![]() |
|||||||||||
NS Dt406 (gebouwd in
1921)
|
|||||||||||
Info over de goederenwagon: |
|||||||||||
In 1921 bouwde fabrikant Werkspoor in Amsterdam de series goederenwagons E108 t/m E143 en E144 t/m E153 voor de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij (NTM) in Friesland. De NTM was het grootste stoomtrambedrijf in Nederland dat het grootste deel van Friesland en enkele trajecten naar Drenthe, Groningen en Overijssel exploiteerde. De gesloten goederenwagons zijn voorzien van stoomverwarmingsleidingen, zodat ze ook dienst kunnen doen als bagagewagens in reizigerstrams. Via deze leidingen verwarmde de stoom van de locomotieven de rijtuigen. De E128, E134 en de E137 (de E137 draagt zijn NS-nummer Dt406) zijn alle drie bewaard gebleven en behoren nu tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redden, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer. De NTM beëindigde in 1947 en 1948 het reizigersvervoer op haar tramlijnen. Een groot deel van de rijtuigen werd overgenomen door de Nederlandsche Spoorwegen en elders in Nederland ingezet. Nadat de NTM het reizigersvervoer op de tramlijnen had beëindigd, nam NS in 1948 de exploitatie van het goederenvervoer over. Hiervoor nam NS een deel van de locomotieven en goederenwagons van de NTM over. Het materieel dat NS niet overnam, werd in 1947 en 1948 door de NTM terzijde gesteld. In 1949 nam de NTM de overgebleven spoorlijnen weer over van de NS; het materieel bleef echter wel eigendom van de NS. Van de goederenwagons E128, E134 en E137 werd de E128 niet door NS in dienst gesteld. De E134 kreeg bij NS het nummer Dt405 en de E137 kreeg het nummer Dt406. Soortgenoten van de bagagewagens hebben vanuit depot Alkmaar dienst gedaan op de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee. Of de Dt406 zelf dienst heeft gedaan naar Bergen aan Zee is niet met zekerheid vast te stellen. Op de tramlijn naar Bergen aan Zee hebben ook de 'dikke' rijtuigen van de serie C431 t/m C434 en BC451 t/m BC458 gereden. Van deze rijtuigen heeft de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik de BC423, BC425 en BC455 in haar collectie. Rijtuig C652, dat ook in de collectie van de SHM is opgenomen en is gerestaureerd als de NTM C205, heeft tussen 1948 en 1951 dienst gedaan voor NS op de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee. De bagagewagens en rijtuigen werden op de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee getrokken door de stoomlocomotieven van de serie NS 7700. De stoomtrams hadden de bijnaam Bello. Deze bijnaam werd aan veel lokale stoomtrams gegeven. Aan het bellen terwijl de trams door de dorpskernen reden, hebben de trams de naam Bello te danken. Van al deze Bello's is de NS 7742 als enige bewaard gebleven. De reizigerstram vanuit Alkmaar naar Egmond werd in 1934 opgeheven en vervangen door nieuwe bussen. In oktober 1947 reed de laatste reizigerstram naar Warmenhuizen. Sindsdien is Bergen aan Zee nog de enige bestemming waar de trams vanuit Alkmaar naartoe reden. De Nederlandsche Spoorwegen kondigden in 1950 aan dat er een einde zou komen aan de stoomtram 'Bello', die tussen Alkmaar en Bergen aan Zee reed. Ondanks dat het einde van de tramdienst naar Bergen aan Zee naderde was deze nog steeds erg populair bij de reizigers. De lengte van de trams tussen Alkmaar en Bergen aan Zee varieerde van drie rijtuigen met een bagagewagen tot wel zeven rijtuigen met een bagagewagen op de warme zomerdagen. Voor de Tweede Wereldoorlog bestonden de trams naar Bergen zelfs uit negen rijtuigen. Twee jaar later kreeg NS van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1952 toestemming om de stoomtram vanaf 15 februari 1953 enkel nog in de zomermaanden te bedienen voor de vele toeristen die naar het strand gingen. Na de zomer van 1955 zou de tramlijn geheel worden gesloten. Op 14 februari 1953 reed de laatste Bello-stoomtram buiten de zomermaanden. Vanaf 15 februari verzorgden de bussen van het bedrijf Noord-Hollandse Auto-Dienst Onderneming 'Bergen-Binnen' (N.H.A.D.O.), waar NS 50% van de aandelen van in bezit had, de dienst tussen Alkmaar en Bergen aan Zee. Het goederenvervoer stopte in maart 1953 over de tramlijn. De gemeente Bergen wilde ook dat de stoomtram verdween en legde later een nieuwe brede autoweg aan op de plek van de tramlijn. Bezorgde burgers van Bergen aan Zee startten in 1953 een comité en hielden een verkiezing om te peilen hoeveel mensen voor het behoud van de stoomtram Bello waren. Hieruit kwam dat bijna 98% van de inwoners van Bergen en ruim 90% van de badgasten voor het behoud van de tramverbinding stemde. |
|||||||||||
Op 31 augustus 1955 reed Bello tussen Alkmaar en Bergen aan Zee als de laatste stoomtram en tevens reizigerstram van NS. NS reed hierna enkel nog goederentrams met diesellocomotieven. Uit protest tegen de verdwijning van Bello waren er plannen om de stoomtram op deze laatste dag te laten ontsporen. Om dit te voorkomen stond langs het hele traject iedere 500 meter een politieagent. De agenten reden zelfs in elk rijtuig mee. Hiervoor waren honderden spoorwegrechercheurs van NS en politieagenten aanwezig. De noodremmen in de rijtuigen en de luchtslangen aan het einde van de trein waren extra beveiligd om zo onnodige snelremmingen te voorkomen. Om 22:45 vertrok de laatste Bello uit Alkmaar op weg naar Bergen aan Zee. Voor het afscheid marcherden mensen in Bello onder begeleiding van een trompet. De burgemeester van Bergen zou in zijn gemeente bij het afscheid aanwezig zijn, maar bleek het laatste moment toch niet te komen. De laatste stoomtram zou volgens planning om 23:26 uit Bergen aan Zee terug naar Alkmaar vertrekken. Duizenden mensen in Bergen zagen de keurig opgepoetste NS 7742 met zes uitpuilende rijtuigen met wat vertraging iets voor middernacht uit Bergen aan Zee vertrekken met de laatste stoomtramrit. De bagagewagen was geheel gereserveerd voor persfotografen. Een van de zes rijtuigen werd door een menigte letterlijk afgebroken. Langs de gehele route stonden mensen laat in de avond te wachten om Bello voor de laatste keer te zien rijden. De stoomtram werd ook achtervolgd door auto's die vrolijk toeterden, waarop Bello terugfloot. De NS 7742 arriveerde met zijn zes rijtuigen door de ongekend grote belangstelling op 1 september rond één uur 's nachts met een uur vertraging in Alkmaar. Het dienstdoende personeel kreeg nog een ovatie en daarmee werd het tijdperk van de stoomtram en reizigerstram van NS afgesloten. Het afscheid van Bello was landelijk nieuws. Op de voorpagina van de Alkmaarse Courant verscheen zelfs een rouwadvertentie voor de stoomtram. De laatste stoomlocomotieven van de serie 7700 en de laatste vijf overgebleven 'dikke' rijtuigen werden een paar maanden na het sluiten van de spoorlijn, in december 1955, ook buiten dienst gesteld. De stoomlocomotief die de afscheidstram reed, de 7742, werd als enige stoomlocomotief van de serie niet gesloopt. De locomotief werd in de locomotiefloods in Alkmaar onder een zeil geplaatst. De Nederlandse Spoorwegen (en andere spoorbedrijven) hebben altijd, en doen dat nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben een groot aantal van deze rijtuigen en goederenwagons teruggevonden en hebben ze gerestaureerd in de staat waarin zij vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn veel bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde rijtuigen en goederenwagons hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, RTM AB334, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NCS LD 5, NS 1524, NS Dt406, NTM E3, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, USATC 224340, USATC 220410 en de rijtuigen NCS BC6 en NS AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1, en de SBM D5 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats geplaatst en is hiermee bewaard gebleven. De Dt406 heeft het einde van de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee niet gehaald en werd in 1949 al afgevoerd. De bagagewagen heeft nog geen twee jaar bij NS dienst gedaan. NS verkocht in 1950 de bagagewagen. Tussen 1950 en 1994 werd de Dt406 in Nieuwe Niedorp gebruikt als schuur. De Museumstoomtram Hoorn - Medemblik kreeg in 1994 de wagon geschonken en bracht hem over naar de opslag bij Corus in Beverwijk. In 2016 ontving de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik een gift van 580.000 euro van de BankGiro Loterij voor hun nieuwe project 'Tram voor Bello'. Drie jaar later kreeg de SHM 125.000 euro van het Mondriaan Fonds voor het project. Het project 'Tram voor Bello' omvat de restauratie van de rijtuigen BC423, BC425 en BC455 en de bagagewagen Dt406. Samen met de NS 7742 'Bello' vormen ze een stoomtram zoals deze daadwerkelijk heeft gereden op de spoorlijn tussen Alkmaar en Bergen aan Zee. De rijtuigen vormen samen met stoomloc NS 6513 ook een stoomtram zoals deze heeft gereden tussen Ede en Wageningen. Naast de grote historische waarde van de Tram voor Bello heeft de SHM de drie rijtuigen hard nodig, omdat steeds meer bezoekers een historische reis met de trams willen maken. Om de drie rijtuigen en de bagagewagen te restaureren heeft de SHM een bedrag van ongeveer één miljoen euro nodig. Voor dit uitvoerige project werd eerst het Bello Atelier, een uitbreiding van de werkplaats van de SHM, gebouwd. In mei 2019 werd begonnen aan de restauratie van het eerste rijtuig, de BC423. Al het verrotte hout moest worden verwijderd, waardoor enkel nog (een deel van) het rijtuigenframe overbleef. Deze frames werden gerestaureerd en met nieuw hout worden de rest van de rijtuigen weer opgebouwd. Terwijl de BC423 nog vol in restauratie was, werd in 2022 begonnen aan het tweede rijtuig van de Tram voor Bello, de BC455. Rijtuig BC423 werd in 2024 feestelijk in gebruik genomen. Hetzelfde jaar werd ook begonnen aan het werk van de draaistellen van rijtuig BC425. In januari 2025 werd begonnen met de demontage van de BC425. De BC425 was het meest complete rijtuig van de drie en werd gebruikt om de afmetingen te meten. Tijdens het Bello Festival 2025 was de BC423 voor het eerst samen met de NS 7742 te zien. Tijdens de restauratie van de NS C425 werd de door een brand verbogen onderframe in maart 2026 weer rechtgetrokken en gesteld. De Tram voor Bello heeft als geheel de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De NS Dt406 staat met de SBM D5, NTM E3 en de NCS LD5 in Hoorn op het emplacement opgesteld. Op 19 juni 2026 zijn de vier goederenwagons na jaren vanuit depot Zwaag naar Hoorn getransporteerd. Een dag later legden wij de wagons in Hoorn vast. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De SHM 35 'Griezel' rangeert met de goederenwagons. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De vier goederenwagons werden aan de Amsterdam-kant van het emplacement in Hoorn neergezet. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Detailfoto's van de voorkant van de Dt406. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Detailfoto's van de zijkant van de wagon. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De andere zijkant van de Dt406. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Een foto van het dak van de Dt406. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||