SBM AB24 (uit 1925)
Info over het rijtuig:

In 1927 werd rijtuig 24 door fabrikant Allan in Rotterdam als onderdeel van een serie van dertien rijtuigen geleverd aan de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM). De rijtuigen met 14 eerste en 29 tweede klasse plaatsen kregen de nummers 18 t/m 30. De rijtuigen hadden een spoorbreedte van 1000 mm, in plaats van 1435 mm 'normaalspoor'. Rijtuig 24 behoort tot de laatste voor Nederland gebouwde stoomtramrijtuigen. Desondanks waren ze voorzien van een ouderwetse kolenkachel en olieverlichting. De rijtuigen werden ingezet op stoomtramlijnen in het westen van Zeeuws-Vlaanderen.

In de jaren '30 ging het vanwege de concurrentie met het wegverkeer erg slecht met de lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen in Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog reden de eerste bussen in Nederland, die fel concurreerden met de trams. Naast bussen waren personenauto's, fietsen en vrachtwagens in opkomst en wonnen ze steeds meer terrein van het spoor. Trambedrijven waren sinds de Eerste Wereldoorlog bezig om stoomlocomotieven te vervangen door goedkopere benzine-, diesel- of elektrische trams om beter te kunnen concurreren. In de jaren '30 stapten veel trambedrijven over op nieuwe bussen of gingen ze failliet. Doordat veel bedrijven het financieel niet meer redde, besloten ze samen te voegen tot grotere bedrijven. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog beleefden de (stoom)trams, door de schaarste aan olie en benzine, een korte opleving. De tramlijnen sloten echter na de oorlog voor het reizigersvervoer. Een deel van de tramlijnen (met een spoorbreedte van 1435 mm 'normaalspoor') werd door de Nederlandsche Spoorwegen overgenomen. De NS reed tot in de jaren '60 en '70 met goederenvervoer over de spoorlijnen. Later werden deze lijnen toch gesloten door de concurrentie met de vrachtwagen of het wegvallen van het vervoer.

Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945, en de Waddeneilanden op 11 juni, door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer aan te sterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienstdoet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend.

De Nederlandse Spoorwegen hebben altijd, en doen dat nu nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben deze treinen teruggevonden en hebben ze kunnen restaureren zoals ze vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn er bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde treinen hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig RTM AB334 heeft ook als woning gediend, maar werd daarvoor eerst nog als douanekantoor gebruikt. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, NS 1524, USATC 224340, USATC 220410 en NS-rijtuig AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats neergezet en is hiermee bewaard gebleven.

In 1949 werd de tram in het westen van Zeeuws-Vlaanderen opgeheven en werd het rijtuig verkocht als zomerhuisje naar Cadzand. Tussen 1956 en 1984 heeft het rijtuig als kleedlokaal bij voetbalclub Maldeghem gestaan. In 1984 werd rijtuig 24 via het Stoomcentrum Maldeghem verkocht aan de Stichting Brabant Rail. Het rijtuig werd naar de NS-werkplaats in Roosendaal gebracht. Hier werd begonnen aan de restauratie. Het rijtuig werd in 1990 overgebracht naar de Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten-garage in Breda. Later werd het rijtuig naar de Machinefabriek Breda gebracht. In 1995 nam de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik het rijtuig over en bracht hem naar een loods op het terrein van de Hoogovens in IJmuiden. Drie jaar later werd het rijtuig naar Hoorn gebracht. Tussen 2000 en 2008 is het rijtuig geheel gerestaureerd en omgespoord van een spoorbreedte van 1435 mm. Zo kan het rijtuig dienstdoen op de spoorlijn van de SHM.

De SBM AB24 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De SBM AB24 te Medemblik. Bello festival 2024 (inclusief locomotievenparade),
6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
De SBM AB24 te Medemblik. 6 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
Het rijtuig AB24 wordt door de NS 6513 samen met andere reizigersrijtuigen en twee goederenwagons langs het
Oosteind in Opperdoes getrokken. Vlak voor de overgang met de N210. Bello Festival (by Night) van de SHM,
27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl
 
De 6513 vertrekt met een reizigerstram, met de AB24, uit Twisk richting Hoorn. 27 oktober 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
De SBM AB24 staat in de werkplaats van de SHM in Hoorn. 24 oktober 2015. © TreinenInNederland.nl