In beeld: Spoor vol Avontuur bij de Stoomtrein Goes - Borsele

25-08-2026 / 19.55 uur
GOES -
In het weekend van 18 en 19 juli 2026 heeft de Stoomtrein Goes - Borsele het evenement 'Spoor vol Avontuur' gehouden. Vanwege diverse oorzaken was het inmiddels al meer dan drie jaar geleden dat de SGB een groot evenement hield. Tijdens het evenement 'Sporen naar het Verleden' in 2023 waren wij er ook bij. Tijdens het festival reed historisch dieselmaterieel van de Nederlandse Spoorwegen een uitgebreide

dienstregeling over de spoorlijn van de SGB tussen Goes en Hoedekenskerke. De SGB zette haar eigen prachtige replicamotorwagens omC 909 en Omc 910 in. De serie 'Ome Ceesjes' liet NS in 1927 bouwen om de spoorlijnen Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland (SZB) te bedienen. De huidige spoorlijn van de SGB is een van deze drie spoorlijnen van de SZB. Naast het eigen materieel van de SGB was de Stichting 2454 CREW met haar dieseltreinstel Plan U 151 en diesellocomotief 2454 te gast. Beide treinen dragen de gele huisstijl die NS haar materieel sinds eind jaren '60 gaf. Oorspronkelijk zou de rode Plan U 114 van de stichting naar Zeeland komen, maar helaas is de restauratie van dit treinstel nog niet afgerond.

Aanhankelijk wilde de SGB haar eigen stoomlocomotief nummer 3 uit 1928 laten rijden op de spoorlijn tussen Goes en Hoedekenskerke. Vanwege de aanhoudende droogte mocht de SGB niet met stoomtreinen rijden. In samenwerking met de Stichting 2454 CREW kwam de NS 2454 als waardige vervanger van de stoomlocomotief naar Zeeland. De 2400 uit 1955 reed met een sleep historische rijtuigen bestaande uit de Blokkendozen NS mC 9015, Cec 8533 en B 7507, het internationale rijtuig NS AB7216 en bagagerijtuig Stalen D D 7603. Tussen de intensieve dienstregeling die de drie reizigerstreinen reden, reed ook een historisch kort NS-buurtgoederentreintje over de spoorlijn. Deze goederentrein werd gevormd door de donkergroene Sik 264 met de GTO 69069 en de Dg 2686.

Op het museumterrein in Goes waren naast de vele Nederlandse historische treinen diverse activiteiten te doen. Bezoekers konden de kleinste locomotief, de Oersik 122 uit 1931, trekken. Er werd ook een rangeerspel met echte goederenwagons gehouden. Bij proefstations van ZiltZoetZeeland konden bezoekers de smaken van Beveland proeven. Voor de kinderen lagen er legostenen, stond er een springkasteel en konden ze deelnemen aan de vossenjacht.

Naast de activiteiten van de Stoomtrein Goes - Borsele zelf konden bezoekers diverse andere musea uit de buurt bezoeken. Bij de halte Nisse gaf het Trekkermuseum demonstraties. Met drie museumbussen van Stichting RTM Ouddorp en Stichting Veteraan Autobussen konden bezoekers reizen tussen het terrein van de Stoomtrein Goes - Borsele in Goes, het Historisch Museum De Bevelanden in Goes en het Zeeuws Fruit Museum in Kapelle.

Wij bezochten beide dagen het evenement 'Spoor vol Avontuur' en maakten daar onderstaande uitgebreide foto- en filmreportage van.

 
 
   
   
   
     
 
Bekijk onze filmbeelden.
 
De gele Plan U 151 van de Stichting 2454 CREW staat in Goes klaar om aan de dag te beginnen en naar Hoedekenskerke te rijden. Links van het dieseltreinstel staan de NS 1218, NS 620 en de NS D 6044. Deze treinen vormen samen met de Sik 210 de tentoonstelling 'De treinen
van de wederopbouw'
.
 
 
 
De Plan U bij vertrek uit Goes.
 
