![]() |
|||||||||||
NS 20 'Kameel' (uit 1954)
|
|||||||||||
Info over het treinstel: |
|||||||||||
Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de Nederlandse economie snel. Hierdoor kon Nederland, deels met het Amerikaanse Marshallplan, in de wederopbouw veel nieuw spoorwegmaterieel aanschaffen. Doordat de treinen en de infrastructuur heel ernstig waren beschadigd, werd besloten om tijdens het herstel grote stappen te maken in het moderniseren van het spoorwegnet. Grote delen van het spoor werden geëlektrificeerd en het materieelpark werd flink gemoderniseerd met de komst van veel nieuw materieel. Met de enorme modernisering wilde de Nederlandsche Spoorwegen in de jaren '50 stoomlocomotieven en houten rijtuigen buitendienst stellen. Een stoomlocomotief moet uren van tevoren al worden opgestookt voordat de machine kan worden ingezet. Naast kolen en water kost dit ook veel loon voor het personeel; op stoomlocomotieven moet namelijk ook een stoker aanwezig zijn. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tevens wilde NS het, meestal slecht presterende, materieel dat na de oorlog uit legerdumps en elders uit Europa werd gekocht of gehuurd snel vervangen. In de jaren na de oorlog bestelde NS, tot en met 1959, 173 dieselrangeerlocomotieven (de series 200, 450, 500, 600 en 700), 286 diesellocomotieven voor op de hoofdbaan (de series 2200, 2400 en 2600, de 2600'en werden in 1958 al aan de kant gezet), 100 elektrische locomotieven (de series 1100, 1200 en 1300), 311 rijtuigen (de series Plan-D, Plan-E, Plan-K en Plan-N), 48 postrijtuigen (de series Pec, Plan-C, Plan-E en Plan-L), twee fietsrijtuigen (Dec-rijtuigen, de rijtuigen werden na één jaar omgebouwd naar Pec-postrijtuigen), 297 elektrische treinstellen (de series Mat'46, Mat'54 en Mat'57), 81 dieseltreinstellen (de series Plan-X en TEE DE4) en meer dan tien duizend nieuwe goederenwagons. Door al het nieuwe materieel en het sluiten van tramlijnen nam NS in 1955 afscheid van de laatste stoomtram. Op 31 augustus 1955 reed de NS 7742 'Bello' als laatste NS-stoomtram van Bergen aan Zee naar Alkmaar. Een jaar later nam NS op 16 juni 1956 afscheid van de laatste houten rijtuigen. Op 7 januari 1958 reed de NS 3737 als laatste stoomtrein, in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen, van Geldermalsen naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Nederland was een van de eerste landen in Europa waar stoomlocomotieven en houten rijtuigen niet meer op het hoofdnet gebruikt werden. Op de grensbaanvakken met Duitsland waren echter tot in de jaren '70 nog Duitse stoomlocomotieven te zien. Bij Nederlandse industrieën rangeerden stoomlocomotieven nog veel langer door. In 1975 werden de LV 13 en LV 14 (de oude NS 8811 en 8826) als laatste stoomlocomotieven in commerciële dienst in Nederland terzijde gesteld na het sluiten van de laatste steenkolenmijnen in Zuid-Limburg een jaar eerder. Tijdens de wederopbouw na de oorlog was NS op zoek naar een manier om de dure en verouderde stoomlocomotieven op de nevenlijnen te vervangen. Vanwege de lage reizigersaantallen was elektrificeren van de vele enkelspoorige diesellijnen geen optie. NS besloot om nieuwe dieseltreinen te bestellen, zodat de exploitatiekosten flink daalden. Een stoomlocomotief moet uren van tevoren al worden opgestookt voordat de machine kan worden ingezet. Naast kolen en water kost dit ook veel loon voor het personeel. Ook waren voor een stoomloc altijd een machinist en een stoker nodig; op nieuwer materieel is een stoker niet meer nodig en het nieuwe materieel hoeft niet uren van tevoren al te worden klaargemaakt voor de dienst. In opdracht van NS ontwierp fabrikant Allan in Rotterdam nieuwe dieseltreinen. NS bestelde 30 motorwagens (die de typeaanduiding DE1 kregen) en 46 tweedelige treinstellen (die de typeaanduiding DE2 kregen) van het type Plan-X. De motorwagens kregen de nummers 21 t/m 50 en de tweedelige treinstellen de nummers 61 t/m 106. Allan ontwierp de treinen met een kenmerkende gestroomlijnde neus, die voor het eerst op de DE3-treinstellen uit 1934 werden toegepast. De Plan-X was de laatste serie die de gestroomlijnde neus kreeg. De Mat'54-treinstellen waren de eerste treinstellen die na de Plan-X werden geleverd en deze kregen een grote neus ter bescherming van de machinist. De 76 nieuwe dieseltreinen werden tussen 1953 en 1955 door Allan gebouwd. De Plan-X-treinstellen werden niet geschikt gemaakt voor eenmansbediening, waardoor nog wel een conducteur op de trein nodig was. De treinen werden blauw, met rode biezen en een wit dak. De dieseltreinen waren enkel voorzien van goedkope derdeklassezitplaatsen. Al snel kregen de treinstellen de bijnaam Blauwe Engel door hun blauwe kleur en het gevleugelde