![]() |
|||||||||||
N.H.T.M. 21 (uit 1897)
|
|||||||||||
Info over de goederenwagon: |
|||||||||||
In 1897 bouwde het Belgische bedrijf La Métallurgique vier gesloten goederenwagons, genummerd 21 t/m 24, voor de Tweede Noord-Hollandse Tramweg Maatschappij (N.H.T.M.). De wagons werden voornamelijk gebruikt voor het vervoeren van vis vanuit Volendam naar Amsterdam-Noord via de tramlijnen. In Amsterdam-Noord werden de reizigers en vis per pont naar het Noord-Zuid-Hollandsch Koffiehuis bij het Centraal Station gebracht. Vandaar gingen de visventers met de vis verder de stad in om het aan de mensen te verkopen. In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redde, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer. De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven. Een groot deel van de tramlijnen van de N.H.T.M. werd opgebroken. Vanaf 1932 ging de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Mij (NZH) met elektrische trams rijden op de tramlijnen. De 21 werd toen ingezet als werkwagen. In 1949 werd de wagon, zonder assen, overgenomen door de voormalige werkplaatschef van de NZH. Hij verplaatste de wagon naar zijn woning in Broek in Waterland en gebruikte de 21 als schuur. De Museumstoomtram Hoorn - Medemblik nam in 1997 de wagon over nadat hij weer was ontdekt. De 21 kon alleen met een ponton worden overgebracht naar Hoorn. De 105 Brugcompagnie hielp hierbij in het kader van een legeroefening. De wagon kreeg bij de SHM in 2005 en 2006 een grote restauratie en enkele aanpassingen om op de tramlijn van de SHM te kunnen rijden. Zo werd de spoorbreedte van de wagon aangepast van 1000 mm naar 1435 mm. De N.H.T.M. 21 werd tevens voorzien van de assen en wielen van zijn oorspronkelijke Belgische fabrikant. Naast de 21 heeft de SHM nog één andere wagon van de N.H.T.M. in haar bezit, de 38 uit 1908. De 38 werd bij de N.H.T.M. voornamelijk gebruikt voor het vervoer van hooi en van bussen melk van de boeren naar de melkfabrieken. De N.H.T.M. 21 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. |
|||||||||||
De N.H.T.M 21 komt in de laatste tram van de dag station Hoorn binnen rijden. Bello Festival (by Night) van de SHM, 21 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||