De omC 909 en omC 910 zijn net uit Goes vertrokken en rijden ter hoogte van de Poelweg naar Hoedekenskerke.
 
Na de motorwagens reed de NS 2454 van de Stichting 2454 CREW met de Blokkendozen NS mC 9015, Cec 8533 en B 7507,
het internationale rijtuig NS AB7216 en bagagerijtuig Stalen D D 7603.
 

Tussen 1928 en 1931 liet de Nederlandsche Spoorwegen haar eerste volledige stalen rijtuigen bouwen. De rijtuigen kregen de nummers AB7201 t/m 7221 en C7201 t/m C7206. De rijtuigen zijn voorzien van karakteristieke ovale ramen aan de uiteinden van de zijkant van de rijtuigen. Het interieur van de rijtuigen van de serie 7200 was luxe uitgevoerd. De rijtuigen waren toegelaten in veertien landen en werden daarmee in grote delen van Europa ingezet. Sinds 1928 hebben de rijtuigen vele verre internationale reizen gemaakt. De rijtuigen werden vanaf 1961 in de internationale dienst vervangen door modernere rijtuigen, waardoor de serie enkel nog binnenlands werd ingezet. Rijtuig AB7216 kreeg na diverse vernummeringen het nummer B6196.

NS stelde tussen 1968 en 1970 de gehele serie terzijde. Rijtuig B6196 werd in maart 1970 door NS afgevoerd. In juni 1971 werd het rijtuig naar Heerlen overgebracht om te dienen als opslagruimte voor schoonmaakmaterialen. Toen het rijtuig in Heerlen overbodig was geworden, verkocht NS in december 1979 het rijtuig aan de Stoomtrein Goes - Borsele. Op 11 juni 2008 werd de geheel gerestaureerde NS AB7216 door de toenmalige minister-president Jan Peter Balkenende officieel in dienst gesteld.

De NS AB7216 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. 

 
De Plan U rijdt ter hoogte van de Schottersweg in Goes naar Hoedekenskerke.
 
De 151 rijdt parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg richting station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke (SGB).
 
De Ome Ceesjes rijden parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg richting station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke (SGB).
 
De geel-grijze 2454 rijdt met de NS-rijtuigen rijdt een kilometer verder parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg naar Hoedekenskerke.
 
De omC 909 en omC 910 rijden over een sloot parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg richting Hoedekenskerke.
 

De Sik 264 is met de begeleidingswagen Dg 2686 en GTO 69069 aangekomen bij het eerste station op de lijn:
station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke.

 

Eind jaren '20 wilde de Nederlandsche Spoorwegen op alle emplacementen, voornamelijk bij stations, een rangeerlocomotief gestationeerd hebben. Nadat in 1927 en in 1929 twee prototype-locomotieven (met de nummers 101 en 102) waren geleverd, besloot NS tussen 1930 en 1932 vijftig locomotoren bouwen. De rangeerlocs, nummers 103 t/m 152, mochten door hun eenvoudige bediening naast machinisten ook worden bediend door rangeerders. De rangeerders hadden een lager loon, wat de locomotieven ook goedkoper maakte. De locomotieven waren eigenlijk te zwak voor het rangeerwerk waarvoor ze bedoeld waren. NS had behoefte aan sterkere rangeerlocomotieven en plaatste in 1934, twee jaar nadat de laatste locomotor was geleverd, een proeforder van twaalf rangeerlocomotieven bij Werkspoor. De locomotieven kregen de nummers 201 t/m 212 en werden donkergroen geschilderd. De locs krijgen door de uitlaatfluit en het mekkerende geluid de bijnaam 'Sik'. De voorgangers van de serie 100 kregen de bijnaam 'Oersik'. Daarnaast reden ze ook met lichte goederentreinen op de hoofdbaan en op tramlijnen. De Sikken waren zo'n succes dat tussen 1935 en 1940 nog 109 machines werden gebouwd door Werkspoor in Amsterdam en de Centrale Werkplaats Zwolle. Tijdens de oorlog werden maar liefst 72 Sikken meegenomen naar het oosten, waarvan er uiteindelijk zestig terugkeerden. Tussen 1948 en 1951 bestelde NS 48 nieuwe Sikken bij Werkspoor in Amsterdam. Hiermee komt het totaal aantal Sikken dat bestaan heeft op 169, de 201 t/m 369. Door de komst van de nieuwe Sikken werden de laatste Oersikken in 1950 buitendienst gesteld. Vanwege het teruglopen van het buurtgoederenvervoer verkocht NS in 1952 al voor het eerst twee Sikjes aan particuliere ondernemingen.