symbool van fabrikant Allan onder de voorruiten. De treinen waren ook de reddende engel van veel diesellijnen, die NS anders had gesloten vanwege de hoge kosten. De Blauwe Engelen waren op vrijwel alle diesellijnen in Nederland te zien. Enkele treinstellen werden voorzien van Duitse beveiliging, zodat de stellen naar het Duitse Aachen konden rijden. Tegelijk met de levering van de Blauwe Engelen leverde Allaan op 31 mei 1954 de NS 20, het nieuwe inspectievoertuig voor de directie van NS. De NS 20 verving het oudere directierijtuig, de omBc 102 uit 1937. Hoewel de 20 technisch veel gelijkenissen had met de Blauwe Engelen, zag het treinstel er totaal anders uit. Waar normaal de cabines van de machinist zitten, waren twee vergaderruimtes geplaatst met elk plek voor 14 personen. Aan de voor- en achterkant waren ramen geplaatst waardoor men met een panoramazicht recht op het spoor kon kijken. De cabines voor de machinist werden als 'bulten' bovenop de motorwagen geplaatst. Hierdoor kreeg de NS 20 de bijnaam 'Kameel'. De motorwagen heeft geen koppelingen gekregen, zodat het treinstel mooier afgewerkt is. Tevens hoeft het belangrijke directierijtuig geen rijtuigen en wagons te trekken. Met een koppelboom kan een andere locomotief met de Kameel rangeren. De Kameel werd in dezelfde blauwe kleur geleverd als de andere Blauwe Engelen. In de jaren '60 ging het slecht met de Nederlandse Spoorwegen. De reizigersaantallen liepen terug, omdat steeds meer mensen een auto konden kopen. Daarnaast liep het goederenvervoer ook terug door de opkomst van vrachtwagens en de vondst van het Groningse gasveld. Om de verliezen tegen te gaan, besloot NS flink te investeren in het rijden van meer treinen en het hele bedrijf een nieuwe, frisse huisstijl te geven. Het ontwerpbureau Teldesign, waar Gert Dumbar werkte als grafisch ontwerper, kreeg in 1967 van NS de opdracht om een geheel nieuwe huisstijl te ontwerpen. Gert Dumbar ontwierp het nieuwe logo en NS kreeg ook bedrijfsbreed een nieuwe, frisse kleur: geel. Alle treinen werden geel gemaakt, met onderling wel enkele verschillen. Op 11 januari 1968 werd de eerste trein, voorzien van de opvallende gele huisstijl, gepresenteerd aan de pers. Het betrof een Mat'64-treinstel dat vers uit de fabriek kwam. NS wilde geen extra kosten maken om het rijdende materieel te voorzien van de nieuwe gele kleur. Hierom werd besloten om de treinen enkel te schilderen als ze voor andere werkzaamheden al in de werkplaats zijn. Alle treinen kregen wel snel het nieuwe NS-logo op de originele huisstijl. Het duurde van 1968 tot eind jaren '80 tot alle treinen in de oude huisstijlen waren overgeschilderd of gesloopt. De 2275, die bewaard is gebleven, is hierop de uitzondering. De locomotief behield tot zijn buitendienststelling in 1994 de bruine kleur. Met de invoering van Spoorslag '70 had NS geen inspectievoertuig meer nodig en verloor de NS 20 zijn functie. De Kameel werd in 1973 geschilderd in de nieuwe moderne gele kleur van de Nederlandse Spoorwegen. Nadat de motorwagen geel werd gemaakt, begon NS met het verhuren van de Kameel als de VIP-car. Zo konden naast de directie van NS ook gezelschappen met de motorwagen op pad. De VIP-car was erg populair en vervoerde staatshoofden, vorsten en directies van andere bedrijven. Een van de opvallende gasten was de band Queen, die onderweg was naar een concert. In 1976 maakte het muziekprogramma AVRO’s Toppop haar 250ste aflevering in de NS 20. Hiervoor was de gele motorwagen geheel roze gemaakt en versierd met toppop-art. Ondanks de nog altijd grote belangstelling voor de VIP-car besloot NS de motorwagen in 1991 terzijde te stellen. De dieselmotor, generatoren en andere onderdelen werden uit de Kameel gehaald om de laatste DE2-dieseltreinen rijvaardig te houden. Nadat de NS 20 was geplukt, werd hij op 8 maart 1991 opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum. De NS 20 werd in zijn laatste gele uitvoering statisch tentoongesteld in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Enkele vrijwilligers wilden het oude directierijtuig weer graag in rijvaardige staat herstellen en begonnen een plan te maken. Ze begonnen de zoektocht naar onderdelen die weer voor de restauratie van de NS 20 gebruikt kunnen worden. In 2003 bezocht de directie van NS de motorwagen en besloot, samen met het Spoorwegmuseum, om de Kameel weer optisch te herstellen en terug te brengen in de blauwe kleur waarmee hij in 1954 werd afgeleverd. De uitgebreide revisie gebeurde bij NedTrain in Haarlem en Tilburg. Tijdens de heropening van het Spoorwegmuseum op 4 juni 2005 was de herstelde Kameel te zien in het museum. Tegelijk met het optische herstel van de Kameel voerde NS haar laatste internationale rijtuigen