![]() |
|||||||||||
Spoorwegmuseum 1202
|
|||||||||||
Info over de locomotief: |
|||||||||||
Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de Nederlandse economie snel. Hierdoor kon Nederland, deels met het Amerikaanse Marshallplan, in de wederopbouw veel nieuw spoorwegmaterieel aanschaffen. Doordat de treinen en de infrastructuur heel ernstig waren beschadigd, werd besloten om tijdens het herstel grote stappen te maken in het moderniseren van het spoorwegnet. Grote delen van het spoor werden geëlektrificeerd en het materieelpark werd flink gemoderniseerd met de komst van veel nieuw materieel. Met de enorme modernisering wilde de Nederlandsche Spoorwegen in de jaren '50 stoomlocomotieven en houten rijtuigen buitendienst stellen. Een stoomlocomotief moet uren van tevoren al worden opgestookt voordat de machine kan worden ingezet. Naast kolen en water kost dit ook veel loon voor het personeel; op stoomlocomotieven moet namelijk ook een stoker aanwezig zijn. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tevens wilde NS het, meestal slecht presterende, materieel dat na de oorlog uit legerdumps en elders uit Europa werd gekocht of gehuurd snel vervangen. In de jaren na de oorlog bestelde NS, tot en met 1959, 173 dieselrangeerlocomotieven (de series 200, 450, 500, 600 en 700), 286 diesellocomotieven voor op de hoofdbaan (de series 2200, 2400 en 2600, de 2600'en werden in 1958 al aan de kant gezet), 100 elektrische locomotieven (de series 1100, 1200 en 1300), 311 rijtuigen (de series Plan-D, Plan-E, Plan-K en Plan-N), 48 postrijtuigen (de series Pec, Plan-C, Plan-E en Plan-L), twee fietsrijtuigen (Dec-rijtuigen, de rijtuigen werden na één jaar omgebouwd naar Pec-postrijtuigen), 297 elektrische treinstellen (de series Mat'46, Mat'54 en Mat'57), 81 dieseltreinstellen (de series Plan-X en TEE DE4) en meer dan tien duizend nieuwe goederenwagons. Door al het nieuwe materieel en het sluiten van tramlijnen nam NS in 1955 afscheid van de laatste stoomtram. Op 31 augustus 1955 reed de NS 7742 'Bello' als laatste NS-stoomtram van Bergen aan Zee naar Alkmaar. Een jaar later nam NS op 16 juni 1956 afscheid van de laatste houten rijtuigen. Op 7 januari 1958 reed de NS 3737 als laatste stoomtrein, in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen, van Geldermalsen naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Nederland was een van de eerste landen in Europa waar stoomlocomotieven en houten rijtuigen niet meer op het hoofdnet gebruikt werden. Op de grensbaanvakken met Duitsland waren echter tot in de jaren '70 nog Duitse stoomlocomotieven te zien. Bij Nederlandse industrieën rangeerden stoomlocomotieven nog veel langer door. In 1975 werden de voormalige NS 8811 en 8826 als laatste stoomlocomotieven in commerciële dienst in Nederland terzijde gesteld na het sluiten van de steenkolenmijn Julia in Zuid-Limburg een jaar eerder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestelde NS haar eerste serie elektrische locomotieven. De tien locomotieven van de serie 1000 werden in 1948 en 1949 geleverd. Na deze, kleine en met oudere technieken gebouwde, serie locomotieven bestelde NS tussen 1948 en 1954 honderd moderne locomotieven, verspreid over de series 1100, 1200 en 1300. De locomotieven van de serie 1000 werden in het olijfgroen geleverd. NS wilde voor al haar nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen een nieuwe kleur. Deze kleur werd gekozen toen de NS-directeur F.Q. den Hollander en zijn vrouw, mevrouw Den Hollander, in 1949 de Alsthom-fabriek bezochten, waar op dat moment de serie 1100 werd gebouwd. De Franse ontwerper Paul Arzens liet een aantal kleuren zien die het nieuwe materieel zou kunnen krijgen. Mevrouw Den Hollander zou hebben gekozen voor turkoois; ze wilde vrolijke kleuren en de kleur paste bij haar Wedgwood-servies. Er werd besloten om alle nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen die werden gebouwd te schilderen in het turkoois. De nieuwe 1100, 1200 en 1300'en werden door de NS in de reizigers- en goederendiensten ingezet. Al snel bleek de lichte turkooise kleur erg besmettelijk met viezigheid door het stoom van de nog rijdende stoomlocomotieven en het koolstof dat van de stroomafnemers kwam. In 1954 werd besloten om het turkoois te vervangen door het donkere Berlijns blauw. De olijfgroene 1000-serie en de Stalen D-bagagerijtuigen werden ook Berlijns blauw geschilderd. De Nederlandsche Spoorwegen gaf in 1948 de opdracht voor de bouw van 25 elektrische locomotieven. Het ontwerp van de locomotieven is gebasseerd op locomotieven van de treinenfabriek Baldwin Locomotive Works uit Philadelphia en de elektrische installatie werd door Westinghouse Electric Company in New York ontworpen. De draaistellen van de nieuwe 1200'en werden in Amerika gebouwd, de