![]() |
|||||||||||
Rijtuig Z.V.T.M. AB8 (uit 1916) |
|||||||||||
Info over het rijtuig:
|
|||||||||||
Fabrikant Allan leverde een serie van 16 rijtuigen aan de Zeeuws-Vlaamse Tramweg-Maatschappij (Z.V.T.M.). Het zijn eerste en tweede klasse rijtuig, met als aanduiding de letters AB. De rijtuigen hebben 9 eerste klasse en 24 tweede klasse zitplaatsen. De 16 rijtuigen kregen de nummers AB1 t/m AB16; de AB8 werd in 1916 gebouwd. De AB1 t/m AB16 hadden een spoorbreedte van 1000 mm, in plaats van 'normaalspoor' 1435 mm. De rijtuigen deden dienst op het (voor de rest van Nederland) afgesloten tramnet. De Z.V.T.M. heeft het tramnet tussen 1914 en 1928 gebouwd. De Belgische fabrikant La Brugeoise bouwde 14 jaar na de originele serie, in 1930, nog 3 rijtuigen als aanvulling op de serie. Van deze rijtuigen was de eerste klasse anders ingericht zodat er 10 in plaats van 9 zitplaatsen waren. Deze rijtuigen kregen de nummers AB17 t/m AB19. In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redde, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer. Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945, en de Waddeneilanden op 11 juni, door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer aan te sterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienstdoet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend. De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven. De AB8 heeft dienstgedaan tot in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog raakte het rijtuig beschadigd. Na de oorlog werd de AB8 een plukrijtuig voor de overige achttien rijtuigen. In 1948 en 1949 staakte de Z.V.T.M. het reizigersvervoer per tram. In 1950 zijn de AB1 t/m AB14 voor sloop verkocht. De AB8 werd niet gesloopt en werd naar Kapellebrug gebracht om als noodwoning te dienen. Hier heeft de AB8 tot in 1960 als noodwoning gediend. Tussen 1960 en 1998 heeft het rijtuig gefungeerd als duiventil in Hulst. In 1998 is de AB8 opgenomen in de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Het rijtuig is tussen 2007 en 2010 geheel gerestaureerd en weer in ere hersteld. Op 6 september 2011 maakte de Zeeuws-Vlaamse Tramweg-Maatschappij AB8 haar eerste officiële rit. De Z.V.T.M. AB8 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. |
|||||||||||
De ZVTM AB8 staat op station Medemblik. Bello festival 2024 (inclusief locomotievenparade), 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De ZVTM 8 te Medemblik. 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Rijtuig ZVTM 8 te Medemblik. 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NTM Rijtuig 205 en ZVTM Rijtuig 8 reden tijdens het Bello Festival (by Night) van de SHM mee in de goederentram. 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Bello rijdt met de rijtuigen ZVTM Rijtuig 8 en de NTM Rijtuig 205 en een aantal goederenwagons langs de Broerdijksloot tussen Twisk en Wognum. 27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||