af. Deze internationale rijtuigen waren de laatste overgebleven rijtuigen die over een restauratie beschikten. Toen ontstond het probleem dat NS belangrijke gasten niet meer met een restauratie kon ontvangen. NS Chartertrains, waar Peter-Paul de Winter toen werkzaam was, werd gevraagd naar een oplossing. Nieuwe rijtuigen waren te duur en dus geen optie. Peter-Paul de Winter bedacht dat de oude NS 20 voor deze taak uitermate geschikt zou zijn en legde het voorstel voor aan de directie van NS. Tijdens de opening van het museum op 4 juni 2005 werd bekendgemaakt dat de Kameel weer rijvaardig zou worden hersteld. Op 18 maart 2008 werd de weer rijvaridge Kameel in het Spoorwegmuseum door NedTrain overgedragen aan NS. Desondanks was de Kameel vaak in het Spoorwegmuseum te zien. De NS 20 weer veelvuldig ingezet voor zowel het bedrijfsleven als hobbisten. Door de vele inzet van de NS 20 raakten de dieselmotoren vaker defect en hadden ze een revisie nodig. Door een koerswijziging van de NS-directie was een rijvaardige toekomst van de motorwagen onzeker. In 2016 werd de petitie 'NS 20 moet blijven rijden' gelanceerd. NS besloot om de Kameel weer over te dragen aan het Spoorwegmuseum. Op 4 juni 2019 droeg NS het directierijtuig weer over aan het Spoorwegmuseum. Op die dag was het precies 65 jaar geleden dat de toenmalig president-directeur van NS, dr. F.Q. den Hollander, op 4 juni 1954 de eerste rit met de NS 20 reed. De motoren van de Kameel werden daarna gereviseerd, waardoor de NS 20 weer jaren kan rijden. De NS 20 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. |
|||||||||||
De NS Kraansik 362 rangeert met de NS 20 'Kameel'. Grote rangeerklus in het Spoorwegmuseum, 13 januari 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NS 20 'De Kameel' wordt door de NS Kraansik 362 geduwd. 13 januari 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het was dermate laat geworden dat het licht in het museum, op een paar lampjes na, al uit was gegaan. De NS 20 'De Kameel'. 13 januari 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het dak van de Kameel met de twee cabines waaraan de NS 20 haar bijnaam te danken heeft. 13 januari 2025. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een vooraanzicht van de NS 20. 22 december 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NS 20 staat langs het perron tentoongesteld. 29 november 2024. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NS 20 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht tentoongesteld. 20 mei 2023. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NS 20 'Kameel' uit 1954 staat tentoongesteld. Open Trein Festijn, 26 mei 2022. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Een vooraanzicht van de Kameel in het Spoorwegmuseum. 16 mei 2022. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel rijdt over de diesellijn tussen Elst en Tiel als het treinstel bijna Kesteren binnen komt rijden. Daar moet de Kameel even wachten op de passagierstrein van Arriva vanuit Tiel. 24 september 2021. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De NS 20 bij vertrek uit Kesteren richting het Spoorwegmuseum. 24 september 2021. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel staat op Nijmegen te wachten om richting Blerick te vertrekken. 2 juli 2021. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel (NS 20) van het Spoorwegmuseum op de Maaslijn vlak voor station Mook-Molenhoek. De trein is onderweg richting Venlo. 2 juli 2021. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Op 6 september 2020 reed de Kameel (NS20 / De VIP-Car) na onderhoud in Eindhoven, via Venlo en de Maaslijn terug naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Wij zette de Kameel te Arnhem Centraal op de foto. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel staat op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum opgesteld. 10 december 2020. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De koppen van de twee Plan-X motorwagens, de Kameel en de 41, van het Spoorwegmuseum bij elkaar. 10 december 2020. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel en de Blauwe Engel 41 staan op het buiten terrein van het Spoorwegmuseum. 1 juli 2020. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel rijdt door station Houten richting Utrecht Centraal. 19 oktober 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Op dinsdag 4 juni 2019 maakte de Kameel zijn laatste rit in dienst van NS. Daarna heeft NS officieel de sleutels overgedragen aan het Spoorwegmuseum. Klik op de link voor een uitgebreide foto- en filmreportage. Op de foto komt de Kameel aangereden vanaf opstelterrein Utrecht Oost Zijde. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel is klaar voor de rit. Hij staat op spoor 12 van Utrecht Centraal. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Nadat De Kameel vanuit Utrecht langs de plek heeft gereden waar vroeger de Alan-fabriek heeft gelegen is hij aangekomen te Rotterdam Centraal. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Te Rotterdam Centraal nemen we een kijkje in De Kameel. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het mooie uitzicht. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