Op 29 juli 1991 werd in de Europese Unie de nieuwe richtlijn 91/440/EEG aangenomen, waarin onder andere staat dat directe staatsexploitatie van spoorwegen werd verboden. Door de nieuwe richtlijn werd besloten om NS in 1995 op te splitsen in diverse bedrijven. Een groot deel van de Sikken werd verdeeld onder meerdere spooraannemers. Strukton kreeg 44 Sikken, VolkerRail kreeg er 23, NBM Rail kreeg 17 Sikken en Railpro kreeg vijf locomotieven. Naar aanleiding van de verscherpte Europese richtlijn 95/63/EG trad in Nederland op 1 november 1999 artikel 7.17c van het Arbeidsomstandighedenbesluit in werking. De treeplanken aan de zijkant van de oude Sikken werden hierdoor niet meer als veilig gezien. De nieuwe arbowetgeving betekende het einde van de laatste Sikken in Nederland. Aangezien het economisch niet waard was, werd bij de spooraannemers geen enkele Sik voorzien van hekwerk om de treeplanken heen, en werden de Sikken terzijde gesteld. NedTrain gaf vanaf 2003 wel enkele van haar Locomotoren het nieuwe hekwerk. De laatste Sikken zijn in 2008 na een indrukwekkende 74 dienstjaren van het loctype buiten dienst genomen. De spooraannemers gaven veel van hun Sikken door aan spoorwegmusea of ze werden als monument geplaatst. Van de 169 Sikken zijn er ongeveer zeventig hierdoor bewaard gebleven.

 
 
Bij station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke zit Slaaptrein 1907 gevestigd. Bezoekers kunnen overnachten in het luxe Mitropa-rijtuig 20270, gebouwd in 1907. Momenteel wordt hard gewerkt aan rijtuig 2757 van de Compagnie Internationale des Wagon Lits.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het blauwe rijtuig 2757 van Compagnie Internationale des Wagon Lits gebouwd in 1926.
 
 
 
 
 
 
 
 
Slaaptrein 1907 werkt hard aan de bouw van een perron en spoor om de 2757 later op te plaatsen. Dan zal de 2757
ook te boeken zijn voor overnachtingen.
 
Later kwamen de omC 909 en 910 aan op station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke vanuit Goes.
 

Na de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) had Nederland het economisch zwaar. Vanaf de jaren '20 begon de welvaart toe te nemen en kreeg het spoor steeds meer concurrentie van het opkomende wegverkeer. Veel tram- en treinbedrijven zochten oplossingen om de exploitatie goedkoper uit te voeren om zo te kunnen concurreren. Op de rustige lijnen werden motorwagens ontwikkeld die geschikt waren voor eenmansbediening, waardoor naast de stoker de conducteur ook niet meer nodig was. In 1927 liet NS acht motorwagens met dieselmotoren bouwen om de drie nieuw aangelegde tramlijnen van de Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland (SZB) te bedienen. De huidige spoorlijn van de Stoomtrein Goes - Borsele is een van de oude tramlijnen van de Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland. De motorwagens kregen, net als de Mat'24 'Blokkendozen', de (versimpelde) olijfgroen/crème-huisstijl die de ZHESM Hofpleintreinen droegen. De omC-motorwagens waren gemaakt voor eenmansbediening, waardoor een conducteur niet meer mee hoefde. De motorwagens kregen de bijnaam 'Ome Ceesje'. Deze bijnaam danken de motorwagens aan hun typeaanduiding omC en aan het populaire personage 'Ome Keesje' uit het radiohoorspel 'De familie Mulder'. Al snel bleek dat de bussen, zoals bij meer tramlijnen, veel geliefder waren bij de reizigers dan de motorwagens.