elektrische installie werd door Heemaf in Hengelo geleverd. Werkspoor in Utrecht bouwde de 25 nieuwe locomotieven. De locomotieven hebben een maximumsnelheid van 130 km/u. Het opvallendste aan het ontwerp van de locomotieven is de erg grote botsneus die de machinist bij ongelukken beschermde. De grote neus werd door ontwerper Raymond Loewy bij de Baldwin Locomotive Works vaak toegepast op locomotieven. De eerste locomotief, de 1201, werd op 31 oktober 1951 geleverd. Door tijdgebrek was de locomotief nog niet voorzien van zijn blauwe sierstrepen. De 1201 t/m de 1225 werden tussen 1951 en 1953 geleverd. De eerste helft van de locomotieven, de 1201 t/m 1214, werden net als de andere nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen in het turkoois geleverd. De andere 1200'en werden, net als de diesellocomotieven van de series 2200 en 2400, geleverd in een bruine kleur. In 1954 werden beide huisstijlen van de 1200'en vervangen door het Berlijns blauw. In de jaren '60 ging het slecht met de Nederlandse Spoorwegen. De reizigersaantallen liepen terug, omdat steeds meer mensen een auto konden kopen. Daarnaast liep het goederenvervoer ook terug door de opkomst van vrachtwagens en de vondst van het Groningse gasveld. Om de verliezen tegen te gaan, besloot NS flink te investeren in het rijden van meer treinen en het hele bedrijf een nieuwe, frisse huisstijl te geven. Het ontwerpbureau Teldesign, waar Gert Dumbar werkte als grafisch ontwerper, kreeg in 1967 van NS de opdracht om een geheel nieuwe huisstijl te ontwerpen. Gert Dumbar ontwierp het nieuwe logo en NS kreeg ook bedrijfsbreed een nieuwe, frisse kleur: geel. Alle treinen werden geel gemaakt, met onderling wel enkele verschillen. Alle locomotieven werden geel met grijs. Op 11 januari 1968 werd de eerste trein, voorzien van de opvallende gele huisstijl, gepresenteerd aan de pers. Het betrof een Mat'64-treinstel dat vers uit de fabriek kwam. NS wilde geen extra kosten maken om het rijdende materieel te voorzien van de nieuwe gele kleur. Hierom werd besloten om de treinen enkel te schilderen als ze voor andere werkzaamheden al in de werkplaats zijn. Alle treinen kregen wel snel het nieuwe NS-logo op de originele huisstijl. Het duurde van 1968 tot eind jaren '80 tot alle treinen in de oude huisstijlen waren overgeschilderd of gesloopt. De 2275, die bewaard is gebleven, is hierop de uitzondering. De locomotief behield tot zijn buitendienststelling in 1994 de bruine kleur. In de jaren '70 wilde NS alle locomotieven van de series 1100, 1200 en 1300 in de jaren '80 buitendienst stellen. Van de drie locomotiefseries die in de jaren '50 waren gebouwd werd besloten om de 1200 en 1300-locomotieven nog een levensverlengde beurt te geven. De 1100-serie kreeg dit niet en in de tweede helft van de jaren '80 begon NS met het afvoeren van de 1100'en. Na een paar jaar werd besloten om de afvoer van de locomotieven toch te staken en de 1100'en weer te reviseren om ze langer in dienst te houden. De 1100, 1200 en 1300'en zullen alle drie in de jaren '90 terzijde worden gesteld. Tussen 1991 en 1994 leverde Alstom 81 elektrische locomotieven van de serie 1700 aan NS. Alle 1700'en werden ingezet samen met de DD-AR-stammen. Tussen 1996 en 1998 werden vijftig mDDM-motorrijtuigen geleverd. Deze motorijtuigen vervingen een groot deel van de 1700'en van hun DD-AR-stammen. De 1600-locomotieven uit de jaren '80 en de 1700'en vervingen daarna de oude locomotiefseries 1100, 1200 en de 1300 in de reizigers- en goederendiensten. Begin jaren '90 werd weer begonnen met het terzijde stellen van de 1100-serie. Halverwege de jaren '90 werd ook begonnen om de 1200'en terzijde te stellen. Aan het einde van de jaren '90 volgde ook de 1300-serie. Rond de eeuwwisseling had NS afscheid genomen van de laatste 1100, 1200 en 1300'en. Op 28 maart 1998 werd na 46 jaar inzet groots afscheid genomen van de 1200'en van NS. Zowel bij personeel als bij liefhebbers waren de locomotieven erg geliefd. De 1201, 1210, 1211, 1214, 1221, 1224 en de 1225 werden samen met de BR 27003 (de NS 1501, van de Werkgroep Loc 1501) in Geldermalsen verzameld. Vanaf de loopbrug, die maar enkele tientallen mensen mocht dragen, stonden honderden mensen tegelijk afscheid te nemen van de 1200'en. Toen NS de 1200'en terzijde stelde gaf NS, uit angst voor concurrentie, particuliere bedrijven niet de kans om de locomotieven te kopen. NS verkocht alle locomotieven aan de sloper om ze snel te laten slopen. Tijdens de sloop van de 1200'en namen ACTS-machinisten Harry Schneider en Laurens Pit het initiatief om een aantal 1200'en van de sloop te redden. Samen met de oprichter en toenmalige directeur van goederenvervoerder ACTS (Afzet Container Transport Systeem), John Hoekwater, lukte het om een aantal locomotieven te redden. ACTS