In De Kameel bevindt zich al jaren een klein beeldje van een kameel. Op de foto staan de DE 41 (Blauwe Engel) en De Kameel. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het bureau van de directeur. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De cabine van de machinist steekt boven de trein uit. Hierdoor kon de directie vanaf de voorkant van de trein controleren hoe de rails erbij lag. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Vanaf Rotterdam Centraal werd er naar Leiden Centraal gereden. Hier heeft De Kameel de popgroep Queen afgezet. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het tijdbeeldsbeeld anno 2019. SNG 2716 passeert De Kameel. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De mooie vleugel voor de neus van De Kameel. |
|||||||||||
Aan het einde van de rondrit komt De Kameel rond 16.25 uur aan in het Spoorwegmuseum. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel naast de DE 41. |
|||||||||||
Machinist Peter Hillarius overhandigt de sleutels en een miniatuurexemplaar van De Kameel aan Peter-Paul de Winter, Hoofd Collecties van het Spoorwegmuseum. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Na de toespraak nemen we een kijkje in de cabine van De Kameel. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel en de DE 41 staan gebroederlijk naast elkaar. 4 juni 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel (VIP-car) / NS 20 van het Nederlands Spoorwegmuseum was te zien tijdens het Multi Event in Blerick. 9 juni 2018. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Op dinsdagochtend 20 november 2018 vertrok de Kameel om 9.31 uur om als Spoorwens Kameel Express via Wolfheze, Arnhem en Duiven naar Zevenaar te gaan. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel (NS 20 / de VIP-car) was voor de open dag vanuit het Spoorwegmuseum naar Maastricht gekomen. 30 september 2017. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een "duifie" van de Kameel. 30 september 2017. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Met 175 Jaar Spoor was er een open dag in werkplaats Haarlem. Op de foto staat oud Directie-rijtuig de NS-20 (De Kameel). 20 september 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel tijdens de SpoorParade in Amersfoort ter gelegenheid van de viering
van 175 Jaar Spoor in Nederland. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Eén van de cabines van "De Kameel". © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Dit is één zijde van "De Kameel". Hier kan geluncht, gedinnerd en/of vergaaderd worden. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het oude bureau van de NS directie. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het keukentje van De Kameel. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het koffiezetapparaat en de warmwatermachine mogen natuurlijk niet ontbrekend. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
In het middengedeelte (het halletje) zien we links het toilet en rechts de garderobe. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De netjes ingerichte wc van de trein. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een kijkje in de informele kant van de Kameel. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een leuk aangebracht detail op het bureaublad. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Dit is het uitzicht vanuit de voorkant van "De Kameel". © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel / NS 20 van het Spoorwegmuseum. In de open dag van de NedTrain werkplaats in Leidschendam. Op 4 oktober 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel tijdens de open dag van de NedTrain werkplaats in Haarlem.
20 september 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De Kameel stond op de NS-Publieksdag ter gelegenheid van 150 jaar Station Amersfoort.
15 september 2013. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het vooraanzicht van De Kameel. Amersfoort, 15 september 2013. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De Kameel in het Spoorwegmuseum in Utrecht. 27 mei 2005. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De Kameel, nog in de oude kleurstelling in het "oude" Spoorwegmuseum. 17 april 2003. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||