertjes'. In de praktijk schrokken de paarden niet minder door de vierkante vorm van de tramlocomotieven, doordat er veel geluid en stoom uit de machines kwam. De vierkante trams, die dicht langs de steeds drukker wordende wegen liepen, waren berucht door hun vele dodelijke ongelukken. Hierdoor kregen ze de lugubere bijnaam 'Moordenaar'. De bijnaam werd in grote delen van Nederland gebruikt, maar er waren ook enkele varianten van. Zo heette de tram van de Gooische Stoomtram de 'Gooische moordenaar' en de tram die van Den Bosch naar Helmond reed kreeg de bijnaam 'Goede moordenaar'. In Noord-Brabant kregen de trams die bijnaam, omdat ze naast hun vele dodelijke ongelukken toch belangrijk waren voor de omgeving. Later werden tramlijnen steeds vaker als vrije baan gebouwd in plaats van tussen het wegverkeer. Hiermee werd het vierkante model van de tramlocomotieven losgelaten. Er zijn drie vierkante stoomtramlocomotieven met een spoorbreedte van 1435 mm in Nederland bewaard. De RSTM 2 uit 1881 van het Spoorwegmuseum, de HTM 8 uit 1904 (het enige bewaarde Backertje voor normaalspoor) en de GS 18 uit 1921 zijn alle drie te zien bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. |
|||||||||||
Voor haar eerste (en tevens enige) tramlijn bestelde de Rijnlandsche Stoomtramweg-Maatschappij een serie van vijf vierkante tramlocomotieven bij Merryweather & Sons, in Greenwich bij Londen. Merryweather & Sons was een bedrijf dat gespeciliseerd was in het bouwen van stoombrandweerwagens. Toen in Europa de eerste stoomtrams opkwamen, besloot Merryweather & Sons zich te richten op deze markt. In de 19e eeuw bouwde het bedrijf bijna tweehonderd stoomtrams, deze machines werden voornamelijk in Europa ingezet. In Nederland kwamen vijftien trams van de fabrikant in dienst. Van alle door Merryweather & Sons gebouwde trams is de RSTM 2 als enige in de wereld bewaard. Destijds was het gebruikelijk dat stoomtreinen werden gebouwd in Engeland. Daar zijn de machines immers uitgevonden en hadden ze de kennis om ze te bouwen. De RSTM 2 werd in 1881 geleverd. Kenmerkend voor de eerste stoomtrams in ons land is het lichte gewicht. De RTSM 2 heeft een leeg gewicht van 6,5 ton en een dienstvaardig gewicht van slechts 8,7 ton. Daarnaast is het kenmerkend dat er veel aandacht was besteed aan het schilderwerk van de locomotief, zo heeft de RSTM 2 veel details in het schilderwerk. De RSTM 2 had ook een handbel, in plaats van een stoombel dat veel latere machines kregen. De RSTM zette haar vijf trams vanaf 1881 in op het traject tussen Katwijk aan Zee en Rijnsburg. Dit was maar twee jaar nadat soortgelijke tramlocomotieven, ook gebouwd door Merryweather, op de eerste stoomtramverbinding in ons land (tussen Den Haag en Scheveningen) gingen rijden. De RTSM 2 lijkt daarom ook erg veel op de eerste stoomtrams die in Nederland reden. Nadat de trams twee jaar dienst deden bij de RSTM, nam de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij (HSM) de exploitatie van de spoorlijn over van de RSTM. De RSTM 2 kreeg bij de HSM het nummer 216. De HSM bouwde de tramlijn door naar Oegstgeest en Leiden. In 1909 nam de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij het vervoer op de tramlijn over van de HSM. De lijn Katwijk - Leiden werd in 1911 geëlektrificeerd. De HSM 216 werd toen verplaatst naar de spoorlijn Haarlem - Heemstede. Tot in 1932 was de locomotief, inmiddels omgenummerd naar 23 en daarna A15, in dienst van de NZHTM. Nadat de locomotief in 1932 buitendienst was gesteld, redde de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS) de oude RSTM 2 en nam hem een jaar later over. Tussen 1933 en 1965 werd de locomotief opgesteld in Boxtel, Roosendaal, Maastricht, Almelo en Arnhem. In Roosendaal raakte de locomotief tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1943 zwaar beschadigd door een bombardement. De NVBS besloot de RSTM 2 aan het Spoorwegmuseum te schenken. In 1965 en 1966 werd de tramlocomotief in de NS-werkplaats in Onnen weer gerestaureerd en teruggebracht naar zijn originele uiterlijk, de RSTM 2. In 1966 werd hij naar het Spoorwegmuseum in Utrecht gebracht en officieel opgenomen in de collectie van het museum. Tijdens de grote verbouwing van het Spoorwegmuseum werd de RSTM 2 vanwege ruimtegebruik tussen 2003 en 2005 tijdelijk tentoongesteld bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Na de verbouwing keerde de tram weer terug naar Utrecht. In het collectieplan 2012 - 2016 van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik stond een lijstje van een aantal objecten waarvan zij mogelijk een replica zouden bouwen, aangezien deze objecten van zeer grote historische waarde zijn voor de SHM. Een van deze objecten was een eerste generatie vierkante stoomtramlocomotief uit de 19e eeuw. In het plan stond dat het Spoorwegmuseum over zo'n tramlocomotief, de RSTM 2, beschikt en dat bruikleen wellicht mogelijk zou zijn. Daarnaast stond in het plan dat men meer objecten uit de 19e eeuw hoopt te verwerven, aangezien deze periode slecht vertegenwoordigd was bij de SHM. In 2017 is de RSTM 2 in permanente bruikleen gegeven aan de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De Museumstoomtram zal de RSTM 2 niet in rijvaardige staat herstellen, de tramlocomotief wordt in de werkplaats in Hoorn tentoongesteld. Om de tramlocomotief weer in rijvaardige staat te restaureren moet dusdanig veel worden aangepast dat, dat ten koste gaat van het authentieke uiterlijk van de historische tramlocomotief. Daarnaast heeft de RSTM 2 een maximumsnelheid van 20 km/u, deze zal voor gebruik bij de SHM moeten worden verhoogd naar 30 km/u. Op 17 mei 2022 maakte de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik bekend dat de Tramweg-Stichting de C106 heeft overgedragen aan de SHM. De C106 is de oudste nog bewaard gebleven stoomtramgoederenwagen in Nederland. De RSTM 2 en de NZH C106 (gebouwd in 1882, één jaartje jonger dan de RSTM 2) hebben zeer waarschijnlijk vroeger samen dienstgedaan. Ze worden beide tentoongesteld als onderdeel van de presentatie over de geschiedenis van de stoomtrams in Nederland. Later zal de WSM 23 ook aan deze presentatie worden toegevoegd. De RSTM 2 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De RSTM 2 is de oudste bewaarde tramlocomotief in Nederland en tevens een van de oudste bewaarde ter wereld. De tram is een van de allereerste typen stoomtramlocomotieven die in Nederland dienst hebben gedaan. |
|||||||||||
De RSTM 2 en de NZH C106 staan voor het Bello Atelier. Bello Festival 2025, 4 juli 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De RSTM 2 staat in de werkplaats in Hoorn. Bello Festival (by Night) van de SHM, 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||