Goederenwagon USATC 224340 / NS 22560 (uit 1943)
Info over de goederenwagon:

Ter voorbereiding van de bevrijding van Europa en andere delen van de wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) en het Britse War Department grote aantallen locomotieven, zowel diesel- als stoomlocomotieven, en goederenwagons bouwen. In drie jaar tijd werden in recordtempo ongeveer 100.000 spoorwegvoertuigen gebouwd, waarvan ongeveer 4500 locomotieven. Van de geallieerde locomotieven zijn er tegenwoordig acht in Nederland te vinden bij verschillende spoorwegmusea. Dit zijn de Amerikaanse diesellocomotieven USATC 7989 en USATC 8147, de Amerikaanse stoomlocomotief USATC 4389, de Britse diesellocomotieven WD 70031, WD 70033 en WD 70269 en de Britse stoomlocomotieven WD 75080 en WD 73755. De geallieerde goederenwagons bestonden uit gesloten goederenwagons, ketelwagons en platte wagons. In Nederland zijn bij spoorwegmusea de Amerikaanse boxcars USATC 224340 en USATC 2200055 en de Amerikaanse ketelwagons USATC 17023 en USATC 17048 te zien. Het oorlogsmaterieel werd goedkoop en snel gebouwd en was daardoor van slechte kwaliteit. De locomotieven en goederenwagons werden gebouwd met een verwachte levensduur van slechts vijf jaar. Op D-Day, 6 juni 1944, landen de geallieerde troepen in Normandië, Frankrijk. In het begin waren de Europese havens door de Duitsers geblokkeerd, waardoor de eerste geallieerde treinen bij het strand in Normandië het Europese land werden opgebracht. Tijdens en na D-Day werden duizenden locomotieven en goederenwagons naar het Europese vasteland gebracht om het leger te bevoorraden. Het andere oorlogsmaterieel werd tijdens de oorlog in andere delen van de wereld gebruikt. Op 5 mei 1945 werd het Nederlandse vasteland door de geallieerden bevrijd van de Duitsers. Op 11 juni werden de Waddeneilanden ook bevrijd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden duizenden Nederlandse goederenwagons, locomotieven, rijtuigen en treinstellen naar het oosten afgevoerd of deze bleven erg beschadigd achter. Ook was veel infrastructuur op veel plekken vernietigd; tijdens de oorlog waren 180 spoorbruggen opgeblazen. De Nederlandsche Spoorwegen schatte de totale oorlogsschade op 522,5 miljoen gulden (omgerekend zou dat ongeveer 3,9 miljard euro zijn in 2025). Personeel van de NS maakte meerdere reizen naar het oosten om Nederlandse treinen terug te zoeken die nog bruikbaar waren. Een deel werd nooit teruggevonden en werd door NS administratief afgevoerd. Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen of huren om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS en enkele andere bedrijven in Nederland namen rond de 400 Amerikaanse en Britse diesel- en stoomlocomotieven over uit de legerdumps. NS nam ongeveer tweeduizend goederenwagons over van het Amerikaanse leger om zo de treindiensten weer op te bouwen. Van deze locomotieven zijn de diesellocomotieven NS 162, NS 164, NS 508, NS 620, NS 2019 en de stoomlocomotieven NS 5085, NS 8811 en de Oranje Nassau 26 bewaard of gereconstrueerd. Deze locomotieven zijn teruggebracht in de kleuren die ze tijdens de oorlog droegen of de donkergroene kleur die NS de locomotieven gaf. Daarnaast kocht en huurde NS locomotieven uit andere landen in Europa, waaronder West-Duitsland. De NS 7853 is een reconstructie van een Zwitserse locomotiefserie die na de oorlog drie jaar in Nederland heeft gereden. Van de oorlogsgoederenwagons die later bij NS terechtkwamen zijn de ketelwagons USATC 17023 en USATC 17048 en de gesloten goederenwagon USATC 224340 bewaard. Het overgrote deel van de locomotieven en goederenwagons werd binnen tien jaar, toen nieuw materieel beschikbaar was, weer buiten dienst gesteld. In de eerste jaren na de oorlog werden door een gebrek aan rijtuigen goederenwagons ingezet voor reizigersvervoer. Ook werden bussen en legertrucks ingezet als vervanging van de treindienst.

