![]() |
|||||||||||
NS AB7216
(uit 1931)
|
|||||||||||
Info over het rijtuig: |
|||||||||||
Vanaf het begin van de spoorwegen in 1839 werden rijtuigen en goederenwagons van hout gemaakt. Dit materieel was goedkoper en lichter maar, wel gevaarlijker bij aanrijdingen. Bij aanrijdingen versplinterde het houten materieel, waardoor er meer slachtoffers vielen. De Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM) liet tussen 1908 en 1914 de Hofpleintreinen (waarvan de ZHESM 6 en 61 zijn bewaard) bouwen. Deze motorwagens en rijtuigen waren de eerste in Nederland die deels van staal en deels nog van hout waren gebouwd. Staal was duurder dan hout, maar veel steviger en veiliger. De Mat'24-treinen en de omC-motorwagens (waarvan de replica's omC 909 en omC 910 zijn gebouwd) van de Nederlandsche Spoorwegen die tussen 1923 en 1931 werden gebouwd, waren ook deels van staal en hout gemaakt. In 1928 bestelde NS haar eerste volledig stalen rijtuigen. De vijftien rijtuigen waren verdeeld over rijtuigen met een eerste en tweede klasse en derde klasse-rijtuigen. De eerste en tweede klasse rijtuigen kregen de nummers AB7201 t/m AB7209 en de derde klasse rijtuigen de nummers C7201 t/m C7206. De rijtuigen werden door Beynes in Haarlem en Werkspoor in Amsterdam geleverd. Het Duitse Westwaggon uit Keulen bouwde in 1931 nog twaalf eerste en tweede klasse rijtuigen van dezelfde serie. Deze rijtuigen kregen de aansluitende nummers AB7210 t/m AB7221. De rijtuigen zijn voorzien van karakteristieke ovale ramen aan de uiteinden van de zijkant van de rijtuigen. De ovale ramen waren typerend voor de rijtuigenbouw in de jaren '30. In Nederland werden de tramrijtuigen van de Gooische Stoomtram en van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij ook voorzien van de ovale ramen. Ook de beroemde zeer luxe Pullman-rijtuigen, gebouwd door Compagnie Internationale des Wagons-Lits et des Grands Express Européens, waren voorzien van de ovale ramen. De NS-rijtuigen waren donkergroen geschilderd met zwarte biezen en een lichtgrijs dak. Het interieur van de rijtuigen van de serie 7200 was luxe uitgevoerd. De rijtuigen hadden afsluitbare compartimenten en de aankleding was erg fraai. In elk compartiment konden reizigers hun eigen verwarming bedienen. De eerste klasse plaatsen waren voorzien van erg luxe zitkussens. De zitkussens waren voorzien van twee kanten: in de zomer lag de koeler aanvoelende leren kant boven en in de winter de pluche beklede kant. In een deel van de trein mocht ook nog gerookt worden. De rijtuigen waren toegelaten in veertien landen en werden daarmee in grote delen van Europa ingezet. Sinds 1928 hebben de rijtuigen vele verre internationale reizen gemaakt. Zo reden de rijtuigen mee in de nachttreinen Amsterdam - Wenen West en Geldermalsen - Nijmegen - Keulen - Bazel - Milaan - Rome. De rijtuigen reden ook naar Leipzig, Bazel, Hannover, Konstanz, Neurenberg en Genua. Het aantal zitplaatsen in de eerste klassecompartimenten werd in 1952 verhoogd van vier naar zes. Om de gaten in de nummeringen die waren ontstaan door de rijtuigen die in de Tweede Wereldoorlog verloren waren gegaan op te vullen, werden de rijtuigen in 1952 hernummerd. De serie rijtuigen kreeg de nummers AB7201 t/m AB7206, AB7211 t/m AB7217 en C7101 t/m C7105. De derde klasse rijtuigen werden vernummerd van de C7200-serie naar de C7100-serie. In Nederland en veel andere Europese landen werd in 1956 de derde klasse afgeschaft. De AB-rijtuigen werden toen omgebouwd naar volledige eerste klasse-rijtuigen en de C-rijtuigen naar tweede klasse-rijtuigen. Hiermee veranderden de nummers van de rijtuigen naar A7201 t/m A7217 en B7101 t/m B7105. Twee jaar later, in 1958, werden alle eerste klasse rijtuigen omgebouwd naar tweede klasse rijtuigen. Alle rijtuigen kregen toen de nummers B7181 t/m B7197, met daartussen enkele gaten in de nummering. De rijtuigen werden vanaf 1961 in de internationale dienst vervangen door modernere rijtuigen, waardoor de serie enkel nog binnenlands werd ingezet. Hiervoor werd de serie weer vernummerd naar de serie B6181 t/m B6197, met ook in deze nummering enkele gaten. Het rijtuig AB7216 werd in 1952 niet vernummerd, het rijtuig kreeg in 1956 het nummer A7216, in 1958 kreeg het het nummer B7196 en in 1961 het nummer B6196. De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven. NS stelde tussen 1968 en 1970 de gehele serie terzijde. Het overgrote deel van de rijtuigen werd naar de sloop afgevoerd. Rijtuig B6196 werd in maart 1970 door NS afgevoerd. In juni 1971 werd het rijtuig naar Heerlen overgebracht om te dienen als opslagruimte voor schoonmaakmaterialen. Hier werden alle compartimenten uitgebroken. Toen het rijtuig in Heerlen overbodig was geworden, kwam de B6196 via Onnen in februari 1978 aan in Roosendaal. De NS besloot om in december 1979 het rijtuig te verkopen aan de Stoomtrein Goes - Borsele. In 2000 werd begonnen om het rijtuig weer dienstvaardig te maken en in zijn afleveringsstaat als de AB7216 te restaureren. Op 11 juni 2008 werd de geheel gerestaureerde NS AB7216 door de toenmalige minister-president Jan Peter Balkenende officieel in dienst gesteld. De NS AB7216 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. Het rijtuig behoort tot de eerste serie stalen rijtuigen, speciaal voor de internationale dienst ontworpen. |
|||||||||||
De NS AB7216 vertrekt uit Hoedekenskerke naar Goes. Sporen naar het verleden 2023, 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||