In 1929 nam NS de omC 911 - omC 916 in dienst om vanuit het depot in Hoorn verschillende lijnen te bedienen. De huidge werkplaats van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik werd gebouwd voor deze motorwagens. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen donkergroene huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. In 1934 werd de spoorlijn tussen Gouda en Alphen aan den Rijn geopend. Alle motorwagens uit Hoorn en een paar uit Goes werden op de spoorlijn ingezet. Alle omC-motorwagens werden in 1938 weer naar Vlissingen gebracht voor diensten op de lijn Vlissingen - Goes. In 1938 en 1939 zijn de omC 903 t/m omC 908 omgebouwd tot montagewagen, de andere Ome Ceesjes bleven in reizigersdienst rijden. Begin jaren '70 werden de laatste omC-motorwagens, die nog dienst deden als montagewagens en sproeiwagens, gesloopt.

De Stoomtrein Goes - Borsele kocht in 2010 vier schienenbussen uit 1960 van de Prignitzer Eisenbahn in Duitsland. Het betroffen de motorwagens VT 798 643 en VT 798 680 en de bijwagens VS 996 770 en VS 996 783. De SGB heeft de railbussen gekocht met als doel twee replica's te bouwen van de omC-motorwagens. In 2010 werd begonnen om de motorwagen VT 798 643 om te bouwen naar een 'Ome Ceesje' met het nummer omC 909. Eind 2018 was het project klaar en kwam de omC 909 in dienst. De motorwagen werd voorzien van de crème met groene kleur zoals de omC-motorwagens in 1927 werden gebouwd. In 2016 werd begonnen om een volgende railbus van de omC 900-serie te bouwen. De bijwagen VS 996 783 werd omgebouwd naar de omC 910. Na zes jaar werk kwam de nieuwe omC 910 in dienst.

 
Het Mitropa-rijtuig 20270 en de omC-motorwagens.
 
De Ome Ceesjes kruizen met de Plan U 151 die vanuit Hoedekenskerke binnenrijdt.
 
 
De omC 909 en 910 vertrekken uit 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke naar Hoedekenskerke.
 
De motorwagens rijden de kleine halte Nisse binnen. Op de palen op de voorgrond staat de tekst 'Station' en 'Nisse'.
 
 
De Ome Ceesjes bij vertrek uit Nisse richting Kwadendamme.
 
De motorwagens enkele meters verderop.
 

De 2454 nadert met de rijtuigen NS mC 9015, Cec 8533 en B 7507, het internationale rijtuig NS AB7216 en bagagerijtuig Stalen D D 7603.
de overweg aan het Groenewegje in Kwadendamme.

 
De Sik 264 rijdt met de begeleidingswagen Dg 2686 en GTO 69069 door station Kwadendamme onderweg richting Hoedekenskerke.
 
 
Even later reden de Ome Ceesjes omC 909 en omC 910 station Kwadendamme binnen.
 
 
De gele Plan U 151 is zojuist uit Kwadendamme vertrokken en nadert de overweg aan de Slabbekoornseweg naar Hoedekenskerke.
 
De motorwagens rijden ter hoogte van de Slabbekoornseweg in Kwadendamme naar Hoedekenskerke.
 
De Sik 264, Dg 2686 en GTO 69069 naderen de Slabbekoornseweg in Kwadendamme naar Hoedekenskerke.
 

De NS 2454 nadert met de rijtuigenstam de overweg aan de Gravenpoldersestraat in Hoedekenskerke onderweg naar het eindstation.

Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de Nederlandse economie snel. Hierdoor kon Nederland, deels met het Amerikaanse Marshallplan, in de wederopbouw veel nieuw spoorwegmaterieel aanschaffen. Met de enorme modernisering wilde de Nederlandsche Spoorwegen in de jaren '50 stoomlocomotieven en houten rijtuigen buitendienst stellen. Ter vervanging van de stoomlocomotieven in het goederenverkeer op de lokaal- en hoofdspoorlijnen bestelde NS, naast de kleinere rangeerdiesellocomotieven, diesellocomotieven die geschikt zijn om op het hoofdspoor dienst te doen. NS bestelde 130 locomotieven van de serie 2400 bij het Franse Alsthom. De locomotieven waren gebaseerd op een standaardontwerp van Alsthom. De eerste 2400 werd in 1954 door Alsthom in het Franse Belfort geleverd in een hemelsblauwe kleur. Na de levering van de eerste twintig locomotieven besloot NS om de rest van de serie bruin te laten schilderen, net als de 2200'en. De 2400'en waren korter, zwakker en langzamer dan de gelijktijdig gebouwde 2200'en, waardoor de serie 2400 meer geschikt was voor diensten op lokaallijnen. In de jaren '60 ging het slecht met de Nederlandse Spoorwegen. De reizigersaantallen liepen terug, omdat steeds meer mensen een auto konden kopen. Daarnaast liep het goederenvervoer ook terug door de opkomst van vrachtwagens en de vondst van het Groningse gasveld. Het ontwerpbureau Teldesign, waar Gert Dumbar werkte als grafisch ontwerper, kreeg in 1967 van NS de opdracht om een geheel nieuwe huisstijl te ontwerpen. Gert Dumbar ontwierp het nieuwe logo en NS kreeg ook bedrijfsbreed een nieuwe, frisse kleur: geel. Alle treinen werden geel gemaakt, met onderling wel enkele verschillen. Alle locomotieven werden geel met grijs.

In de jaren '80 was de Nederlandse Spoorwegen op zoek naar een vervanger voor oude diesellocomotieven van de series 2200 en 2400. Er werd besloten om de locomotiefserie DE 1002 van Maschinenbau Kiel AG (MaK), met enkele aanpassingen, te bestellen. NS bestelde in 1985 en 1989 120 diesellocomotieven. De eerste locomotief van de nieuwe serie 6400 werd in 1988 geleverd. De Franse staatsspoorwegen toonde begin jaren '90 interesse in de 2400'en van NS. De SNCF kocht vijftig locomotieven, waaronder de 2454, van NS. Na hun diensten bij SNCF en VFLI Cargo in Frankrijk werden de 2413, 2424 en de 2454 in het Belgische Raever opgesteld. In 2016 haalde de Stoomtrein Goes - Borsele de 2424 en de Vereniging tot Behoud van Spoormaterieel Haarlem (BSH) de 2454 naar Nederland. De 2454 kreeg de geel-grijze huisstijl die de locomotief in de jaren '70 van NS kreeg. In 2020 staakte BSH haar activiteiten en werden bijna alle treinen van de stichting ondergebracht bij de Stichting 2454 CREW.

 
De 151 komt het eindstation Hoedekenskerke binnen rijden.
 
De motorwagens rijden de laatste overweg voor station Hoedekenskerke over.
 
De Plan U 151 staat in Hoedekenskerke te wachten om terug naar Goes te rijden.
 
De omC-motorwagens bij binnenkomst in Hoedekenskerke.
 
De gele Plan U 151 vertrekt Hoedekenskerke op de terugweg naar Goes.
 
De Sik 264 rijdt met de begeleidingswagen Dg 2686 en GTO 69069 station Hoedekenskerke binnen.
 
De Sik rijdt om zijn goederentreintje heen voor de terugweg.
 
 
De open goederenwagon GTO 69069 en begeleidingswagen Dg 2686.
 
 
Nadat de Sik was omgerangeerd, rangeren de omC 910 en omC 909 weer langs het perron.
 
Een historisch beeld: een korte buurtgoederentrein met daarnaast een motorwagen in het rustige Hoedekenskerke.
 
De goederentrein bij vertrek uit Hoedekenskerke.
 
De Sik 264 rijdt met de open goederenwagon GTO 69069 en begeleidingswagen Dg 2686 door de weilanden net buiten Hoedekenskerke.
 
