NCS LD5 (gebouwd in 1914)
Info over de goederenwagon:

Vanwege het succes met het postvervoer per spoor besloten de Posterijen in 1880, een jaar nadat op 1 juli 1879 de eerste stoomtram in Nederland reed, om post ook per stoomtram te vervoeren. Vanwege de lage vraag naar postvervoer bij stoomtrams werden geen complete postwagons gebouwd, zoals bij treinen, maar altijd post-bagagewagens. De wagons hadden aparte compartimenten voor bagage en post. De post-bagagewagens hadden aan beide zijkanten een brievenbusgleuf waarin mensen hun post konden stoppen. Terwijl de wagons meereden met de reizigerstrams, werd de post onderweg gesorteerd. Bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik zijn vijf post-bagagewagens bewaard gebleven. Dit zijn de NCS LD5, NTM D6, NTM P1 (deze conducteurswagen werd oorspronkelijk gebouwd als post-bagagewagen), SBM D3 en de SBM D5.

In 1908 opende de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS) de stoomtramlijn Nunspeet - Elburg - Kamperstraatweg - Hattem. De tramlijn kreeg al snel de bijnaam 'Zuiderzeestoomtram' vanwege de ligging van het traject. Voor het traject bestelde de NCS vier post-bagagewagens bij fabrikant De Groot. De wagons kregen de nummers LD1 t/m LD 4. De NCS opende op 6 oktober 1914 de zijtak van de Zuiderzeestoomtram van Kamperstraatweg (Wezep) naar De Zande. De nieuwe zijtak verbond de spoorlijnen Hattemerbroek - Nunspeet en Hattem - Kampen Zuid met elkaar. Voor de nieuwe zijtak plaatste de NCS een kleine bestelling van twee rijtuigen en twee post-bagagewagens bij Allan in Rotterdam. De rijtuigen kregen de nummers BC5 en BC6, en de post-bagagewagens kregen de nummers LD5 en LD6. Van deze order zijn rijtuig BC6 en post-bagagewagen LD5 bewaard gebleven bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De LD5 werd in 1914 door Allan geleverd. De postafdeling van de LD5 en LD6 was 2,75 meter lang en het bagagegedeelte was 3,75 meter lang. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, had de postafdeling aan de zijkant een schuifdeur. De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS) had in 1885 een meerderheid van de aandelen van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij gekocht. Beide bedrijven fuseerden niet, maar de NRS kreeg de volledige controle over de NCS. In 1890 nam de Nederlandse Staat de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, en daarmee ook de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij, over.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Staatsspoorwegen (SS) waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) door eerdere fusies en het overnemen van de exploitatie van andere spoorbedrijven de grootste spoorvervoerders in Nederland. De bedrijven concurreerden hevig met elkaar, maar vanwege de oorlogsdreiging werden beide spoorbedrijven tijdens de oorlog onder militair gezag geplaatst. Vanwege de tekorten door de oorlog richtten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw belangengemeenschap op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). Onder het nieuwe samenwerkingsverband werkten de bedrijven nog beter samen. In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. Er werd gekozen om alle treinen donkergroen te schilderen. NS koos voor een donkere kleur, zodat de treinen minder vies werden. Na de oorlog kregen de treinen en trams hevige concurrentie van bussen, personenauto's, fietsen en vrachtwagens. Andere kleinere, nog bestaande spoorbedrijven lieten vanwege de verliezen hun exploitatie overnemen door de NS. Na de belangengemeenschap werd de Nederlandsche Spoorwegen op 2 augustus 1937 officieel als bedrijf opgericht. Alle vervoerders waarvan NS de exploitatie verzorgde werden op 1 januari 1938 geheel gefuseerd. NS was nog het enige spoorbedrijf dat op het hoofdspoor reed. Op de tram- en lokaallijnen reden nog wel andere bedrijven.

