![]() |
|||||||||||
| In beeld: Eerste inzet RFO - NVBS 95 jaar locomotief 1931 | |||||||||||
13-12-2025 / 20.30 uur |
|||||||||||
De 1831 van Rail Force One werd uitgekozen om te worden voorzien van de NVBS-huisstijl. De keuze viel op de 43 jaar oude locomotief, omdat de 1831 nog de enige dienstvaardige Nez Cassé is die dienstdoet in het uiterlijk van de vorige vervoerder. De 1831 reed namelijk nog in de oude huisstijl van het in 2017 failliet verklaarde Locon. Hier deed de locomotief dienst onder het nummer 9904. Dit is niet de eerste keer dat de NVBS een locomotief voorziet van bestickering ter ere van haar eigen jubileum. Vijftien jaar geleden bestond de NVBS in 2011 80 jaar en toen werd ook besloten om een locomotief te bestickeren. Toen kreeg de 1254, die op dat moment dienstdeed voor EETC, reclame van de NVBS. Op de ene zijkant werd toen een exemplaar van het blad 'Op de Rails' getoond en op de andere kant het logo van de NVBS. Het blad 'Op de Rails' brengt de NVBS maandelijks uit. Hoewel de 1254 toen ook NVBS-bestickering kreeg, werd de 1831 nu geheel voorzien van de huisstijl van de NVBS. Terwijl achter de schermen druk werd gewerkt aan de grote verrassing, werd op 18 november 2025 de eerste aankondiging door de NVBS gedaan. De jaarlijkse oliebollenrit die altijd in december rijdt, werd dit jaar iets uitgesteld tot begin januari volgend jaar. Zo valt de rit in het begin van het 95ste jubileumjaar van de NVBS. Volgens de aankondiging zou de rit op 3 januari 2026 gereden worden door de Railexperts 9902 'Tommie en Tess' en een verrassingslocomotief met het nummer 951 931. Het nummer 951 931 is opgemaakt uit 95, het aantal jaren dat de NVBS bestaat, en het jaartal dat de NVBS is opgericht: 1931. De verrassingslocomotief werd omschreven als 'een geheel nieuwe verschijning op het Nederlandse spoor'. Gisteren, 12 december 2025, werd bekendgemaakt wat deze verrassingslocomotief 951 931 is. De 1831 werd bij de Stoom Stichting Nederland gepresenteerd in haar nieuwe NVBS-uiterlijk. De locomotief was geheel donkerblauw gemaakt, met op de zijkant groot het getal 95 en het nieuwe logo van de NVBS. Doordat het nummer van de locomotief 1831 is, kon dit met een kleine aanpassing worden veranderd naar 1931. Dit benadrukt het jaar waarin de NVBS is opgericht. Op de zijkant van de locomotief zijn twaalf treinen te zien die belangrijk waren voor de geschiedenis van treinen in Nederland. Op de zijkant van de 1931 zijn van links naar rechts de Arend uit 1839, SS 300 'Grote Groene' uit 1880, SS 700 'Jumbo' uit 1910, Mat'24 'Blokkendoos' uit 1924, Mat'34 'Diesel III' uit 1934, NS 1200 uit 1952, NS 1300 uit 1952, NS 2400 uit 1954, Mat'54 'Hondekop' uit 1954, ICM 'Koploper' uit 1977, VIRM 'Regiorunner' uit 1994 en als laatste de nieuwste trein van NS, ICNG uit 2023. Een dag na de presentatie werd de RFO / NVBS 1931 weer ingezet in de goederendienst en was de nieuw bestickerde locomotief voor het eerst op de baan te zien. De locomotief reed met een schuifwandwagentrein vanuit de Kijfhoek via Rotterdam, Breukelen, Weesp, Amersfoort, Deventer naar Bad Bentheim. Wij hebben de vers bestickerde 1931 tijdens zijn eerste commerciële inzet op de foto en film vastgelegd. Voor alle foto- en filmbeelden geldt: © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Bekijk onze filmbeelden. |
|||||||||||
Voordat de Rail Force One 1831 haar NVBS-bestickering kreeg reed de locomotief in de oude kleuren van vervoerder Locon. Op de foto rijdt de Rail Force One 1831 met een gasketeltrein ter hoogte van Harselaar naar Bad Bentheim. 3 mei 2025. |
|||||||||||
De eerste dag na de presentatie van de locomotief reed de RFO / NVBS 1931 met een schuifwandwagons vanuit Kijfhoek naar Bad Bentheim. Op de foto rijdt de trein op 13 december 2025 vlak voor Amsterdam Bijlmer Arena. |
|||||||||||
Even later passeerde de combinatie station Weesp. |
|||||||||||
De trein bij doorkomst te Amersfoort. |
|||||||||||