Even later volgen de motorwagens omC 910 en omC 909 achter het korte goederentreintje.
 
De Sik 264, GTO 69069 en Dg 2686 de overweg aan de Slabbekoornseweg in Kwadendamme richting Goes.
 
De 'Ome Ceesjes' omC 910 en omC 909 naderen de overweg aan de Slabbekoornseweg in Kwadendamme richting Goes.
 

De NS 151 rijdt door de weilanden tussen Hoedekenskerke en Kwadendamme richting station Kwadendamme en Goes.

 

De NS 2454 rijdt met de Stalen D D 7603, AB7216 en de Mat'24-rijtuigen B 7507, Cec 8533 en mC 9015 door de weilanden tussen
Hoedekenskerke en Kwadendamme richting station Kwadendamme en Goes.

 
Speciaal voor het weekend kreeg de 2454 aan één zijkant weer een NS-logo opgeplakt. De locomotief mag met
dit logo niet op de hoofdbaan rijden.
 

Begin jaren '30 bestelde de Nederlandsche Spoorwegen veertig stalen bagagerijtuigen voor de binnenlandse getrokken treinen en vijf bagagerijtuigen voor internationale treinen. Tussen 1931 en 1933 werden de binnenlandse D 6061 t/m D 6100 en de internationale D 7521 t/m D 7525 geleverd. De bagagerijtuigen kregen snel de bijnaam 'Stalen D'. In 1937 werden zes binnenlandse Stalen D's omgebouwd voor de internationale diensten. De D 6095 t/m D 6100 werden omgebouwd en kregen de nummers D 7601 t/m D 7606. In 1954 werd besloten om de besmettelijke turkooise kleur te vervangen door het donkere Berlijns blauw. De olijfgroene 1000-serie en de Stalen D-bagagerijtuigen werden ook Berlijns blauw geschilderd. In 1960 beschikten de binnenlandse getrokken treinen over genoeg bagageafdelingen, waardoor er in het binnenland geen aparte bagagerijtuigen meer nodig waren. Van de binnenlandse Stalen D's werden er nog drie omgebouwd voor de internationale dienst en deze kregen de aansluitende nummers D 7618 t/m D 7620. De andere elf Stalen D's werden omgebouwd tot ongevallenwagens.

In de jaren '80 bestelde NS een groot aantal nieuwe intercityrijtuigen. Fabrikant Talbot in Aken (D) bouwde maar liefst 317 ICR-rijtuigen (ICR staat voor InterCity Rijtuig). Er werden 166 ICR-rijtuigen geleverd voor de internationale diensten. Van deze rijtuigen waren 51 tweede klasrijtuigen voorzien van een keuken en bagageafdeling (aanduiding BKD-rijtuigen). In 1981 waren de ICR BKD-rijtuigen geleverd en nam NS afscheid van de Stalen D-rijtuigen in de reizigersdienst. Begin jaren 2000 werden de laatste ongevallentreinen afgeschaft en hiermee werden ook de Stalen D's die als ongevallenwagens dienden buitendienst gesteld.

Deze Stalen D van de Stoomtrein Goes - Borsele kon de SGB in 1998 overnemen van de STIBANS (STIchting tot behoud van Af te voeren Nederlands Spoorwegmaterieel). De SGB restaureerde het rijtuig in de staat zoals het in 1937 is afgeleverd als de D 7603. In 1937 had NS het rijtuig laten verbouwen van de binnenlandse D 6097 naar de D 7603, die internationaal ingezet kon worden.

 
De Sik 264 rijdt met de open goederenwagon GTO 69069 en begeleidingswagen Dg 2686 naderen de overweg van het Groenewegje
tussen Kwadendamme en Nisse.
 
De omC 910 en omC 909 passeren de overweg van het Groenewegje tussen Kwadendamme en Nisse.
 
De Plan U komt het kleine Nisse binnenrijden.
 
Doordat de Plan U veel langer is dan het kleine perrontje kon slechte één bak van het treinstel langs het perron staan.
 
De Plan U 151 rijdt station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke binnen.
 
