![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
Plan-E 50 84 92-37 008-7 van de SHD (uit 1955)
|
||||||||||
Info over dit rijtuig: |
|||||||||||
Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de Nederlandse economie snel. Hierdoor kon Nederland, deels met het Amerikaanse Marshallplan, in de wederopbouw veel nieuw spoorwegmaterieel aanschaffen. Nu grotendeels van het spoorwegnet ernstig is beschadigd, werd besloten om juist nu grote stappen te maken in het moderniseren van het spoorwegnet. Grote delen van het spoor werden geëlektrificeerd en het materieelpark werd flink gemoderniseerd met de komst van veel nieuw materieel. De Nederlandsche Spoorwegen wilde wilde houten rijtuigen en stoomlocomotieven voorgoed buitendienst stellen. Ook wilde NS het materieel dat na de oorlog als tijdelijke inzet uit legerdumps en elders uit Europa werd gekocht of gehuurd snel vervangen. In de jaren na de oorlog bestelde NS, tot aan 1960, 173 dieselrangeerlocomotieven (de series 200, 450, 500, 600 en 700), 286 diesellocomotieven voor op de hoofdbaan (de series 2200, 2400 en 2600, de 2600'en werden in 1958 al aan de kant gezet), 111 elektrische locomotieven (de series 1000, 1100, 1200 en 1300), 311 rijtuigen (de series Plan-D, Plan-E, Plan-K en Plan-N), 48 postrijtuigen (de series Pec, Plan-C, Plan-E en Plan-L), twee fietsrijtuigen (Dec-rijtuigen, de rijtuigen werden na één jaar omgebouwd naar Pec-postrijtuigen), 297 elektrische treinstellen (de series Mat'46, Mat'54 en Mat'57), 81 dieseltreinstellen (de series Plan-X en TEE DE4) en meer dan tienduizend nieuwe goederenwagons. Door al het nieuwe materieel nam NS in 1956 afscheid van het laatste houten rijtuig en reed NS nog uitsluitend met stalen rijtuigen. Ook reed de 3737 op 7 januari 1958 als laatste stoomtrein van NS van Geldermalsen naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Hier werd de locomotief door NS overgedragen aan het Spoorwegmuseum en opgenomen in de collectie. Nederland was een van de eerste landen in Europa waar stoomlocomotieven niet meer op het hoofdnet gebruikt werden. Bij bedrijven rangeerden stoomlocomotieven nog wel tot aan het begin van de jaren '70. De ex-WSM 23 rangeerde bij de Verenigde Coöperatieve Suikerfabrieken (VCS) in Zevenbergen en werd in 1970 als een van de laatste stoomlocomotieven buiten dienst gesteld. In 1954 bestelde NS 196 rijtuigen van het type Plan-E bij Werkspoor en Beijes. De 196 Plan-E rijtuigen werden onderverdeeld in 10 postrijtuigen (P 7921 - P 7930), 46 tweede klasse-rijtuigen (B 6501 - B 6546), 114 derde klasse-rijtuigen (C 6601 - C 6714) en 26 derde klas restauratierijtuigen (CKD 6901 - CDK 6926). De bijna 200 rijtuigen werden gebouwd tussen 1954 en 1956. In 1958 bestelde NS nog dertien extra postrijtuigen die erg veel lijken op de Plan-E rijtuigen. Deze laatste dertien postrijtuigen (P 7931 - P 7943) kregen het type Plan-L. De in totaal 209 rijtuigen werden deels afgeleid van de Mat'54-treinstellen die toen in aanbouw waren. De Berlijns blauwe Plan-E rijtuigen werden gebruikt in de sneltrein- en intercitydiensten. In 1956 verviel in Nederland de derde klas. In de praktijk werden de eerste klascoupes omgebouwd en werden de huidige tweede klassen de eerste klas en werden de derde klassen omgenummerd naar de tweede klas zonder verdere aanpassingen. In de nummers van de rijtuigen werd dit ook aangepast. De B werd A, C werd B en CDK werd BDK. Tussen 1960 en 1962 werden de 26 restauratierijtuigen aangepast. De gesloten coupes werden vervangen door een groot coupe met 22 plaatsen en de keuken werd uitgebreid. De BDK-rijtuigen werden omgedoopt tot RD-rijtuigen. In 1969 werd het verplicht voor alle treinen om UIC-nummers te dragen. Naar aanleiding van Spoorslag '70 reed NS ook op de diesellijnen extra treinen. Voor deze diensten was echter niet genoeg materieel beschikbaar. De oplossing werd gevonden door 43 tweede klasse Plan-E rijtuigen om te bouwen om dienst te kunnen doen tussen twee diesellocomotieven van de serie 2200. De rijtuigen kregen stuurstroomkabels en ze kregen een extra hoogspanningskabel voor retourstroom naar de energiewagen, die in de winter meereed voor de verwarming. Ook werden elf rijtuigen voorzien van eerste klasse-coupés en werden daarmee omgebouwd naar AB-rijtuigen. Deze stammen kregen de bijnaam 'Klompentreinen', afkomstig van de arbeiders die klompen droegen en met de treinen reisden. De Klompentreinen hebben tot 1987 dienstgedaan. Een jaar later gaan ook de laatste Plan-E rijtuigen in de normale diensten buiten dienst. In 1983 werden vier postrijtuigen van het type Plan-L omgebouwd naar fietsenrijtuigen (Df). In 1987 werden ook vier Plan-E rijtuigen omgebouwd naar fietsenrijtuigen. De Plan-E en Plan-L rijtuigen werden gelijk aan elkaar gemaakt. Ze kregen de geel-blauwe intercitykleuren en ze hadden plaats voor 24 fietsen. De fietsenrijtuigen werden enkel in de zomermaanden ingezet tussen Zandvoort aan Zee / Haarlem en Maastricht / Heerlen. In september 2004 werden de rijtuigen buitendienst gesteld. Na hun uitdienststelling in 1988 werden twee andere Plan-E RD's omgebouwd naar verblijfwagens bij ongevallenkranen. Deze rijtuigen hebben tot in 1995 dienst gedaan. Een andere Plan-E werd samen met Plan-D WRDs 87-38 107 gebruikt tijdens de toelatingstesten van het loctype NS 6400. Uiteindelijk zijn van de meer dan in totaal 209 Plan-E en Plan-L rijtuigen acht Plan-E rijtuigen en een Plan-L rijtuig bewaard. Na zijn buitendienststelling in 2004 heeft de Stichting Historisch Dieselmaterieel het rijtuig in haar collectie opgenomen. Het doel van de Stichting Historisch Dieselmaterieel is (of was) om een complete Klompentrein weer terug te brengen. De SHD heeft twee 2200'en, de 2205 en de 2275, en vijf Plan-E rijtuigen in haar bezit. Momenteel staat de 50 84 92-37 008-7 in Amersfoort opgesteld. |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Het Plan-E rijtuig met nummer 50 84 92-37 008-7 van de SHD staat in Amersfoort opgesteld. 8 december 2022. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het Plan-E rijtuig met nummer 50 84 92-37 008-7 van de SHD staat in Amersfoort opgesteld. 27 november 2022. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||