Op 17 december 2025 konden wij de nieuwe 1931 fotograferen in het grensstation Bad Bentheim. Hier konden wij de locomotief mooi in detail vastleggen. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Op de neus van de locomotief vallen het grote gevleugelde logo met daarin het nieuwe logo van de NVBS en het nieuwe nummer van de locomotief, 1931, op. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Het gevleugelde logo is een verwijzing naar de oude nummerplaten die NS vroeger voor haar locomotieven gebruikte. Hieronder is een foto te zien van de historische nummerplaat van de NS 2530, gebouwd in 1957. |
|||||||||||
De originele nummerplaat van de NS 2530. De locomotief behoort nu tot de collectie van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Het nummer van de locomotief was 1831, met een kleine aanpassing werd hier 1931 van gemaakt. Dit is het jaar dat de NVBS werd opgericht. Na de oliebollenrit die de locomotief op 3 januari 2026 reed werd het nummer echter weer terug veranderd naar de 1831. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De zijkant van de 1931 waar veel op te zien is. |
|||||||||||
Vervoerder Rail Force One stelde de locomotief kosteloos beschikbaar aan de NVBS voor de bestickering van de locomotief. |
|||||||||||
Een stootjuk op de zijkant van de locomotief. |
|||||||||||
Het nieuw ontworpen logo van de NVBS staat groot op de zijkant van de locomotief. |
|||||||||||
Op de zijkant van de 1931 wordt met twaalf treinen de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland zo goed mogelijk weergegeven. Van veruit de meeste werden de historische kleuren van de treinen gebruikt als achtergrond. Het was voor de NVBS een lastige opgave om twaalf treinen te kiezen, uiteindelijk heeft men deze opstelling gekozen. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De eerste trein die op de tijdlijn staat afgebeeld, is vanzelfsprekend de locomotief die de eerste stoomtrein in Nederland trok. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (afgekort HIJSM, na 1860 HSM) werd in 1837 als eerste spoorwegmaatschappij in Nederland opgericht. In 1829 wonnen Robert Stephenson and Company de Rainhill Trials in Engeland waarmee stoomtreinen zich aan de hele wereld hadden bewezen. De HIJSM bestelde vier stoomlocomotieven bij R.B. Longridge & Co. In mei 1839 kwam de Snelheid in delen als eerste stoomlocomotief in Nederland aan. De Arend werd als tweede stoomlocomotief van Nederland begin september 1839 geleverd. Op 20 september 1839 werd de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem als eerste spoorlijn in Nederland feestelijk geopend. De eerste trein, bestaande uit negen rijtuigen, werd getrokken door de Snelheid en de Arend. De Arend werd in 1857 als laatste van de originele vier locomotieven gesloopt. In 1938 werd in opdracht van NS een replica van de Arend gebouwd. Deze replica is in het Spoorwegmuseum te zien. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De volgende locomotief op de tijdlijn is de stoomlocomotievenserie SS 300. Na de uitvinding van het Westinghouse-remsysteem reden de treinen in Nederland sneller en werden ze zwaarder. De Staatsspoorwegen (SS) bestelde 176 stoomlocomotieven bij Beyer, Peacock and Company in Manchester (Engeland). Tussen 1880 en 1895 werden alle locomotieven geleverd. De Staatsspoorwegen-locomotieven hadden een maximumsnelheid van 90 km/u. Door de grote wielen en hun lichtgroene kleur hadden de locomotieven de bijnaam 'Grote Groene'. De Grote Groene waren de grootste serie sneltreinlocomotieven van de Staatsspoorwegen en hierdoor koos de NVBS er voor om deze locomotief op de 1931 te plaatsen. De SS 326 werd in 1881 gebouwd en behoort tegenwoordig tot de collectie van het Spoorwegmuseum en is in Utrecht te zien. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Als laatste stoomlocomotief koos de NVBS toepasselijk voor de serie die op 7 januari 1958 de laatste stoomtrein van de Nederlandsche Spoorwegen trok. De serie SS 700 bestond uit 115 stoomlocomotieven die tussen 1910 en 1921 werden geleverd. De locomotieven hadden twee keer zoveel vermogen als hun voorgangers. Daardoor waren ze zeer geschikt voor sneltreindiensten en kregen ze de bijnaam 'Jumbo'. Vanwege de tekorten door de oorlog richten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw samenwerkingsverband op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. De serie SS 700 kreeg toen de nummers NS 3701 t/m 3815. De locomotieven waren zo succesvol dat NS in 1928 nog een bestelling deed van vijf locomotieven. De NS 3737 werd op 7 januari 1958 de bekendste stoomlocomotief in Nederland toen hij de laatste stoomtrein van NS reed. De NS 3737 behoort nu tot de collectie van het Spoorwegmuseum en de locomotief is in Utrecht te zien. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Na de oprichting van het samenwerkingsverband Nederlandsche Spoorwegen, in 1917, werkte NS hard om de dure stoomlocomotieven te vervangen. Tussen 1923 en 1932 liet NS in totaal 261 rijtuigen bouwen van de serie Mat'24. De serie bestond uit 130 motorrijtuigen en 131 tussenrijtuigen. De 'Blokkendozen' waren niet de eerste elektrische treinen in Nederland. Tussen 1908 en 1914 liet de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM) 23 motorrijtuigen en 9 tussenrijtuigen bouwen voor dienst op de Hofpleinlijn. De Mat'24-treinen waren deels van staal en deels van hout gemaakt. De treinen kregen de (versimpelde) olijfgroen/crème-huisstijl van het eerdere ZHESM-materieel. Vanaf eind jaren '20 werd de olijfgroen/crème-huisstijl vervangen door geheel donkergroen. Tegenwoordig hebben meerdere spoorwegmusea Blokkendozen in hun collectie. De mC 9002, van de Stichting 2454 CREW, is de enige rijvaardige motorwagen die de originele olijfgroen/crème-huisstijl draagt. Het Spoorwegmuseum heeft een driedelige donkergroene stam bestaande uit de rijtuigen BD 9107, C 8553 en de C 8104 in zijn collectie. De NVBS koos ervoor om niet de Hofpleintrein, maar de Mat'24 op de NVBS 1931 te plaatsen, doordat de Blokkendozen bekender zijn. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Tijdens de beurscrash van oktober 1929 stortten plotseling de aandelenkoersen op de beurs van Wall Street (New York) in. Dit leidde tot de Great Depression. Vanaf 1933 voerde Amerika de New Deal in, waardoor het uit de crisis kroop. Door de toenemende welvaart kwamen gestroomlijnde modellen erg in de mode. De Rijtuig- en Wagenbouw van de Nederlandsche Spoorwegen ontwierp nieuwe dieseltreinen met een gestroomlijnde vorm en gaf ze een futuristische lichtgrijze kleur (in plaats van olijfgroen) en rode biezen. NS bestelde veertig van deze moderne dieseltreinen bij Allan in Rotterdam, Beijnes in Haarlem en Werkspoor. In 1934 introduceerden de NS de eerste treinstellen in Nederland. De treinstellen waren revolutionair door de vele nieuwe technieken die in de treinen zaten. De hypermoderne treinstellen waren een sensatie tussen de oude stoomlocomotieven en moesten beter gaan concurreren met de opkomende concurrentie van de auto's. De treinstellen, en diesel als een geheel, waren zo populair dat er pakken wasmiddel werden verkocht met een Mat'34-treinstel op de voorkant. De DE 27 is als enige exemplaar van de serie bewaard. Het treinstel is in eigendom van het Spoorwegmuseum. Helaas staat de trein al sinds 2014 in Blerick opgeslagen en is niet voor het publiek
toegankelijk. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de Nederlandse economie snel. Hierdoor kon Nederland, deels met het Amerikaanse Marshallplan, in de wederopbouw veel nieuw spoorwegmaterieel aanschaffen. Doordat de treinen en de infrastructuur heel ernstig waren beschadigd, werd besloten om tijdens het herstel grote stappen te maken in het moderniseren van het spoorwegnet. Grote delen van het spoor werden geëlektrificeerd en het materieelpark werd flink gemoderniseerd met de komst van veel nieuw materieel. Met de enorme modernisering wilde de Nederlandsche Spoorwegen in de jaren '50 stoomlocomotieven en houten rijtuigen buitendienst stellen. De volgende vier treinen op de tijdlijn van de NVBS 1931 werden in deze periode geleverd: de elektrische 1200, de elektrische 