De 2454 rijdt met de rijtuigenstam station 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke binnen. Rechts staat de NS Sik 264
te wachten tot deze verder kan rijden.
 
Rijtuig mC 9015 achterop de trein.
 
De Ome Ceesjes rijden parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg tussen 's-Gravenpolder-'s-Heer Abtskerke en Goes.
 
Beide motorwagens een kilometer verder richting Goes.
 
De Sik 264 met zijn buurtgoederentreintje parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg.
 

De 151 rijdt parallel aan de 's-Heer Abtskerksezandweg.

Eind jaren '50 bestelde de Nederlandsche Spoorwegen bij Werkspoor 42 driedelige dieseltreinstellen om de vooroorlogse dieseltreinen van het type Mat'34 te vervangen. Tussen 1960 en 1963 bouwde Werkspoor in Utrecht DE3 / Plan U-treinstellen. De Plan U's kregen de nummers 111 t/m 152. Vanwege hun rode kleur kregen de Plan U's snel de bijnaam 'Rode Duivel'. In het begin werden de nieuwe treinstellen ingezet op de belangrijkste diesellijnen van Nederland. In de jaren '60 ging het slecht met de Nederlandse Spoorwegen. De reizigersaantallen liepen terug, omdat steeds meer mensen een auto konden kopen. Daarnaast liep het goederenvervoer ook terug door de opkomst van vrachtwagens en de vondst van het Groningse gasveld. Het ontwerpbureau Teldesign, waar Gert Dumbar werkte als grafisch ontwerper, kreeg in 1967 van NS de opdracht om een geheel nieuwe huisstijl te ontwerpen. Gert Dumbar ontwierp het nieuwe logo en NS kreeg ook bedrijfsbreed een nieuwe, frisse kleur: geel. Alle treinen werden geel gemaakt, met onderling wel enkele verschillen.

In de jaren '90 bestelde NS 53 nieuwe tweedelige dieseltreinstellen van het type DM'90 om de oude Blauwe Engelen en de Plan U-treinstellen te vervangen. De nieuwe Buffels werden tussen 1996 en 1998 geleverd. In 1997 begon NS met het seriematig buitendienststellen van de DE3'en. Vanwege materieeltekort besloot NS het afvoeren van de Plan U's te stoppen en vijftien stellen, waaronder de 151, zelfs grondig te reviseren. De revisies werden tussen 2000 en 2002 uitgevoerd. De vijftien Plan U's werden ingezet op de volledig geëlektrificeerde trajecten Eindhoven - Weert en Zwolle - Groningen. De gereviseerde DE3'en nam NS eind 2003 al uit dienst. Hierdoor waren de treinen nog in een zeer goede staat toen ze aan de kant gingen. NS besloot de treinstellen te conserveren voor een eventuele verkoop.

 
De 151 van de Stichting 2454 CREW nadert de overweg aan de Schottersweg in Goes naar station Goes.
 
Even later passeert de 2454 met de rijtuigenstam de de overweg aan de Schottersweg in Goes naar station Goes.
 
De omC 910 en omC 909 rijden tussen de Schottersweg en Poelweg naar Goes.
 
De NS 210 heeft een replica houtgasgenerator gekregen zoals vijftig Sikken tijdens de oorlog kregen om zo tijdens de schaarste
toch dienst te kunnen doen.
 

De NS C12c C6478 uit 1933 staat opgesteld. Momenteel werkt de SGB hard aan de restauratie van het rijtuig.

Tijdens de beurscrash van oktober 1929 stortten plotseling de aandelenkoersen op de beurs van Wall Street (New York) in. Dit leidde tot de Great Depression. Tussen 1930 en 1934 daalden door de crisis de reizigersaantallen van de Nederlandsche Spoorwegen met 16% en kozen veel mensen voor de derde klasse in plaats van de tweede klasse. De Nederlandsche Spoorwegen namen tussen 1930 en 1933 85 stalen derde klasse rijtuigen van het type C12c in gebruik. De volledige bestelling bestond uit derde klasse rijtuigen doordat er door de Great Depression daar meer behoefte aan was. De NS C6478 werd in 1933 gebouwd. Met de bouw van de C12c-rijtuigen werden voor het eerst volledig stalen rijtuigen toegepast in binnenlandse getrokken treinen.