Amerika bouwde in 1943, 1944 en 1945 50.000 gesloten goederenwagons met een laadvermogen van 20 ton als bouwpakketten en verscheepte deze naar Engeland. De Amerikaanse boxcars werden uitgerust met de Europese koppelingen in plaats van de Amerikaanse. De boxcars waren van hout of multiplex van één centimeter dikte gemaakt. Net als al het oorlogsmaterieel waren de wagons erg goedkoop gemaakt. Als bouwpakketten konden de boxcars op elkaar gestapeld worden, waardoor er veel meer per boot vervoerd konden worden. De 'knock-down'-bouwpakketten werden vanaf 1944 naar Londen verscheept. In Engeland, en na D-Day ook in Europa, werden deze 'knock-down' boxcars afgebouwd naar volwaardige goederenwagons. Het duurde slechts drie kwartier om een Amerikaanse boxcar in elkaar te zetten. Na de bevrijding van België bouwde de fabrikant La Brugeoise in Brugge tot eind 1945 10.000 Amerikaanse bouwpakketten af naar complete goederenwagons. De USATC 2200055 is een van deze wagons die in Brugge werd gebouwd. Tijdens de oorlog werden de boxcars gebruikt voor het vervoeren van voedsel, manschappen, munitie, dieren en andere oorlogsbevoorrading naar het front. Tijdens de bevrijding van Europa schreven soldaten teksten op de boxcars. Zo was de opmars naar Berlijn en het verlangen om weer naar huis te keren vaak op de wagons geschreven. Vele boxcars werden na de oorlog door Europese spoorwegmaatschappijen overgenomen om de treindiensten weer op te starten.

Na de oorlog kocht de Nederlandsche Spoorwegen ongeveer 2.000 goederenwagons over van het Amerikaanse leger, waarvan 900 boxcars. Bij NS kregen de wagons de type-aanduidingen CHA en CHAW en de nummers 22501 t/m 23400. De letters van de afkorting CHAW staan voor: ch = chatrette / gesloten goederenwagen, a = vloeroppervlak tot 33,7 m² en de w = Westinghouse-remwerk. De wagons zonder het Westinghouse-remsysteem kregen de aanduiding CHA. De boxcars werden net na de oorlog, door een gebrek aan rijtuigen, ook gebruikt voor het vervoer van reizigers. Vanwege de tekorten aan verf, en NS de wagons maar kort in zou zetten, behielden de boxcars hun olijfgroene Amerikaanse oorlogkleuren. Enkel de USATC-belettering werd overgeschilderd en vervangen door NS-opschriften. Vanwege hun zeer slechte kwaliteit werden de boxcars snel terzijde gesteld toen nieuw gebouwde gesloten goederenwagons geleverd werden. Vooral het loopwerk van de wagons was slecht. De boxcars hebben bij NS tot 1953 gereden. Veel wagons werden doorverkocht. De onderstellen waren geld waard voor sloperijen en de bovenbouw was uitstekend voor een schuur of een hok voor dieren. De sloperij De Boer en Slooten in Purmerend kocht een groot aantal wagons op. Hierdoor waren er begin jaren 2000 vier USATC-boxcars bekend die in de wijde omgeving van Purmerend nog dienst deden als schuur of dergelijke. Wereldwijd zijn er ongeveer 250 Amerikaanse boxcars bewaard, waarvan ongeveer twintig in Europa. De meeste bewaarde boxcars zijn jaren geleden al ontdaan van hun onderstellen.

De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven.

De eerste Amerikaanse boxcar die Stichting tot Behoud van Af te voeren Nederlands Spoorwegmaterieel (STIBANS) kreeg, was de USATC 220410 (NS 22811). Deze werd in 2006 teruggevonden bij houthandel Terra in Overleek (vlakbij Purmerend). De eigenaar wilde de ruimte waar de wagon stond gebruiken en was al begonnen aan de sloop. Via een tip van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik kon STIBANS nog op tijd de sloop stoppen. De familie Terra schonk de bovenbouw van de wagen in maart 2006 aan STIBANS. De USATC 220410 werd naar de museumloods in Blerick gebracht, waar de STIBANS destijds gehuisvest was.

