MBS 34: NCS B101 / NS B1605 (uit 1897)
Info over de locomotief:

Dit tweede klasse rijtuig is in 1897 gebouwd voor de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS) en is onderdeel van een kleine serie van maar drie rijtuigen. De rijtuigen waren voorzien van drie assen; doorgaans werd in Nederland gekozen voor twee of vier assen. Twee assen zijn goedkoper, maar minder comfortabel, en vier assen zijn duurder, maar comfortabeler. Deze rijtuigen van de NCS waren erg luxe uitgevoerd. De rijtuigen reden voornamelijk op de lokaallijnen vanuit Utrecht naar Baarn en Zeist. In deze regio woonden veel welgestelden die wilden reizen met luxere rijtuigen. Doorgaans waren rijtuigen op de lokaallijnen soberder dan normale rijtuigen. De reden dat de drie rijtuigen werden aangeduid met tweede klasse is omdat op lokaalspoorlijnen rond 1900 door de wet geen eerste klasse rijtuigen mochten rijden. Dit rijtuig kreeg het nummer B101. Een jaar na de levering van de B101 werden nog drie rijtuigen geleverd die een iets andere indeling hadden.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Staatsspoorwegen (SS) waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) door eerdere fusies en het overnemen van de exploitatie van andere spoorbedrijven de grootste spoorvervoerders in Nederland. De bedrijven concurreerden hevig met elkaar, maar vanwege de oorlogsdreiging werden beide spoorbedrijven tijdens de oorlog onder militair gezag geplaatst. Vanwege de tekorten door de oorlog richten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw samenwerkingsverband op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). Onder het nieuwe samenwerkingsverband werkten de bedrijven nog beter samen. In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. Er werd gekozen om alle treinen donkergroen te schilderen. NS koos voor een donkere kleur, zodat de treinen minder vies werden. Na de oorlog kregen de treinen en trams hevige concurrentie van bussen, personenauto's, fietsen en vrachtwagens. Andere kleinere, nog bestaande spoorbedrijven lieten vanwege de verliezen hun exploitatie overnemen door de NS. Per 1 januari 1938 werden alle vervoerders waarvan NS de exploitatie verzorgde geheel gefuseerd en was NS nog het enige spoorbedrijf dat op het hoofdspoor reed. Op de tram- en lokaallijnen reden nog wel andere bedrijven. Vanaf 1919 exploiteerde de NCS haar diensten verder onder de Staatsspoorwegen. Twee jaar later werd de NCS B101 vernummerd naar de NS B1605.

Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945, en de Waddeneilanden op 11 juni, door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer aan te sterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienstdoet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend.

De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven.

De NS stelde in 1947 de B1605 buitendienst. In 1949 kreeg het rijtuig een tweede leven als zomerhuisje op een landgoed in de bossen ten zuiden van Hilversum. Hier stond de B1605 samen met de C1137, die ook als zomerhuisje diende. Tussen begin jaren '60 en medio jaren '80 werd de B1605 even permanent bewoond. Hierna werd het weer als zomerhuisje gebruikt. Op 21 april 2012 werd de NS C1137 samen met de NS B1605 door de Museum Buurtspoorweg naar Haaksbergen gebracht. Intern kreeg het rijtuig het nummer 34 bij de MBS. Het rijtuig werd geplaatst op het onderstel van de SS C1340 / NS C1040. De NS B1605 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. Doordat het rijtuig gebruikmaakt van drie assen, is het voor Nederland een uniek rijtuig.

Van de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij zijn vijf rijtuigen bewaard; de B101, B118, B119, BC6 en de BC104. De B101, B118 en de BC104 behoren tot de collectie van de Museum Buurtspoorweg. Rijtuig BC6 rijdt bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik en rijtuig B119 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Van de NCS zijn helaas geen locomotieven bewaard gebleven. Wel heeft de MBS haar Belgische stoomlocomotief nummer 6 'Magda' voorzien van de gele huisstijl van de NCS.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Achterin de werkplaats in Haaksbergen staat rijtuig NCS B101 / NS B1605. Najaarsstoomdagen 2025,
18 oktober 2025. © TreinenInNederland.nl
 
 
Het interieur van het rijtuig. 18 oktober 2025. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
De NCS B101 / NS B1605 staat in Haaksbergen. Najaarsstoomdagen 2023, 14 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl