In beeld: Vier historische wagons na jaren vanuit depot Zwaag getransporteerd

02-07-2026 / 16.50 uur
HOORN -
De komende jaren wordt hard gewerkt aan het project 'Poort van Hoorn'. Hiermee wil de gemeente tussen 2022 en 2030 zesduizend woningen bijbouwen en onder andere het stationsgebied flink aanpakken. Hiervoor zijn goede afspraken gemaakt met de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. In Hoorn zal het emplacement van de Museumstoomtram worden aangepast en zullen de drie oude loodsen worden vervangen

door een nieuw expositiedepot.

Een onderdeel van 'Poort van Hoorn' is het ‘Realisatie Collectiedepot Zwaag’. In dit project wordt het huidige collectiedepot in Zwaag, waarin drie sporen liggen, vervangen door een veel grotere loods waarin 620 meter overdekt spoor komt te liggen, verdeeld over vijf sporen. Het depot krijgt een oppervlakte van 3100 vierkante meter, waarin ook ruimte komt voor de opslag van spullen. Momenteel staat het dienstdoende materieel van de Museumstoomtram in Hoorn opgesteld, waarvan een deel helaas in de buitenlucht staat. Daarnaast heeft de SHM loodsen in Zwaag en Benningbroek voor de opslag van tientallen historische rijtuigen en goederenwagons die nog op een restauratie wachten. Als alle loodsen in Hoorn en Zwaag zijn gebouwd, kan al het materieel overdekt worden opgesteld.

Begin 2026 werd de definitieve omgevingsvergunning aangevraagd voor de nieuwe loods in Zwaag. Volgens planning begint in het derde kwartaal van dit jaar het bouwrijp maken van de grond in Zwaag. Op 19 juni 2026 vond het eerste transport plaats van het materieel dat in Zwaag stond opgeslagen naar Hoorn. Twee platte wagons werden beladen met vier houten goederenwagons die nog op een restauratie wachten. De vier wagons zijn de D5 van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem, de Dt406 van de Nederlandsche Spoorwegen, de E3 van de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij en als laatste de LD5 van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij. Een dag later bezochten wij Hoorn om deze vier goederenwagons te fotograferen, nu zij na vele jaren voor het eerst weer voor het publiek te zien zijn.

Bij toeval bewaard
De Nederlandse Spoorwegen (en andere spoorbedrijven) hebben altijd, en doen dat nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben een groot aantal van deze rijtuigen en goederenwagons teruggevonden en hebben ze gerestaureerd in de staat waarin zij vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn veel bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde rijtuigen en goederenwagons hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, RTM AB334, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NCS LD5, NS 1524, NS Dt406, NTM E3, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, USATC 224340, USATC 220410 en de rijtuigen NCS BC6 en NS AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM P1, en de SBM D5 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats geplaatst en is hiermee bewaard gebleven.

Voor alle foto- en filmbeelden geldt: © TreinenInNederland.nl

 
 
 
   
   
   
   
   
 
Bekijk onze filmbeelden.
 
De SBM D5, NS Dt406, NTM E3 en de NCS LD5 staan in Hoorn op het emplacement opgesteld.
 
De LD5 van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij is aan één kant geheel open.
 
De Sik 271 werd voor de goederenwagons gerangeerd.
 
De eerste van de vier wagons is de D5 van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem. Kijk voor veel meer foto's van de
D5 op de pagina van de wagon.
 

Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem D5
De eerste van de vier goederenwagons is de D5 van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem, gebouwd in 1926. De D5 is een van de vijf post-bagegewagens in de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De andere vier zijn de NCS LD5 (deze wagon werd ook uit Zwaag getransporteerd), de NTM D6, de NTM P1 (deze conducteurswagen werd oorspronkelijk gebouwd als post-bagagewagen) en de SBM D3.Vanwege het succes met het postvervoer per spoor besloten de Posterijen in 1880, een jaar nadat op 1 juli 1879 de eerste stoomtram in Nederland reed, om post ook per stoomtram te vervoeren. Vanwege de lage vraag naar postvervoer bij stoomtrams werden geen complete postwagons gebouwd, zoals bij treinen, maar altijd post-bagagewagens. De wagons hadden aparte compartimenten voor bagage en post. De post-bagagewagens hadden aan beide zijkanten een brievenbusgleuf waarin mensen hun post konden stoppen. Terwijl de wagons meereden met de reizigerstrams, werd de post onderweg gesorteerd.

