![]() |
|||||||||||
NTM Veewagen F63 (uit 1913) |
|||||||||||
Info over de wagon:
|
|||||||||||
In de eerste jaren dat de stoomtrams sinds 1 juli 1879 in Nederland reden, werden rijtuigen en goederenwagons in dezelfde trams vervoerd. Het laden en lossen van de goederen kostte voor de reizigers veel reistijd. Mede hierdoor en het toenemende goederenvervoer besloot de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) in Friesland aan het begin van de 20e eeuw om aparte reizigers- en goederentrams te gaan rijden. Voor het rijden van de goederentrams bestelde de NTM een grote hoeveelheid goederenwagons. De gesloten goederenwagon E67 uit 1911 en de veewagen F63 uit 1913 (beide behoren tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik) maken hier deel van uit. Naast de grote hoeveelheid nieuwe goederenwagons werden in de jaren 1905 t/m 1915 zeven oude post-bagagewagens uit de jaren 1888-1897 omgebouwd naar conducteurswagens. De P1 uit 1888 (tevens ook prachtig gerestaureerd door de SHM) is een van de wagons die werd omgebouwd. In de conducteurswagens werd de administratie bijgehouden. In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redde, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer. De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven. De NTM beëindigde in 1947 en 1948 het reizigersvervoer op haar tramlijnen. Een groot deel van de rijtuigen werd overgenomen door de Nederlandsche Spoorwegen en elders in Nederland ingezet. Nadat de NTM het reizigersvervoer op de tramlijnen beëindigde, nam NS de exploitatie van het goederenvervoer over. Hiervoor nam NS een deel van de locomotieven en goederenwagons van de NTM over. Het materieel dat NS niet overnam, werd in 1947 en 1948 door de NTM terzijde gesteld. In 1949 nam de NTM de overgebleven spoorlijnen weer over van de NS; het materieel bleef echter wel eigendom van de NS. De F63 werd in 1948 door de NTM buitendienst gesteld en kwam als schuur terecht in Mildam. In 2005 werd de wagon hier weggehaald en overgebracht naar de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Tussen 2011 en 2017 werd de wagon gerestaureerd naar de toestand van de wagon zoals deze rond 1935 gereden zou hebben. Bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik kregen de NTM-goederenwagons E134 en F63 reclameborden op het dak met de tekst: 'Persil blijft Persil'. De trams van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij reden vroeger met reclame voor extra inkomsten. De NTM Veewagen F63 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. |
|||||||||||
Bello 7742 vertrekt met de goederentram, met daarin gesloten goederenwagon F63, uit Twisk richting Opperdoes. Bello Festival (by Night) van de SHM, 27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De F63 en de E67 rijden mee in een tram van de SHM. 27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De F63 en de E67 rijden mee in een vertrekkende tram uit Hoorn richting Medemblik. Bello Festival (by Night) van de SHM, 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||