RTM AB334 (gebouwd in 1898)
Info over het rijtuig:

De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) verzorgde een uitgebreid netwerk van stoomtrams, veerdiensten en later busdiensten op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Ten zuiden van Rotterdam exploiteerde de RTM de tramdienst op een uitgebreid smalspoor (1067 mm) eilandnetwerk. Voor dit netwerk werd rijtuig AB334 in 1898 geleverd door fabrikant La Métallurgique. Het rijtuig behoorde tot een serie van tien stuks, de AB326 t/m 335. Deze serie rijtuigen kan worden gezien als het prototype van de 'standaard stoomtramrijtuigen'. Op acht rijtuigen na heeft de RTM haar gehele rijtuigvloot op het 'eilandennet' gebaseerd op deze serie. De AB370 van de SHM uit 1905 is een exemplaar uit de zevende serie rijtuigen die gebaseerd zijn op de serie van de AB334. De indienststellingen van de series rijtuigen liepen ongeveer gelijk met de opening van nieuwe spoorlijnen. Het model van de AB334 heeft veel gemeen met de stoomtramrijtuigen die de Tweede Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (TNHT) inzette op de trajecten Amsterdam - Purmerend - Edam - Volendam en Het Schouw - Purmerend - Alkmaar. De AB334 beschikte over een eerste klas met pluche kussens en een tweede klas met houten banken. Aangezien de tram tot 1930 vrij duur was, konden de meeste (rijke) reizigers een kaartje voor de eerste klasse betalen en deden dit ook.

Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945 en de Waddeneilanden op 11 juni door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. 120.000 woningen waren verwoest, waarvan bijna 90.000 onherstelbaar beschadigd waren. Daarnaast hadden nog eens 390.000 huizen lichte schade opgelopen. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Maar tot die tijd woonden veel gezinnen in erbarmelijke omstandigheden. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer te versterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienst doet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend.

De Nederlandse Spoorwegen (en andere spoorbedrijven) hebben altijd, en doen dat nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben een groot aantal van deze rijtuigen en goederenwagons teruggevonden en hebben ze gerestaureerd in de staat waarin zij vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn veel bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde rijtuigen en goederenwagons hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, RTM AB334, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NCS LD 5, NS 1524, NS Dt406, NTM E3, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, USATC 224340, USATC 220410 en de rijtuigen NCS BC6 en NS AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1, en de SBM D5 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats geplaatst en is hiermee bewaard gebleven.

   

In 1949 werd de AB334 buitendienst gesteld en hij werd naar Geldermalsen gebracht om als douanekantoor te dienen. In 1955 werd het rijtuig overgebracht naar de Bakkersweg te Maarsbergen. Hier woonde een losarbeider in het rijtuig die een huurcontract had tot 1962, daarna moest het rijtuig weg. Dit huurcontract werd later door de Museumstoomtram tijdens de restauratie in het rijtuig gevonden. Toen het contract afliep werd de AB334 in 1962 verplaatst naar Rijswijk (Gelderland). Hier werd hij aanvankelijk ook als woning gebruikt, later gebruikte garagebedrijf Van Os het rijtuig voor de opslag van auto-onderdelen. In de jaren '90 leerden de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik over het bestaan van het rijtuig. In 1996 werd het historische rijtuig met Van Os geruild tegen twee zeecontainers. De SHM bracht het rijtuig naar haar opslag in Beverwijk. In 1998 werd hij overgebracht naar de opslag in Zwaag. Tussen 2011 en 2015 werd het rijtuig geheel gerestaureerd. Tijdens deze restauratie werd de RTM AB334 omgespoord van 1067 mm naar 1435 mm 'normaalspoor' zodat het op de spoorlijn van de SHM kan rijden. Op 14 mei 2015 werd de RTM AB334 weer in dienst genomen.

De RTM AB334 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De AB334 is het oudste rijvaardige stoomtramrijtuig in Nederland.

 

De SHM 30 rijdt met acht rijtuigen tussen Wognum-Nibbixwoud en Twisk ter hoogte van de Broerdijk als tulpentram.
Op de foto is de RTM AB334 te zien. 19 april 2025.
© TreinenInNederland.nl

 
 
Rijtuig AB334 hangt achterop een reizigerstrein bij vertrek uit Hoorn. Bello festival 2024
(inclusief locomotievenparade)
, 5 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
 
De RTM AB 334 te Medemblik. 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
RTM AB334 te Medemblik. 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
Het rijtuig AB334 wordt door de NS 6513 samen met andere reizigersrijtuigen en twee goederenwagons langs het
Oosteind in Opperdoes getrokken. Vlak voor de overgang met de N210. Bello Festival (by Night) van de SHM,
27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl
 
De 6513 vertrekt met een reizigerstram, met de AB334, uit Twisk richting Hoorn. 27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl