![]() |
|||||||||||
Eerste klas rijtuig van de ZNSM (uit 1890) |
|||||||||||
Info over het rijtuig:
|
|||||||||||
De Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM) begon in 1890 een tramdienst op een spoorbreedte van 1067 mm (smalspoor) tussen Breda en Oudenbosch. Voor deze eerste diensten liet de ZNSM tien rijtuigen bouwen. Het bewaarde rijtuig van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik werd in 1890 gebouwd door Métallurgique SA de Construction in het Belgische Nijvel. Het nummer van dit rijtuig is helaas tot nu toe onbekend gebleven. Het rijtuig bestaat geheel uit een eerste klasse en heeft twee compartimenten. Het kleine rijtuig bood 16 zitplaatsen en zes staanplaatsen. Het rijtuig was voorzien van petroleumverlichting en een sierlijk potkacheltje. Later breidde de ZNSM zich verder uit over het westen van de provincie Noord-Brabant. In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redde, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer. De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven. In 1934 gingen alle stoomtrambedrijven in Noord-Brabant samenwerken in de Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten (BBA). Onder de BBA werden al snel verouderde en rustige tramlijnen opgebroken. Hierdoor werd ook materieel dat overbodig was geworden verkocht of gesloopt. Dit rijtuig werd in 1935 aan een particulier in Waalwijk verkocht. Het eerste klasse rijtuig kwam in Kaatsheuvel als tuinhuis terecht. Hier werd het rijtuig tot in 2016 (maar liefst 81 jaar) in een opvallende complete staat onderhouden, zelfs het gehele interieur was nog aanwezig. Het onderstel van het rijtuig is wel gesloopt toen het rijtuig als tuinhuis werd gebruikt. In 2016 werd het ZNSM-rijtuig geschonken aan de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Momenteel staat het rijtuig in de werkplaats van de SHM in Hoorn. Het ZHSM-rijtuig van de Museumstoomtram is het oudst bewaarde rijtuig dat dienst heeft gedaan in de stoomtramdiensten. Het rijtuig behoort tot het oudste type kleine stoomtramrijtuigen op twee assen. De cultuurhistorische waarde van dit rijtuig bij het Nationaal Register Railerfgoed is in behandeling. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Een Eerste klas rijtuig van de ZNSM staat in de werkplaats in Hoorn. Bello Festival 2025, 4 juli 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Eerste klas rijtuig van de ZNSM uit 1890 staat in de werkplaats van de SHM. Bello festival 2024 (inclusief locomotievenparade), 5 juli 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een eerste klas rijtuig van de ZNSM staat in de werkplaats in Hoorn. Bello Festival (by Night) van de SHM, 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||