De Rotterdamse treinenfabrikant Allan leverde in 1926 post-bagagewagen D5 aan de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM). De post-bagagewagen behoort tot een kleine serie van slechts drie wagons van het type PD2. De wagons kregen de nummers D4 t/m D6. In 1949 werd de D5 terzijde gesteld. De wagon werd verkocht en heeft tussen 1949 en 1989 gediend als kippenhok in Breskens. Stichting Brabant Rail (SBR) kocht in 1989 de oude post-bagagewagen en bracht hem naar Breda. In 1995 werd de wagon in bruikleen gegeven aan de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De wagon werd opgeslagen in de opslag bij Corus in Beverwijk. Later werd de wagon naar de loods in Zwaag gebracht.

De SBM D5 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De Museumstoomtram Hoorn - Medemblik heeft van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem een rijtuig en twee post-bagagewagens in de collectie. Rijtuig AB24, gebouwd in 1925, is in dienstvaardige staat hersteld. De post-bagagewagens D3 (gebouwd in 1913) en D5 (gebouwd in 1926) zijn tot op heden nog niet gerestaureerd.

 
Enkele detailfoto's van de D5.
 
 
Het gat in de voorkant dat de D5 heeft gekregen toen de wagon diende als kippenhok.
 
De oude gleuf waardoor mensen vroeger hun post in de wagon konden posten.
 
 
De SHM 35 'Griezel' rangeert met de goederenwagons.
 
De SHM 35 rangeert langs de Sik 271 die met een korte werktram klaar staat om naar depot Zwaag te rijden.
 
De tweede van de vier wagons is de Dt406 van de Nederlandsche Spoorwegen. Deze wagon zal door de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik worden gerestaureerd als onderdeel van de 'Tram voor Bello'. Kijk voor veel meer foto's van de Dt406 op de pagina van de wagon.
 

Nederlandsche Spoorwegen Dt406
In 1921 bouwde fabrikant Werkspoor in Amsterdam de series goederenwagons E108 t/m E143 en E144 t/m E153 voor de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij (NTM) in Friesland. De NTM was het grootste stoomtrambedrijf in Nederland dat het grootste deel van Friesland en enkele trajecten naar Drenthe, Groningen en Overijssel exploiteerde. De gesloten goederenwagons zijn voorzien van stoomverwarmingsleidingen, zodat ze ook dienst kunnen doen als bagagewagens in reizigerstrams. Via deze leidingen verwarmde de stoom van de locomotieven de rijtuigen. De E128E134 en de E137 (de E137 draagt zijn NS-nummer Dt406) zijn alle drie bewaard gebleven en behoren nu tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik.

In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redden, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen.

De NTM beëindigde in 1947 en 1948 het reizigersvervoer op haar tramlijnen. Een groot deel van de rijtuigen werd overgenomen door de Nederlandsche Spoorwegen en elders in Nederland ingezet. Nadat de NTM het reizigersvervoer op de tramlijnen had beëindigd, nam NS in 1948 de exploitatie van het goederenvervoer over. Hiervoor nam NS een deel van de locomotieven en goederenwagons van de NTM over. Het materieel dat NS niet overnam, werd in 1947 en 1948 door de NTM terzijde gesteld. In 1949 nam de NTM de overgebleven spoorlijnen weer over van de NS; het materieel bleef echter wel eigendom van de NS. De NTM E137 kreeg bij NS het nummer Dt406. Soortgenoten van de bagagewagens hebben vanuit depot Alkmaar dienst gedaan op de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee. Of de Dt406 zelf dienst heeft gedaan naar Bergen aan Zee is niet met zekerheid vast te stellen.