Via een tip ontdekte STIBANS dat de USATC 224340 bij een boer in Purmerland stond en als schuur diende. Samen met de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik werd de wagon eind augustus 2008 geborgen en naar Blerick gebracht. Tijdens de operatie kwam de originele fabrieksplaat van de wagon op het onderstel onder de grond vandaan. Er werd een stukje smalspoor aangelegd en de eigenaar trok met zijn eigen tractor de wagon achter een grote loods vandaan waar de USATC 224340 al die jaren stond. De USATC 224340 kreeg bij NS het nummer CHA 22560. Vanaf begin 1947 heeft de wagon slechts 1,5 jaar voor NS gereden. In augustus 1949 werd de wagon, van zeer slechte kwaliteit, terzijde gesteld.

In 2009 ging STIBANS op in het Spoorwegmuseum. De Mat'36 252, 1010 en de Pec 8502 van STIBANS werden opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum. Het Spoorwegmuseum had geen interesse in de NS 162 en de twee Amerikaanse boxcars USATC 224340 en USATC 220410 van STIBANS. Hierom werd het besluit genomen om voor de NS 162, de twee boxcars, de plukloc WD 70031 en de bagagewagen Stalen D D 6066 de Stichting 162 op te richten. Het stichtingsbestuur was op zoek naar een vaste plek voor het materieel van de stichting. Doordat de NS 162 op de (voormalige) tramlijnen van de NTM heeft gereden, is de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik historisch gezien de meest geschikte plek. De SHM had, vanwege de grote historische relevantie, erg veel interesse in de NS 162. Eind 2011 verhuisde de NS 162, in de zwarte War Department-kleuren, naar de SHM in Hoorn. Beide boxcars van de Stichting 162 verhuisden mee vanuit Blerick en werden geplaatst in een grote loods die via de SHM gehuurd kon worden. In 2012 lukte het om de 162, in de kleurstelling van de War Department 70033, weer rijvaardig op de baan te krijgen. De 70033 werd van eind maart tot begin september 2013 tentoongesteld in het Spoorwegmuseum te Utrecht, in het kader van de tentoonstelling 'Sporen naar het Front'.

De eerdere twee boxcars van de Stichting 162 waren al vele jaren ontdaan van hun onderstellen. De Stichting 162 wilde juist een bewaard onderstel van de goederenwagons aan haar collectie toevoegen. Na erg lang zoeken vond de stichting in oktober 2012 een USATC-boxcar, voorzien van een onderstel, bij een sloperij in de buurt van Dortmund (Duitsland). Het Duitse bedrijf was gevestigd op het voormalige DB-depot van Iserlohn, waar de boxcar al minstens 30 jaar stond opgesteld. De boxcar heeft mogelijk vroeger daar dienstgedaan als depotwagen. Na het overhandigen van een Edammer kaas werd de eigenaar overgehaald en kreeg de stichting de wagon geschonken. In november 2012 werd de wagon bij de sloperij met een kraan op een vrachtwagen geplaatst. In Dortmund werd het dak van de wagon verwijderd en achtergelaten bij de sloper. Het dak was toch niet origineel en met het dak werd het transport te hoog. De wagon werd getransporteerd naar de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Het onderstel werd gebruikt om de eerder verworven boxcar 220410 volledig te herstellen. De Stichting 162 werkte druk aan de restauratie van de 220410. Op 1 juni 2019 werd de volledig gerestaureerde boxcar voor een besloten groep gepresenteerd in De Staalfabriek in Diemen.