stapte naar de rechter om de sloop van de locomotieven tegen te houden en verkoop van de locomotieven af te dwingen. De rechter oordeelde in juli 1998 dat bedrijven de kans moesten krijgen om de locomotieven van NS te kopen en legde een sloopverbod op. Op dat moment waren een groot deel van de 1200'en al gesloopt bij HKS Metals in Amsterdam. Een aantal locomotieven stond letterlijk voor de deur van HKS Metals of stond zelfs al op het terrein om gesloopt te worden. ACTS kocht uiteindelijk de 1208, 1214, 1215, 1218, 1224 en de 1225. De 1208 en de 1224 werden door ACTS als pluklocs gebruikt, de andere vier locomotieven werden in gebruik genomen als de 1251 t/m 1254. Naast de locomotieven die ACTS had gered werden de 1201 en de 1202 aan de collectie van het Spoorwegmuseum toegevoegd. De Werkgroep Loc 1501 nam de 1211 en de Stichting Klassieke Locomotieven kreeg de 1221 tot haar beschikking. Na hun actieve dienst kreeg het Spoorwegmuseum beschikking over de 1201 en 1202. Het museum gebruikte de 1201 als onderdelenleverancier voor de 1202. De 1202 werd in 1998 door de NS hoofdwerkplaats Tilburg opgeleverd in de Berlijns blauw-kleur uit de jaren '50. Bij zijn oplevering was de 1202 rijvaardig en de locomotief werd vaak gebruikt voor speciale ritten en overbrengingen. Op 12 november 2011 werd in Amersfoort ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de serie 1200 en het 80-jarig bestaan van de NVBS (Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen) een grote 1200-dag gehouden. Alle acht de 1200'en die toen nog bestonden werden overgebracht naar Amersfoort. De 1201, 1202, 1211, 1218, 1251 (ex-1215), 1252 (ex-1225), 1254 (ex-1214) en de 1255 (ex-1221) waren allemaal te zien. In 2019 werd de 1202 voor verschillende werkzaamheden vanuit Utrecht overgebracht naar de loods van het Spoorwegmuseum in Blerick. Sindsdien staat de Berlijns Blauwe 1202 in Blerick opgesteld. |
|||||||||||
De 1202 van het Spoorwegmuseum was te zien tijdens het Rail and Road Event 2019 te Blerick. 25 mei 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 staat naast de 629 voor onderhoud in Blerick. 25 mei 2019. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 tijdens één van haar ritten die zij op 20 september 2014 reed tusen Amsterdam en Haarlem ter gelegenheid van de 175ste verjaardag van het Spoor in Nederland. © Ron Swart |
|||||||||||
De 1202 met 4 oude rijtuigen en de 1312 in opzending bij doorkomst in station Halfweg-Zwanenburg. © Ron Swart |
|||||||||||
De 1202 van het Spoorwegmuseum te Loenen tijdens Terug naar Toen - 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Van links naar rechts: E-loc 1202 van het Spoorwegmuseum, SSN Stoomloc 65 018 en VSM Stoomloc 52 3879 te Loenen. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 staat met diverse rijtuigen klaar om (een aantal uur later) te vertrekken naar Apeldoorn voor het festival Terug naar Toen. 5 september 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 en de 1312 als losse loc's rijden vanuit Blerick naar het NSM. 17 mei 2014. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum in Utrecht. 23 december 2013. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De 1202 op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum in Utrecht. 23 december 2013. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De 1202 te Amersfoort tijdens 60 jaar 1200's. 12 november 2011. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De 1202 staat tijdens Winterstation 2010 in het museum. 17 december 2010. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De 1202 staat in het Spoorwegmuseum tijdens de tentoonstelling Vracht84NL. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
Op zaterdag 9 oktober 2004 is er een open dag gehouden bij de Hoofdwerkplaats in Tilburg. Er kwamen vele mensen naar de werkplaats om te kijken hoe de vele locomotieven die er stonden worden onderhouden en opgeknapt. Op de open dag was ook de 1202 van het Spoorwegmuseum te zien. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De 1202 komt met een intercity-trein station Venlo binnengereden. © Pieter Topsvoort |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
De 1202 staat naast de 1253 tijdens een open dag in Hengelo. © Pieter Topsvoort |
|||||||||||
De 1202 in het Spoorwegmuseum. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Een vooraanzicht van 1202. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
Het fabrieksplaatje voor op de neus van de 1202. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
De fabrieksplaat van Werkspoor op de zijkant van de 1202. © TreinenInNederland.nl |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
NS 1202 komt met een intercity-trein station Amsterdam Sloterdijk binnengereden. 1992. © Pieter Topsvoort |
|||||||||||