De Nederlandsche Spoorwegen kondigden in 1950 aan dat er een einde zou komen aan de stoomtram 'Bello', die tussen Alkmaar en Bergen aan Zee reed. Ondanks dat het einde van de tramdienst naar Bergen aan Zee naderde was deze nog steeds erg populair bij de reizigers. De trams reden tot wel zeven rijtuigen met een bagagewagen op de warme zomerdagen. Twee jaar later kreeg NS van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1952 toestemming om de stoomtram vanaf 15 februari 1953 enkel nog in de zomermaanden te bedienen voor de vele toeristen die naar het strand gingen. Vanaf 15 februari verzorgden de bussen van het bedrijf Noord-Hollandse Auto-Dienst Onderneming 'Bergen-Binnen' (N.H.A.D.O.), waar NS 50% van de aandelen van in bezit had, de dienst tussen Alkmaar en Bergen aan Zee. De gemeente Bergen wilde ook dat de stoomtram verdween en legde later een nieuwe brede autoweg aan op de plek van de tramlijn. Bezorgde burgers van Bergen aan Zee startten in 1953 een comité en hielden een verkiezing om te peilen hoeveel mensen voor het behoud van de stoomtram Bello waren. Hieruit kwam dat bijna 98% van de inwoners van Bergen en ruim 90% van de badgasten voor het behoud van de tramverbinding stemde.

Op 31 augustus 1955 reed Bello tussen Alkmaar en Bergen aan Zee als de laatste stoomtram en tevens reizigerstram van NS. NS reed hierna enkel nog goederentrams met diesellocomotieven. De laatste stoomtram zou volgens planning om 23:26 uit Bergen aan Zee terug naar Alkmaar vertrekken. Duizenden mensen in Bergen zagen de keurig opgepoetste NS 7742 met zes uitpuilende rijtuigen iets voor middernacht uit Bergen aan Zee vertrekken met de laatste stoomtramrit. Langs de gehele route stonden mensen laat in de avond te wachten om Bello voor de laatste keer te zien rijden. De stoomtram werd ook achtervolgd door auto's die vrolijk toeterden, waarop Bello terugfloot. De NS 7742 arriveerde met zijn zes rijtuigen door de ongekend grote belangstelling op 1 september rond één uur 's nachts met een uur vertraging in Alkmaar. Het dienstdoende personeel kreeg nog een ovatie en daarmee werd het tijdperk van de stoomtram en reizigerstram van NS afgesloten. Het afscheid van Bello was landelijk nieuws. Op de voorpagina van de Alkmaarse Courant verscheen zelfs een rouwadvertentie voor de stoomtram. De stoomlocomotief die de afscheidstram reed, de 7742, werd als enige stoomlocomotief van de serie niet gesloopt. De locomotief werd in de locomotiefloods in Alkmaar onder een zeil geplaatst.

De NS Dt406 heeft het einde van de tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee niet gehaald en werd in 1949 al afgevoerd. De bagagewagen heeft nog geen twee jaar bij NS dienst gedaan. NS verkocht in 1950 de bagagewagen. Tussen 1950 en 1994 werd de Dt406 in Nieuwe Niedorp gebruikt als schuur. De Museumstoomtram Hoorn - Medemblik kreeg in 1994 de wagon geschonken en bracht hem over naar de opslag bij Corus in Beverwijk. 