Op 13 juni 2018 maakte de Stichting 162 bekend dat de Museum Buurtspoorweg per 1 juni voorlopig de nieuwe thuisbasis van de stichting werd. In eerste instantie zou het materieel met een bruikleenovereenkomst beschikbaar worden gesteld aan de MBS. Later zou het materieel definitief overgaan naar de MBS. De NS 162 werd in september 2018 naar de MBS gebracht. In 17 oktober 2018 werd de bovenbouw van de NS-boxcar CHA 22560 vanuit De Weere in Noord-Holland naar Haaksbergen gebracht. Bij de MBS zal de CHA 22560 niet volledig gerestaureerd worden, maar zal deze gebruikt blijven worden als schuur. De wagon werd op het emplacement Haaksbergen geplaatst. Het oude houten dak van de wagon was geheel verrot, waardoor dit werd vervangen door een golfplaten dak. De Stichting 162 en de MBS schilderden de wagon donkergrijs en gaven hem de opschriften die hij bij NS droeg. Afhankelijk dacht de Stichting 162 dat de NS-boxcar CHA 22560 was voorzien van het Westinghouse-remsysteem, waardoor de wagon de aanduiding CHAW zou hebben gekregen. De wagon bleek tijdens de oorlog en bij NS niet dit remwerk te hebben, waardoor de Stichting 162 de wagon eind april 2019 de juiste opschriften gaf, de CHA 22560 in plaats van CHAW 22560. De Stichting 162 en de Museum Buurtspoorweg werkten hard om op 5 mei 2020, ter ere van de bevrijding van Nederland 75 jaar geleden, een trein samen te stellen met materieel dat in de oorlog reed. Als eerste werd de gerestaureerde boxcar 220410 van de Stichting 162 op 7 juni 2019 naar Haaksbergen gebracht. De Belgische Stoomtrein Maldegem-Eeklo leende hun USATC warflat 3507721 uit voor het project. Op 16 november 2019 werd de warflat naar Haaksbergen gebracht. Als laatste wagon werd de Amerikaanse ketelwagon USATC 17048 door de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij in bruikleen gegeven. Op 22 november 2019 werd de wagon naar Haaksbergen gebracht. De vrijwilligers van de Stichting 162 en de MBS werkten hard om de ketelwagon en de warflat te restaureren en te schilderen in de kleuren zoals ze tijdens de oorlog hebben gereden. De diesellocomotief WD 70033 (NS 162), die eigendom is van de Stichting 162, werd in 2020 weer teruggeschilderd in zijn zwarte oorlogskleur. De drie goederenwagons waren op tijd klaar, er werd nog gewerkt aan de WD 70033. Helaas gooide corona roet in het eten, waardoor de festiviteiten in 2020 niet door konden gaan. Later is de CHA 22560 weggehaald uit Haaksbergen en overgebracht naar het terrein van het Nederlands Transport Museum in Nieuw-Vennep.

In 2021 nam de Stichting 162 haar derde Amerikaanse boxcar op in haar collectie. De USATC 2200055 werd van de Franse museumlijn Chemin de fer de La Vallee de l'Eure overgenomen. De USATC 2200055 werd overgebracht naar het Nederlands Transport Museum in Nieuw-Vennep, waar destijds ook de WD 70033 / NS 162 van de stichting stond. In 2025 was het 80 jaar geleden dat Europa bevrijd werd, en de Stichting 162 wilde hiervoor de USATC 2200055 geheel restauren en presenteren aan het publiek. Op 6 maart 2023 sloot het Nederlands Transport Museum, omdat het pand waar het in zat in Nieuw-Vennep gesloopt moest worden voor woningbouw. Het museum is lang op zoek geweest naar een nieuwe locatie. Helaas lukte het niet en op 21 februari 2025 kwam het nieuws naar buiten dat het Nederlands Transport Museum ophoudt te bestaan. Het NTM zat vanaf 2017 in het pand in Nieuw-Vennep; ze huurde het pand via een anti-kraak-constructie. Een groot deel van de collectie werd via onlineveilingen verkocht. De WD 70033 en de Amerikaanse boxcars NS CHA 22560 en USATC 2200055 keerden weer terug bij de Stichting 162. De vijf TEE-rijtuigen en andere belangrijke collectiestukken werden niet via een veiling verkocht. Voor deze historische objecten werden nieuwe eigenaren gevonden. De NS 162 kon weer bij de Museumspoorlijn STAR terecht, waar de locomotief op 14 juni 2025 naartoe werd gebracht. Ook de USATC-boxcar 2200055 werd ook overgebracht naar Stadskanaal. In Stadskanaal werd de restauratie van de 2200055 afgerond. Op de zijkant werden de teksten gekrijt die de soldaten vroeger tijdens de bevrijding van Europa ook op de boxcars schreven. Er werd hiervoor een echte foto van vroeger van een volgekrijte boxcar gebruikt. Tijdens het Stadskanaal onder Stoom 2025 bij de Museumspoorlijn STAR was de gerestaureerde wagon voor het publiek te zien.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De goederenwagon NS 22560 staat op het buitenterrein van Nederlands Transport Museum in Nieuw-Vennep.
1 maart 2025. © TreinenInNederland.nl