Het ontwerp van de stalen C12c-rijtuigen was gebaseerd op bestaande houten rijtuigen. In vele opzichten leken de stalen C12c-rijtuigen daarom meer op de houten rijtuigen dan de moderne stalen rijtuigen die rond dezelfde tijd werden gebouwd. De C12c-rijtuigen waren de laatste rijtuigen van NS die in dienst werden gesteld met houten banken. Later werden de banken van de rijtuigen vervangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten veel C12c-rijtuigen ernstig beschadigd of vermist. In Nederland en veel andere Europese landen werd in 1956 de derde klasse afgeschaft. Alle rijtuigen werden omgebouwd naar tweede klasse rijtuigen. De serieaanduiding veranderde van C12c naar B12c. Het nummer van de C6478 werd aangepast naar B6478. Doordat NS tijdens de wederopbouw veel nieuw materieel bestelde, werden de B12c-rijtuigen verdreven naar de minder belangrijke verbindingen. NS stelde de laatste B12c-rijtuigen in 1966 buitendienst.

Het rijtuig B6478 werd in 1965 verkocht aan een kinderspeelterrein aan de Europalaan in Utrecht. Toen de kinderspeelplaats van het rijtuig af wilde, bood de STIchting tot Behoud van Af te voeren Nederlands Spoorwegmaterieel (STIBANS) aan om het rijtuig in haar collectie op te nemen. In 1994 nam het Spoorwegmuseum in Utrecht het rijtuig op in zijn collectie. In april 2009 besloot het Spoorwegmuseum de B6478 aan de Stoomtrein Goes - Borsele te schenken. De vrijwilligers van de Stoomtrein Goes - Borsele begonnen in 2023 aan de restauratie van de NS C6478.

 
 
De NS 1136 en 1145 staan sinds begin 2006 in Goes opgesteld.
 
De open goederenwagon 30 50 946 2 116-9 van DB.
 
De goederenwagons NS CHRW 24490 en NS CHA 726 staan opgesteld.
 
De Sik 262 rangeert in Goes.
 

De NS Oersik 122, gebouwd in 1931, staat in Goes opgesteld. Mensen konden deze locomotief trekken.

 

Buiten waren twee houten goederenwagons op een platte wagon te zien. De voorste is de SS 11076 / NS 3225 uit 1879, in 2008 nam de
Stoomtrein Goes - Borsele de wagon op in haar collectie. De tweede wagon wil de SGB gebruiken voor een reconstructie van de
bagagewagens D 4101-D 4145 van NS.

 
 
 
 
Dit jaar heeft de Dg 2666 een nieuwe laag donkergroene verf gekregen.
 
 
De ketelwagon NS 510130 P.
 
Een draisine in Goes.
 
De NS 521 staat tijdens een rangeerbeweging in Goes.
 
Mat'24-rijtuig Cec 8524 wordt met enkele goederenwagons gerangeerd.
 
 
De USATC Warflat 353971 gebouwd in 1943.
 
De kop van de NS Mat'46 285 staat in een schuur.
 
In de werkplaats wordt momenteel gewerkt aan de USATC 4389.
 
 
In de werkplaats wordt momenteel hard gewerkt aan de restauratie van de NS 2424. De SGB hoopt de locomotief volgend jaar
in rijvaardige staat te hebben.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Buiten staat de huif van de 2424.
 
 
 
Vanwege de droogte mocht de SGB 3 helaas niet rijden.
 
 
De SGB 2 uit 1924 staat in de werkplaats opgesteld.
 
De NS Hbis 40 84 951 3 771-8, Hbis 40 84 951 1 536-7, Gs 40 84 951 3 976-3 en Hbis 21 84 225 0 043-7 worden geduwd door de NS 262.
 
De Mat'24-rijtuig Cec 8524 staat in Goes opgesteld.
 
De NS 2454 rangeert in Goes.