In 2016 ontving de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik een gift van 580.000 euro van de BankGiro Loterij voor hun nieuwe project 'Tram voor Bello'. Drie jaar later kreeg de SHM 125.000 euro van het Mondriaan Fonds voor het project. Het project 'Tram voor Bello' omvat de restauratie van de rijtuigen BC423, BC425 en BC455 en de bagagewagen Dt406. Samen met de NS 7742 'Bello' vormen ze een stoomtram zoals deze daadwerkelijk heeft gereden op de spoorlijn tussen Alkmaar en Bergen aan Zee. Naast de grote historische waarde van de Tram voor Bello heeft de SHM de drie rijtuigen hard nodig, omdat steeds meer bezoekers een historische reis met de trams willen maken. Om de drie rijtuigen en de bagagewagen te restaureren heeft de SHM een bedrag van ongeveer één miljoen euro nodig. Voor dit uitvoerige project werd eerst het Bello Atelier, een uitbreiding van de werkplaats van de SHM, gebouwd. In mei 2019 werd begonnen aan de restauratie van het eerste rijtuig, de BC423. Rijtuig BC423 werd vij jaar later in 2024 feestelijk in gebruik genomen. Momenteel is de Museumstoomtram druk bezig met de restauratie van de andere twee rijtuigen. Later zal men ook aan de NS Dt406 beginnen. De Tram voor Bello heeft als geheel de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 
Enkele detailfoto's van de Dt406.
 
 
 
 
De oude fabrieksplat van de wagon zat vroeger op deze plek.
 
De SHM 35 staat met de wagons aan de Amsterdam-kant van het emplacement.
 
Even later rangeerde Griezel de wagons naar de zijkant van het historische depot.
 
De derde van de vier wagons is de E3 van de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij. Kijk voor veel meer foto's van de E3
op de pagina van de wagon.
 

Nederlandsche Tramweg-Maatschappij E3
Fabrikant Werkspoor in Amsterdam leverde in 1915 de gesloten goederenwagon E3 aan de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij (NTM). De NTM beëindigde in 1947 en 1948 het reizigersvervoer op haar tramlijnen. Een groot deel van de rijtuigen werd overgenomen door de Nederlandsche Spoorwegen en elders in Nederland ingezet. Nadat de NTM het reizigersvervoer op de tramlijnen had beëindigd, nam NS in 1948 de exploitatie van het goederenvervoer over. Hiervoor nam NS een deel van de locomotieven en goederenwagons van de NTM over. Het materieel dat NS niet overnam, werd in 1947 en 1948 door de NTM terzijde gesteld. In 1949 nam de NTM de overgebleven spoorlijnen weer over van de NS; het materieel bleef echter wel eigendom van de NS.

In tegenstelling tot de eerder benoemde NTM E137 / NS Dt406, werd de E3 niet door NS overgenomen. De goederenwagon werd in 1948 buiten dienst gesteld. De houten wagon werd hetzelfde jaar verkocht en naar Heerenveen gebracht. Hier heeft de E3 van 1948 tot en met 1996 als schuur in een tuin gestaan. In 1996 werd de goederenwagon weer teruggevonden en opgenomen in de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De NTM E3 werd overgebracht naar de opslag bij Corus in Beverwijk. De E3 werd in 1999 verplaatst naar het depot in Zwaag.

De NTM E3 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 
Enkele detailfoto's van de E3.
 
 
Hier zat vroeger de fabrieksplaat van de wagon.
 
 
 
In de middag rangeerde de NS Kraansik 361 de vier wagons weer terug op de plek waar ze vanochtend ook stonden.
 
 
De laatste van de vier wagons is de LD5 van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij. Kijk voor veel meer foto's van de LD5
op de pagina van de wagon.
 

Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij LD5
De LD5 van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij is net als de D5 Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem een post-bagagewagen. De Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS) opende in 1908 de stoomtramlijn Nunspeet - Elburg - Kamperstraatweg - Hattem. De tramlijn kreeg al snel de bijnaam 'Zuiderzeestoomtram' vanwege de ligging van het traject. Voor het traject bestelde de NCS vier post-bagagewagens bij fabrikant De Groot. De wagons kregen de nummers LD1 t/m LD4. De NCS opende op 6 oktober 1914 de zijtak van de Zuiderzeestoomtram van Kamperstraatweg (Wezep) naar De Zande. De nieuwe zijtak verbond de spoorlijnen Hattemerbroek - Nunspeet en Hattem - Kampen Zuid met elkaar. Voor de nieuwe zijtak plaatste de NCS een kleine bestelling van twee rijtuigen en twee post-bagagewagens bij Allan in Rotterdam. De rijtuigen kregen de nummers BC5 en BC6, en de post-bagagewagens kregen de nummers LD5 en LD6. Van deze order zijn rijtuig BC6 en post-bagagewagen LD5 bewaard gebleven bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De LD5 werd in 1914 door Allan geleverd. De postafdeling van de LD5 en LD6 was 2,75 meter lang en het bagagegedeelte was 3,75 meter lang. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, had de postafdeling aan de zijkant een schuifdeur. 

De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS) had in 1885 een meerderheid van de aandelen van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij gekocht. Beide bedrijven fuseerden niet, maar de NRS kreeg de volledige controle over de NCS. In 1890 nam de Nederlandse Staat de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, en daarmee ook de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij, over.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Staatsspoorwegen (SS) waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) door eerdere fusies en het overnemen van de exploitatie van andere spoorbedrijven de grootste spoorvervoerders in Nederland. De bedrijven concurreerden hevig met elkaar, maar vanwege de oorlogsdreiging werden beide spoorbedrijven tijdens de oorlog onder militair gezag geplaatst. Vanwege de tekorten door de oorlog richtten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw belangengemeenschap op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. Na de oorlog kregen de treinen en trams hevige concurrentie van bussen, personenauto's, fietsen en vrachtwagens. Andere kleinere, nog bestaande spoorbedrijven lieten vanwege de verliezen hun exploitatie overnemen door de NS. In 1919 nam de Staatsspoorwegen de exploitatie van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij en de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij over. De materieelparken van de NCS en NRS werden verdeeld tussen zowel de Staatsspoorwegen als de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Het overgenomen materieel kreeg in 1921 nieuwe NS-nummers. De NCS LD5 kreeg het nummer NS PDt 205. De Zuiderzeestoomtram sloot op 1 september 1931. Een deel van het materieelpark dat op de Zuiderzeestoomtram reed, waaronder de NS PDt 205 en de NCS BC6 (inmiddels vernummerd naar de NS BC216), werd overgebracht naar de tramlijn Kwadijk - Edam - Volendam van NS. In 1932 werd de tramlijn ingekort tot Edam en al op 15 mei 1933 werd het reizigersvervoer helemaal opgeheven. 

De post-bagagewagen PDt 205 werd verkocht aan een sloperij. De sloperij besloot de wagon niet te slopen, maar deze door te verkopen. Wat er met de PDt 205 tussen 1933 en 2004 precies is gebeurd is onbekend. In december 2004 werd bij een boerderij in het dorpje Middelie (Noord-Holland) de wagenbak van de LD5 weer teruggevonden. Aan de hand van de originele fabrieksplaten die nog steeds aanwezig waren, kon worden vastgesteld dat het om de LD5 ging. Nog hetzelfde jaar nam de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik de post-bagagewagen op in de collectie. De NCS LD5 werd door de Museumstoomtram opgeslagen.

Van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij zijn vijf rijtuigen en een post-bagagewagen bewaard gebleven. Dit zijn de rijtuigen B101B118B119BC6 en BC104 en de post-bagagewagen LD5. De B101, B118 en de BC104 behoren tot de collectie van de Museum Buurtspoorweg (MBS). Rijtuig BC6 en de post-bagagewagen LD5 zijn eigendom van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Rijtuig B119 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht tentoongesteld. Van de NCS zijn helaas geen locomotieven bewaard gebleven. Wel heeft de MBS haar Belgische stoomlocomotief nummer 6 'Magda' voorzien van de gele huisstijl van de NCS. De NCS LD5 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 
Enkele detailfoto's van de LD5.
 
 
 
 
Door de open voorkant van de LD5 kan je door de hele wagon heen kijken.