1300, de diesellocomotievenserie 2400 en de elektrische treinstellen Mat'54. De Nederlandsche Spoorwegen gaf in 1948 de opdracht voor de bouw van 25 elektrische locomotieven. Het ontwerp van de locomotieven is gebasseerd op locomotieven van de treinenfabriek Baldwin Locomotive Works uit Philadelphia en de elektrische installatie werd door Westinghouse Electric Company in New York ontworpen. Het opvallendste aan het ontwerp van de locomotieven is de erg grote botsneus die de machinist bij ongelukken beschermde. De grote neus werd door ontwerper Raymond Loewy bij de Baldwin Locomotive Works vaak toegepast op Amerikaanse locomotieven. De eerste helft van de locomotieven, de 1201 t/m 1214, werden net als de andere nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen in het turkoois geleverd. De andere 1200'en werden, net als de diesellocomotieven van de series 2200 en 2400, geleverd in een bruine kleur. Er zijn gelukkig meerdere iconische 1200'en bewaard. Op 12 november 2011 organiseerde de NVBS zelfs een grote 1200-dag. Er is één locomotief bewaard in de bruine huisstijl, zoals op de NVBS 1931 te zien is. En dat is de 1218, deze locomotief is te zien bij de Stoomtrein Goes - Borsele. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De Nederlandsche Spoorwegen wilde tijdens de wederopbouw voor al haar nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen een nieuwe kleur. Deze kleur werd gekozen toen de NS-directeur F.Q. den Hollander en zijn vrouw, mevrouw Den Hollander, in 1949 de Alsthom-fabriek bezochten. Mevrouw Den Hollander zou hebben gekozen voor turkoois; ze wilde vrolijke kleuren en de kleur paste bij haar Wedgwood-servies. Er werd besloten om alle nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen die werden gebouwd te schilderen in het turkoois. Eind 1949 plaatste NS bij het Franse Alsthom een bestelling voor tien elektrische locomotieven die zijn afgeleid van de Franse locomotief CC 7001. De tien locomotieven kregen de NS-nummers 1301 t/m 1310. De 1300-locomotieven zijn sterker dan de 1100- en 1200-series en waren daarom geschikt voor het rijden van zware goederentreinen. In juni 1954 verongelukte de nog nieuwe 1303, ter vervanging werd in 1954 de 1311 geleverd. Hetzelfde jaar bestelde NS nog vijf 1300'en bij Alsthom; de locomotieven kwamen in 1956 naar Nederland. Er zijn vier 1300'en bwaard gebleven, hoewel geen een de turkooise kleur heeft zoals op de NVBS 1931 te zien is. De 1302 en 1312 werden opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum. De 1304 en 1315 zijn momenteel eigendom van Fairtrains. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Ter vervanging van de stoomlocomotieven in het goederenverkeer op de lokaal- en hoofdspoorlijnen bestelde NS, naast de kleinere rangeerdiesellocomotieven, 280
diesellocomotieven die geschikt zijn voor hogere snelheden. Deze locomotieven waren verdeeld in twee series: 150 locomotieven van de serie 2200 en 130 locomotieven van de serie 2400. De serie 2400 bestelde NS bij het Franse Alsthom. De locomotieven waren gebaseerd op een standaardontwerp van Alsthom. De eerste 2400 werd in 1954 door Alsthom in het Franse Belfort geleverd in een hemelsblauwe kleur. De eerste twintig locomotieven van de serie werden in het hemelblauw geleverd. Na de levering van deze locomotieven besloot NS om de hele serie bruin te laten schilderen. Er zijn in Nederland meerdere 2400'en bewaard gebleven. Een van deze exemplaren draagt de blauwe kleur zoals op de NVBS 1931 te zien is: de 2412 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De laatste trein op de NVBS 1931, die tijdens de wederopbouw werd geleverd, zijn de iconische Hondekoppen. Tijdens de wederopbouw had de Nederlandsche Spoorwegen nieuw materieel nodig voor de treindienst op de spoorlijnen die net geëlektrificeerd werden. Tevens moesten de oude treinen van het type Mat'24 worden vervangen. De Nederlandse treinenbouwers Allan te Rotterdam, Beijnes te Haarlem en Werkspoor te Utrecht bouwden tussen 1956 en 1962 68 tweedelige en 73 vierdelige treinstellen. De Mat'54 heeft als eerste serie sinds de introductie van het gestroomlijnde ontwerp, met de komst van de Mat'34-stellen in 1934, een geheel nieuw ontwerp gekregen. De treinstellen kregen een grote neus, waardoor de machinist beter is beschermd mocht er een aanrijding plaatsvinden. Door hun karakteristieke neus kregen de Mat'54-treinstellen al snel de bijnaam Hondekop. Tegenwoordig zijn twee groene Hondekoppen bewaard. De tweedelige 386 van het Spoorwegmuseum en de vierdelige 766 van Stichting Hondekop. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Op de zijkant van de NVBS 1931 staat na de Hondekoppen hun opvolger op de tijdlijn: de Koplopers. De directeur van NS presenteerde in januari 1969 de visie Sporen naar '75. Een groot onderdeel hiervan was het plan Spoorslag '70. Met Spoorslag '70 introduceerde drastische wijzigingen in de dienstregeling. De opvallendste was de introductie van de intercity's, naast de bestaande stop- en sneltreinen. Met een nieuw intercitynetwerk werden de grootste 40 stations in Nederland verbonden met treinen die elk halfuur vertrokken en minder stopten dan sneltreinen, en hierdoor dus sneller waren. Reizigers behaalden door de nieuwe intercity's een reistijdwinst van 10% tot 25%. Tussen 1977 en 1994 liet NS 94 driedelige en 50 vierdelige ICM's bouwen. De treinstellen kregen hun kenmerkende hoge cabine en hun bijnaam doordat reizigers door de neuzen naar de andere treinstellen konden lopen. Die bleek later erg storingsgevoelig en de neuzen werden dichtgemaakt. De Koplopers rijden tegenwoordig nog steeds bij NS, maar de laatste worden snel buitendienst gesteld. De 4011 is opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum en is in Utrecht te zien. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Als volgende op de tijdlijn van de NVBS 1931 een treinserie die overal op het Nederlandse spoor te zien is: de VIRM (Verlengd InterRegioMaterieel). Deze zeer succesvolle en betrouwbare intercity's van NS werden tussen 1994 en 2009 geleverd. In totaal nam NS 98 vierdelige en 80 zesdelige dubbeldekkertreinstellen in dienst. De eerste serie IRM's werd tussen 1994 en 1996 geleverd en bestond uit 34 driewagentreinstellen en 47 vierwagentreinstellen. In 2000 besloot NS om 128 dubbeldeksrijtuigen bij te bestellen en daarmee de driedelige stellen te verlengen naar vierdelige en de vierdelige te verlengen naar zesdelige treinstellen. De treinstellen waren zo'n succes dat NS later de series VIRM-2/3 (13 vierdelige en 33 zesdelige) en de serie VIRM-4 (50 vierdelige treinen) bestelde. Tegenwoordig is NS druk bezig om de VIRM's in Haarlem te moderniseren. In 2022 mochten wij langs komen bij de werkplaats van NS-Treinmodernisering in Haarlem om de modernisering van de VIRM 2/3 uitgebreid vast te leggen. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Als laatste trein op de tijdlijn van de 1931 een treinserie die nu nog gebouwd wordt: de Intercity Nieuwe Generatie (ICNG). Na het falen van de Fyra V250 op de hogesnelheidslijn plaatste NS in 2016 de eerste bestelling voor treinstellen van het Coradia Stream-platform van het Franse Alstom. Na meerdere vervolgbestellingen zal Alstom nu 49 vijfdelige treinstellen en 27 achtdelige treinstellen voor de binnenlandse dienst leveren. Ook worden er 21 achtdelige treinstellen geleverd voor de inzet naar België en 12 achtdelige treinstellen die geschikt zijn om naar Duitsland te rijden. Op 23 mei 2020 trok de Railexperts 9901 de eerste ICNG naar Nederland. De eerste ICNG's werden op 19 april 2023 voor het eerst in de reizigersdienst ingezet. Sinds 15 december 2024 rijden de treinstellen naar Brussel-Zuid. Tot op heden heeft NS nog geen diensten naar Duitsland aangekondigd voor de ICNG's. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Ter hoogte van de andere cabine is groot het getal 95 te zien. Het aantal jaren dat de NVBS bestaat. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De NVBS 1931 tijdens een rangeerbeweging in Bad Bentheim. |
|||||||||||
|
|
|||||||||||