In 1919 nam de SS de exploitatie van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij en de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij over. De materieelparken van de NCS en NRS werden verdeeld tussen zowel de Staatsspoorwegen als de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Het overgenomen materieel kreeg in 1921 nieuwe NS-nummers. De zes post-bagagewagens LD1 t/m LD6 kregen de NS-nummers PDt 201 t/m PDt 206. De NCS LD5 kreeg het nummer NS PDt 205. De Zuiderzeestoomtram sloot op 1 september 1931. Een deel van het materieelpark dat op de Zuiderzeestoomtram reed, waaronder de NS PDt 205 en de NCS BC6 (inmiddels vernummerd naar de NS BC216), werd overgebracht naar de tramlijn Kwadijk - Edam - Volendam van NS. In 1932 werd de tramlijn ingekort tot Edam en al op 15 mei 1933 werd het reizigersvervoer helemaal opgeheven. De NS BC216 werd, samen met zes andere rijtuigen, verkocht aan de Gooische Tramweg Maatschappij.

 
   

De Nederlandse Spoorwegen (en andere spoorbedrijven) hebben altijd, en doen dat nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben een groot aantal van deze rijtuigen en goederenwagons teruggevonden en hebben ze gerestaureerd in de staat waarin zij vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn veel bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde rijtuigen en goederenwagons hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455, NS C1040, NS C1137, NS B1605, NS C7032, NTM C205, RTM AB334, SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85, N.H.T.M. 21, NCS LD5, NS 1524, NS Dt406, NTM E3, NTM E67, NTM E128, NTM E134, NTM F63, O.G. E102, USATC 224340, USATC 220410 en de rijtuigen NCS BC6 en NS AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1, en de SBM D5 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats geplaatst en is hiermee bewaard gebleven.

Toen NS het reizigersverkeer op de lijn Kwadijk - Volendam beëindigde, werd de post-bagagewagen PDt 205 verkocht aan een sloperij. De sloperij besloot de wagon niet te slopen, maar deze door te verkopen. Wat er met de PDt 205 tussen 1933 en 2004 precies is gebeurd is onbekend. In december 2004 werd bij een boerderij in het dorpje Middelie (Noord-Holland) de wagenbak van de LD5 weer teruggevonden. Aan de hand van de originele fabrieksplaten die nog steeds aanwezig waren, kon worden vastgesteld dat het om de LD5 ging. Nog hetzelfde jaar nam de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik de post-bagagewagen op in de collectie. De NCS LD5 werd door de Museumstoomtram opgeslagen.

Van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij zijn vijf rijtuigen en een post-bagagewagen bewaard gebleven. Dit zijn de rijtuigen B101, B118, B119, BC6 en BC104 en de post-bagagewagen LD5. De B101, B118 en de BC104 behoren tot de collectie van de Museum Buurtspoorweg (MBS). Rijtuig BC6 en de post-bagagewagen LD5 zijn eigendom van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Rijtuig B119 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht tentoongesteld. Van de NCS zijn helaas geen locomotieven bewaard gebleven. Wel heeft de MBS haar Belgische stoomlocomotief nummer 6 'Magda' voorzien van de gele huisstijl van de NCS. De NCS LD5 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 

De NCS LD5 staat met de NTM E3, NS Dt406, en de SBM D5 in Hoorn op het emplacement opgesteld. Op 19 juni 2026 zijn
de vier goederenwagons na jaren vanuit depot Zwaag naar Hoorn getransporteerd. Een dag later legden wij de wagons in Hoorn vast.
20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl

 
 
 
 
 
 
De Sik 271 rangeert met de goederenwagons. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
De SHM 35 'Griezel' rangeert met de goederenwagons. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
De vier goederenwagons werden aan de Amsterdam-kant van het emplacement in Hoorn neergezet.
20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
De NCS LD5, NTM E3, NS Dt406, en de SBM D5 staan naast het historische depot. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
De open voorkant van de wagon. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
Detailfoto's van de zijkant van de LD5. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De andere zijkant van de wagon. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Een doorkijkje door de LD5. 20 juni 2026. © TreinenInNederland.nl